Afschrift van een proces-verbaal/rapport.
Origineel
Afschrift van een proces-verbaal/rapport. Behoort bij brief 77/12/3 M. d.d. 23 Maart 1943 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
AFSCHRIFT
R A P P O R T .
Op Vrijdag 19 Februari 1943, omstreeks 10 uur v.m. heeft H.Klok, bedrijfsleider bij de Amst. Fust. Centr. een jongeman overgegeven aan den Chef Marktopzichter Blom, welke jongeman zich blijkbaar had schuldig gemaakt aan diefstal van ledige kisten ten nadeele van de Amst.Fust.Centr. In opdracht van Blom is door mij rapporteur een nader onderzoek ingesteld en hoorde ik de door Klok aangehouden persoon, die mij opgaf genaamd te zijn:
Wilhelmus Hendrikus Nederend
geboren 27 Januari 1922 te Amsterdam, grondwerker, wonende 3e Wittenburgerdwarsstraat 26 huis te Amsterdam en verklaarde het volgende: "Sinds eenigen tijd ben ik als knecht werkzaam bij den groentehandelaar Kloosterman, wonende Dapperstraat 95. Ik ben belast om voor mijn patroon het ledige fust bij de Amst.Fust.Centr. in te leveren en zijn handkar met groente of aardappelen naar zijn zaak te brengen. Eenigen tijd, ik kan niet zeggen wanneer precies, werd ik door twee mij van aanzien bekende jongens op het terrein der Centrale Markt aangesproken. Zij vroegen mij of ik voor hen ledige kisten bij de Amst.Fust.Centr. wilde inleveren, dan zouden zij mij wel wat geven. Zij vertelden mij, dat zij in het bezit waren gekomen daar zij buiten de Centrale Markt van een hun onbekenden kooper kisten met fruit hadden gekocht en deze handel clandestien hadden verkocht. De ledige kisten wilden zij nu van de hand doen. Ik heb toen eenige malen voor hen de ledige kisten ingeleverd bij de Amsterdamsche Fustcentrale op naam van mijn baas Kloosterman. Later kwamen de twee personen weer naar mij toe en vroegen mij of ik nog een partijtje ledige kisten voor hen wilde inleveren. Van de opbrengst hiervan zou ik dan een derde gedeelte ontvangen, wat ik inderdaad heb gehad. Het was mij echter bekend, dat deze partij ledige kisten van diefstal afkomstig was. Wij waren met ons drieen en als het bij de Amst. Fust.Centr. druk was, werd er van de gelegenheid gebruik gemaakt en werden er van de achterzijde van pier B, waar de ledige kisten stonden opgeslagen, eenige afgenomen en op mijn handkar geplaatst en dan door mij op naam van Kloosterman bij de Centrale ingeleverd. Dit hebben wij verschillende malen zoo gedaan. Door Klok werd regelmatig het geld voor het ledige fust direct aan mij uitbetaald en deelden wij dit dan ook direct met ons drieen. Op 19 Februari 1943 hadden wij weer 11 kisten van de achterzijde van voornoemd pakhuis weggenomen en probeerde ik ze weer op naam van Kloosterman in te leveren. Vermoedelijk heeft Klok iets gemerkt, tenminste hij pakte nog al uit tegen mij en heeft mij aan een ambtenaar van het Marktwezen overgegeven. De twee andere jongens hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt en zijn spoorloos verdwenen. Ik ken ze niet persoonlijk, maar ik weet wel, dat de eene Brinkman en de andere Schapers heet en vermoedelijk in de Dapperbuurt wonen".
Door mij rapporteur is een onderzoek ingesteld naar voornoemde jongens en heb ik meerdere malen met Nederend de Dapperbuurt afgezocht, doch heb geen der jongens kunnen vinden. Nederend blijft volhouden, dat de diefstal door deze twee jongens werden gepleegd en dat hij de kisten voor hen inleverde en zoodoende een derde van de opbrengst kreeg. Volgens opgaaf van de Amst.Fust.Centr. is er tijdens een periode vanaf 29/12/42 tot en met 18/2/43 op naam van Kloosterman voor een bedrag van f. 86,43 aan ledige fust bij hen ingeleverd. Bij onderzoek is gebleken, dat er door Dit document is een verslag van een verhoor en onderzoek naar aanleiding van een betrapping op heterdaad bij de Amsterdamse Fustcentrale op 19 februari 1943. De verdachte, de 21-jarige W.H. Nederend, bekent dat hij samen met twee anderen (Brinkman en Schapers) stelselmatig lege kisten stal van de achterzijde van een pakhuis (pier B) op het marktterrein.
De werkwijze was geraffineerd: Nederend werkte legaal voor een groentehandelaar en gebruikte die hoedanigheid als dekmantel om de gestolen kisten onder de naam van zijn werkgever in te leveren en te cashen. In de periode van december 1942 tot februari 1943 werd er voor ruim 86 gulden aan statiegeld geïnd, een aanzienlijk bedrag voor die tijd. De medeplichtigen wisten te ontkomen tijdens de aanhouding van Nederend door bedrijfsleider Klok. Het document dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (Duitse bezetting). In deze periode was er in Nederland sprake van toenemende schaarste, distributie en een bloeiende zwarte markt ("clandestien"). Lege kisten (fust) waren schaars en waardevol voor het transport van schaarse goederen.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde in deze jaren een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad. Diefstal op de Centrale Markt werd zwaar opgenomen omdat het de officiële distributieketen ondermijnde. De genoemde locaties, zoals de Dapperbuurt en de Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam bij de Jan van Galenstraat), waren destijds knooppunten van zowel legale als illegale handel in levensmiddelen. H. Klok W.H. Nederend Marktwezen