Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 7 juni 1943. Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart; Afdeling Centrale Magazijnen van het Rijksbureau voor de Distributie van Textielproducten door den Handel (Rijksbureau Distex). Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. DEPARTEMENT VAN HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART
AFD. CENTRALE MAGAZIJNEN VAN HET
RIJKSBUREAU VOOR DE DISTRIBUTIE VAN
TEXTIELPRODUCTEN DOOR DEN HANDEL
Bovenbeekstraat 20.
Arnhem. ARNHEM, 7 Juni 1943.
Postgiro: 425069.
Telefoon: 21534.
Betr.: L/GJM_Afd.Centr.Mag.
CM.
No. 48/15/2 M. 1943 7/6 [stempel met handgeschreven toevoeging]
Den Heer Directeur van het Marktwezen,
Amsterdam.
Weled. Geb. Heer,
In het bezit van Uw brief 48/15/1M d.d. 31 Mei
j.l. vernemen wij gaarne van U aan welk Centraal
Magazijn de Firma L. Determeijer te Amsterdam de
machtigingen voor wollen sokken heeft toegezonden.
Als wij deze inlichting hebben, zullen wij Uw
vraag nader kunnen onderzoeken.
Hoogachtend,
Rijksbureau Distex
Afd. Centrale Magazijnen.
[onleesbare handtekening]
5000-IV-'43 DTH 301 — K 1143 (A) 16385 Deze brief is een voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van goederendistributie tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het Rijksbureau voor de Distributie van Textielproducten (kortweg 'Distex') vraagt om opheldering aan de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de vraag is administratief: naar welk specifiek magazijn heeft de firma L. Determeijer de machtigingen voor de levering van wollen sokken gestuurd? Zonder deze informatie kan Distex een eerdere vraag van het Marktwezen niet verder in behandeling nemen. De brief bevat diverse administratieve kenmerken, zoals stempels en referentienummers, die duiden op een strikte registratie van correspondentie. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was er een nijpend tekort aan grondstoffen en goederen, waaronder textiel. Om de schaarse middelen te verdelen, werd een uitgebreid distributiesysteem opgezet. Het Rijksbureau Distex hield toezicht op de handel en distributie van textielproducten. Alles, van kleding tot garens, ging 'op de bon'. Bedrijven zoals de genoemde firma L. Determeijer konden niet vrij handelen, maar waren gebonden aan machtigingen en toewijzingen van de overheid. Deze brief illustreert hoe gedetailleerd de controle was: zelfs voor een partij wollen sokken was specifieke administratieve afstemming tussen verschillende overheidsinstanties noodzakelijk om de bureaucratische molen draaiende te houden.