Getypte rapportage / Bijlage (pagina 2)
Origineel
Getypte rapportage / Bijlage (pagina 2) Vermeldt statistieken tot 1 januari 1943; document waarschijnlijk geproduceerd in de loop van 1943. M/G. B I J L A G E. - 2 -
door het Secretariaat aan de in aanmerking komende ondernemingen toegezonden vragenlijsten, werd uitgegaan van de in de Beschikking der Organisatie Commissie tot instelling der Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen gestelde vereischten (n.l. dat men goederen voor derden moet koelen of vriezen en bewaren en moet beschikken over een koel- en vriescapaciteit van 100 m³ of meer).
Op 1 Januari 1943 bedroeg het aantal leden der Ondervakgroep 132 met een gezamenlijken bruto-inhoud van 346.170 m³.
CONTACT MET ANDERE ORGANISATIES VAN HET BEDRIJFSLEVEN.
Zoowel de Vakgroep Veemen en Opslagbedrijven als de Bedrijfsgroep Haven- en Aanverwante Bedrijven werden regelmatig op de hoogte gehouden van de belangrijkste der bij de Ondervakgroep in behandeling zijnde onderwerpen, met name waar het betrof de verhouding tot de verschillende bedrijfsschappen. Hierop zal onder het opschrift "Contact met Departementen, Rijksbureaux en Bedrijfsschappen" worden teruggekomen.
ALGEEMEENE TOESTAND IN DEN BEDRIJFSTAK.
Over het algemeen kan gezegd worden, dat de koel- en vrieshuizen in verband met de groote hoeveelheden vleesch, boter, diepvriesconserven, fruit, visch, eieren enz., die in de seizoenen 1941/1942 en 1942/1943 werden opgeslagen, in het verslagjaar goed bezet zijn geweest. Voor het overige zij gewezen naar de onderwerpen behandeld onder het opschrift "Contact met Departementen, Rijksbureaux en Bedrijfsschappen".
CONTACT MET DEPARTEMENTEN, RIJKSBUREAUX EN BEDRIJFSSCHAPPEN.
Reeds aanstonds werd het probleem van de verhouding der Ondervakgroep tot het Rijksbureau Voedselvoorziening in Oorlogstijd en de daaronder ressorteerende bedrijfsorganisaties, later bedrijfsschappen geheeten, en centrales, voor zoover deze nog niet waren vervangen door bedrijfsschappen, uitvoerig in de vergaderingen van het Dagelijksch Bestuur en den Raad van Bijstand behandeld.
Hier zij allereerst gewezen op een paar kwesties, die naar de meening van de Ondervakgroep op zeer onbevredigende wijze door de Overheid zijn geregeld.
a. De omstandigheid, dat de uitvoering van het Koel- of Vrieshuizenbesluit berustte bij de Ned. Veehouderij Centrale, tevens één der voornaamste cliënten van zeer vele leden der Ondervakgroep.
b. De omstandigheid, dat de Ned. Veehouderij Centrale zoowel in 1941 als in 1942 Koel- en vriesruimten heeft gevorderd bij een aantal koel- en vrieshuizen voor den opslag van runderen, varkens en boter, zonder voor de achteraf niet gebruikte ruimten eenige vergoeding uit te keeren.
c. De ervaring, dat de Overheidsinstanties een aantal maatregelen en regelingen hebben getroffen, welke rechtstreeks of indirect van belang zijn voor de koel- en vrieshuizen, zonder tevoren hierover contact te zoeken met de Ondervakgroep.
d. De onbevredigende regeling der opslagcondities bij den opslag voor de Overheidsinstanties, met name van de Ned. Veehouderij Centrale (thans Vee- en Vleeschaankoopbureau); gebleken is o.m., dat de goederen, welke de Ned. Veehouderij Centrale in de koel- en vrieshuizen opslaat, niet zijn verzekerd, terwijl bovendien de aansprakelijkheid en de bewijslast voor deze ondernemingen op volkomen onaanvaardbare wijze zijn geregeld.
Over deze onderwerpen werden besprekingen gevoerd met den Voorzitter en den Secretaris der Bedrijfsgroep Haven- en Aanverwante Bedrijven, resp. de Heeren W.H. de Monchy en Mr. Dr. E.J.E.M.H. Jaspar, den Directeur van het Bedrijfschap voor Vee en Vleesch, den Heer Tj.B.E. Kielstra, terwijl tenslotte ook een onderhoud plaats vond tusschen de Heeren de Monchy, Mr. Dr. Jaspar, Dr. Jerne, en Ir. Akkerman eenerzijds en den Heer Ir. S.L. Louwes, Directeur-Generaal der Voedselvoorziening anderzijds.
Het resultaat van al deze besprekingen kan als volgt worden samengevat:
Ad a: Het voorstel van de Ondervakgroep om de uitvoering van het Koel- of Vrieshuizenbesluit op te dragen aan de Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen werd verworpen. Ook een tweede voorstel om de uitvoering van dit besluit in handen te leggen van het Rijksbureau V.V.O. als "neutrale" Overheidsinstantie (waarbij dit Rijksbureau dan zou moeten worden bijgestaan door een Adviescommissie, waarin dezerzijds zitting zouden hebben de leden van het Dagelijksch Bestuur van de Ondervakgroep, al of niet aangevuld met leden van den Raad van Bijstand, en voorts vertegenwoordigers der verschillende bedrijfsschappen resp. centrales) werd niet aanvaard. De uitvoering van meergenoemd Besluit werd echter opgedragen aan het Bedrijfschap Dit document is een verslag van de belangenbehartiging binnen de koel- en vriessector tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het conflict ligt in de machtsstrijd tussen de sector zelf (de Ondervakgroep) en de door de bezetter gecontroleerde instanties zoals de Nederlandsche Veehouderij Centrale (NVC).
De belangrijkste klachten van de sector zijn:
1. Belangenverstrengeling: De NVC was zowel de uitvoerder van regelgeving als een van de grootste klanten, wat leidde tot oneerlijke verhoudingen.
2. Financiële schade: Er werd opslagruimte gevorderd die vervolgens niet werd gebruikt, zonder dat daar een vergoeding tegenover stond (leegstandsschade).
3. Gebrek aan inspraak: De overheid nam besluiten zonder overleg met de vakgroep.
4. Risico's: Goederen waren niet verzekerd en de bewijslast bij schade lag eenzijdig bij de exploitanten van de vrieshuizen.
Uit de tekst blijkt dat pogingen om de controle terug te krijgen naar een "neutrale" instantie of de vakgroep zelf, werden afgewezen door de autoriteiten. Tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) werd de Nederlandse economie gelijkgeschakeld volgens het nationaalsocialistische model van de "opbouw van het bedrijfsleven". Bedrijven werden verplicht lid van vakgroepen en bedrijfsschappen.
De in de tekst genoemde Ir. S.L. Louwes was een sleutelfiguur: als Directeur-Generaal van de Voedselvoorziening moest hij manoeuvreren tussen de eisen van de bezetter en het voeden van de Nederlandse bevolking. De Nederlandsche Veehouderij Centrale (NVC) was een van de 'crisiscentrales' die de handel in landbouwproducten strak reguleerden. De spanningen die in dit document worden beschreven, zijn typerend voor de bureaucratische strijd onder de bezetting, waarbij de private sector probeerde haar autonomie te behouden tegenover een steeds machtiger wordende overheidscontrole die gericht was op de oorlogseconomie.