Tuchtbeschikking (economisch strafrecht)
Origineel
Tuchtbeschikking (economisch strafrecht) Betreft feiten van oktober 1942; zitting vond plaats op 30 november 1942. Gerechtelijk schrijven No. 12.945. [Handgeschreven: Vb] Dossier No.: 27399. [Handgeschreven paraaf]
TUCHTBESCHIKKING
in de zaak van: GERRIT BERNARDUS VISSER,
geboren te: Amsterdam, 26 Juni 1900,
van beroep: grossier in groenten en fruit,
~~wonende~~ / gevestigd te: Amsterdam, Hudsonstraat No. 131 II;
De Inspecteur voor de Prijsbeheersching te Amsterdam,
Gelet op het Prijsbeheerschingsbesluit en de Prijzenbeschikking 1941 groenten, Fruit en Vroege aardappelen;
Gezien het proces-verbaal van den 20sten October 1942 van J. B. Oranje, opsporingsambtenaar als bedoeld bij artikel 24 van het Prijsbeheerschingsbesluit, bevattende de door den verdachte tegenover den opsporingsambtenaar afgelegde verantwoording;
~~Gezien de schriftelijke verantwoording van den verdachte;~~
Gehoord de mondelinge verantwoording van den verdachte, ~~die daarbij werd vertegenwoordigd / bijgestaan door~~ d.d. 30 November 1942;
Overwegende:
dat verdachte, als grossier, op of omstreeks 17 October 1942 aan den kleinhandelaar J. C. van Eck te Amsterdam 200 kilogram peren, waarvan 100 kilogram van de soort Soldat Laboureur en 100 kilogram van de soort Bonne Louise d'Avranches, beide soorten behoorende tot groep I en van eerste kwaliteit, heeft verkocht tegen den prijs van f. 60,- per 100 kilogram, alzoo voor een totalen prijs van f. 120,-, niettegenstaande verdachte voor die peren destijds ten hoogste f. 35,50 in rekening had mogen brengen;
dat verdachte ter zitting het hem ten laste gelegde feit heeft ontkend, bewerende hij, dat hij van den genoemden kooper van Eck nog f. 50,- te vorderen had, welk bedrag in den koopprijs zou zijn begrepen;
dat verdachte deze bewering met geen enkel bewijs heeft gestaafd;
dat verdachte bovendien tegenover den opsporingsambtenaar de ten laste gelegde overtreding heeft erkend.
[Links onderaan:] 1307 3138-12-41
[Rechts onderaan: Rode zegelstempel met tekst:] BIJLAGE No 960 | BLIKMAN & SART. AMST. Dit document is een officiële tuchtbeschikking tegen Gerrit Bernardus Visser, een Amsterdamse fruitgrossier. Uit de tekst blijkt dat Visser werd beschuldigd van prijsopdrijving tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De kern van de zaak is de verkoop van 200 kilogram kwaliteitsperen (Soldat Laboureur en Bonne Louise d'Avranches) aan een kleinhandelaar voor 120 gulden (60 gulden per 100 kg), terwijl de wettelijk vastgestelde maximumprijs slechts 35,50 gulden per 100 kg bedroeg. Visser probeerde de overtreding te rechtvaardigen door te beweren dat een deel van de betaling (50 gulden) de aflossing van een oude schuld was, maar hij kon dit niet bewijzen en had de overtreding eerder al toegegeven aan de opsporingsambtenaar.
Het document is een typisch voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van economische delicten door de prijsbeheersingsautoriteiten. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) heerste er grote schaarste aan goederen en voedsel. Om inflatie en woekerprijzen tegen te gaan, stelde de bezetter via de Nederlandse administratie strikte prijscontroles in (het Prijsbeheerschingsbesluit).
Handelaren die goederen boven de vastgestelde prijzen verkochten, maakten zich schuldig aan "zwarte handel". De Inspectie voor de Prijsbeheersching had de taak om dit te controleren en overtreders te straffen via tuchtbeschikkingen. Dit document illustreert hoe de overheid grip probeerde te houden op de schaarse voedselvoorziening en hoe individuele ondernemers probeerden de regels te omzeilen voor eigen gewin of uit bittere noodzaak. De genoemde perensoorten ("Soldat Laboureur") waren destijds gangbare rassen die onderhevig waren aan deze strikte regelgeving. B. Oranje C. van Eck