Getypte bijlage (pagina 3 van een groter verslag of rapport).
Origineel
Getypte bijlage (pagina 3 van een groter verslag of rapport). Vermoedelijk eind 1943 of begin 1944 (gezien de verwijzingen naar gebeurtenissen ultimo december 1942 en ontwikkelingen in 1943). M/G. B I J L A G E. - 3 -
voor Vee en Vleesch, in plaats van de Ned. Veehouderij Centrale.
Ad b. Hoewel reeds in een vergadering van de Contact Commissie voor de koel- en vrieshuizen, gehouden op 5 Juni 1942, uitvoerig is gediscussieerd over een vergoeding toe te kennen aan de koel- en vrieshuizen inzake de bij hen gereserveerde ruimten, is het voorloopig niet tot een uiteindelijke regeling van dit onderwerp gekomen. De Heer Louwes heeft evenwel ter gelegenheid van de hierboven vermelde bespreking toegezegd op zeer korten termijn een onderzoek te zullen doen instellen naar de vergoeding, welke de koel- en vrieshuizen voor deze reserveering dienen te ontvangen. Deze aangelegenheid was per ultimo December 1942 nog in behandeling. In 1943 werden onze redelijke wenschen erkend en is een regeling ontworpen waarover met het Bestuur nog besprekingen plaats vinden.
Ad c. De Heer Louwes heeft voorts toegezegd zijn medewerking te zullen verleenen aan het totstandkomen van een nauwer contact tusschen de Ondervakgroep en de Bedrijfschappen, vooral wat betreft de inschakeling van de Ondervakgroep bij het zoo billijk mogelijk verdeelen der onder te brengen goederen over de verschillende koel- en vrieshuizen. Hieraan kan nog worden toegevoegd, dat het Bedrijfschap voor Vee en Vleesch een Commissie van Advies heeft ingesteld teneinde deze instantie te adviseeren inzake:
1. de uitvoering van het Koel- of Vrieshuizenbesluit;
2. de door de koel- en vrieshuizen te berekenen tarieven;
3. andere vraagstukken op het gebied van den opslag van voedselvoorzieningsproducten in koel- en vrieshuizen;
met dien verstande, dat deze Commissie over andere onderwerpen dan die sub 1 vermeld, eerst advies uitbrengt, nadat hiertoe een voorstel zal zijn gedaan door de vertegenwoordigers van de Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen, die zitting hebben in de Commissie.
In deze Commissie zijn vertegenwoordigd:
het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit;
" " Sierteeltproducten;
" " Zuivel;
" " Eieren en Pluimvee;
" " Vee en Vleesch;
de Ned. Visscherij Centrale (later: Bedrijfschap voor Visscherijproducten);
en voorts de Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen door den voorzitter en de beide plv. voorzitters.
Mochten op de vergaderingen van deze Commissie andere punten ter sprake komen dan is het juist de taak van het Dagelijks Bestuur deze te verwijzen naar de Ondervakgroep.
Ad d. Nadat het Dagelijks Bestuur het onderwerp van de condities eenige malen op zijne vergadering had besproken, werd besloten aan het Bedrijfschap voor Vee en Vleesch te verzoeken om in de toekomst voor het opslaan van overheidsgoederen de door de Ned. Vereeniging voor Koeltechniek in hare algemeene vergadering van 23 Mei 1929 opgestelde koelhuisbepalingen, bevattende condities voor het koelen en vriezen van goederen en voor huur en verhuur van koel- en vriesruimten van koelhuizen, toe te passen.
De Ondervakgroep ontving echter van het Bedrijfschap voor Vee en Vleesch een door deze instantie zelfstandig opgesteld ontwerp inzak de voorwaarden voor het invriezen van vleesch, met het verzoek hierover advies uit te brengen.
Na overleg met het Dagelijks Bestuur werd hierop geantwoord, dat deze condities ten eenen male onaanvaardbaar moesten worden geacht, zoodat andermaal verwezen werd naar de koelhuisbepalingen van de Ned. Vereeniging voor Koeltechniek.
Op verzoek van het Bedrijfschap voor Vee en Vleesch werd evenwel aan deze instantie nog een uitvoerige nota toegezonden, inhoudende opmerkingen naar aanleiding van het ontwerp opslagcondities van genoemd Bedrijfschap vergezeld van een tegenontwerp der Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen.
Ook deze aangelegenheid was bij het einde van het verslagjaar nog bij het Bedrijfschap in behandeling.
BEDRIJFSVERGUNNINGEN.
De Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen is ingeschakeld bij het uitbrengen van advies aan het Rb.V.V.O. inzake aanhangige aanvragen tot het verkrijgen van bedrijfsvergunningen op grond van het Bedrijfsvergunningenbesluit 1941. * Kern van het document: Deze pagina verslaat de onderhandelingen tussen de professionele belangenbehartiger (de "Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen") en de door de overheid ingestelde organen (Bedrijfschappen). De hoofdpunten zijn de financiële vergoeding voor gereserveerde opslagruimte en de juridische voorwaarden (condities) waaronder goederen worden opgeslagen.
* Belangenstrijd: Er is een duidelijke frictie zichtbaar tussen de sector en de overheid. De Ondervakgroep probeert vast te houden aan de bestaande normen uit 1929, terwijl het "Bedrijfschap voor Vee en Vleesch" eigen, voor de sector "onaanvaardbare" voorwaarden probeert op te leggen.
* Organisatiestructuur: Het document illustreert de corporatistische inrichting van de economie tijdens de bezetting, waarbij "Bedrijfschappen" (publiekrechtelijke lichamen) en "Ondervakgroepen" (sectorale vertegenwoordiging) de distributie en opslag van voedsel reguleerden.
* Sleutelfiguren en instanties:
* Heer Louwes: Verwijst naar S.L. Louwes, de Directeur-Generaal van de Voedselvoorziening tijdens de bezetting.
* Rb.V.V.O.: Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.
* Bedrijfsvergunningenbesluit 1941: Een maatregel van de bezetter om de economie te controleren door middel van vergunningsplicht. Dit document stamt uit de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stond de Nederlandse voedselvoorziening onder enorme druk. De Duitsers hadden een systeem van distributie en centrale aansturing opgelegd. Koelhuizen speelden een cruciale strategische rol: zij waren noodzakelijk voor de opslag van noodvoorraden vlees, boter en vis om de bevolking (en de bezetter) te kunnen voeden.
De "Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen" fungeerde hierin als de stem van de private koelhuis-eigenaren. Zij moesten manoeuvreren tussen de eisen van de Rijksbureaus en de Bedrijfschappen enerzijds, en de bedrijfseconomische realiteit van hun leden anderzijds. De vrees voor nationalisatie of te lage overheidsvergoedingen was groot, wat de nadruk op "redelijke wenschen" en het vasthouden aan vooroorlogse bepalingen uit 1929 verklaart. S.L. Louwes, die in de tekst wordt genoemd, was de centrale figuur die probeerde de Nederlandse voedselvoorziening draaiende te houden zonder volledig te capituleren voor de Duitse eisen.