Handgeschreven verzoekschrift/brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift/brief. 31 mei 1941 (datum van afhandeling). Mijn loods staat in de Monnikenstraat bij de
Nieuwmarkt; ik zou dus bij verplaatsing eerst
mijn kar moeten halen, naar de dagmarkt -
Kattenburg gaan en na de verkoop mijn kar weer
naar de Monnikenstraat terug brengen.
Ik richt dan ook het beleefde verzoek tot U
in verband met het bovenstaande, mij op de
oude marktplaats te laten.
In afwachting, hoogachtend:
[Linksonder:]
J. J. Wijnschenk ---
Westerstraat 250 III.
Amsterdam.- C.
[Rechtsonder, handtekening:]
J J Wijnschenk
[Ambtelijke aantekening in ander handschrift:]
afgew.
31-5-41
[paraaf] * Kernboodschap: De afzender verzoekt om op zijn huidige standplaats (nabij de Nieuwmarkt) te mogen blijven staan in plaats van verplaatst te worden naar de dagmarkt op Kattenburg.
* Argumentatie: Logistieke bezwaren. Zijn opslagruimte (loods) bevindt zich in de Monnikenstraat. Verplaatsing naar Kattenburg zou betekenen dat hij dagelijks een grote afstand met zijn kar moet overbruggen tussen de opslag en de nieuwe marktlocatie.
* Resultaat: Het verzoek is gemarkeerd als "afgew." (afgewezen) op 31 mei 1941. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 voerden de bezettingsautoriteiten en het Amsterdamse gemeentebestuur ingrijpende wijzigingen door in de marktverordeningen, specifiek gericht op Joodse marktkooplieden.
De afzender, Jacob Jozef Wijnschenk (geboren in 1902), was een Joodse koopman die met zijn gezin op de Westerstraat 250 woonde. In februari 1941 was de Nieuwmarkt aangewezen als een 'Joodse markt', maar kort daarna werden Joodse handelaren steeds verder beperkt en weggezet naar specifieke locaties zoals Kattenburg.
Dit briefje illustreert de wanhopige pogingen van individuele burgers om via officiële weg de praktische en economische gevolgen van de anti-Joodse maatregelen aan te vechten. De kille afwijzing ("afgew.") onderaan het document is typerend voor de bureaucratische medewerking aan de uitsluiting van Joodse Amsterdammers uit het openbare leven. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Jacob Jozef Wijnschenk in 1943 in Sobibor is vermoord. J. Wijnschenk
Samenvatting
- Kernboodschap: De afzender verzoekt om op zijn huidige standplaats (nabij de Nieuwmarkt) te mogen blijven staan in plaats van verplaatst te worden naar de dagmarkt op Kattenburg.
- Argumentatie: Logistieke bezwaren. Zijn opslagruimte (loods) bevindt zich in de Monnikenstraat. Verplaatsing naar Kattenburg zou betekenen dat hij dagelijks een grote afstand met zijn kar moet overbruggen tussen de opslag en de nieuwe marktlocatie.
- Resultaat: Het verzoek is gemarkeerd als "afgew." (afgewezen) op 31 mei 1941.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 voerden de bezettingsautoriteiten en het Amsterdamse gemeentebestuur ingrijpende wijzigingen door in de marktverordeningen, specifiek gericht op Joodse marktkooplieden.
De afzender, Jacob Jozef Wijnschenk (geboren in 1902), was een Joodse koopman die met zijn gezin op de Westerstraat 250 woonde. In februari 1941 was de Nieuwmarkt aangewezen als een 'Joodse markt', maar kort daarna werden Joodse handelaren steeds verder beperkt en weggezet naar specifieke locaties zoals Kattenburg.
Dit briefje illustreert de wanhopige pogingen van individuele burgers om via officiële weg de praktische en economische gevolgen van de anti-Joodse maatregelen aan te vechten. De kille afwijzing ("afgew.") onderaan het document is typerend voor de bureaucratische medewerking aan de uitsluiting van Joodse Amsterdammers uit het openbare leven. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Jacob Jozef Wijnschenk in 1943 in Sobibor is vermoord.