Archiefdocument
Origineel
15 mei 1944 [Linksboven in rood potlood:]
46 b/77/2
[Rechtsboven:]
A'dam, 15/5 1944
W. v. M.
[Tekst:]
Onder terugzending
van het met Uw kantbrief
dd. 12 Mei jl. om advies ont-
vangen stuk no. 432 L.M. 1944
hebben de ondergeteekenden de eer
U te berichten, dat het ver-
leenen van een toewijzing
versche visch ~~en sprotjes~~
~~aan handelaren in~~
~~gerookte visch~~ is
behandeld in ons voorstel
dd. 1 Mei '44 no. 46a/36/1 m
~~Het st~~ Bommels kan
niet met de groep rookers
worden vergeleken ; voorts
noch heeft hij — in tegen-
stelling met dezen groep —
nooit gerookt. Hij was
haringhandelaar en verkocht Dit handgeschreven concept of afschrift betreft een ambtelijke correspondentie over de toewijzing van visquota. De schrijver reageert op een adviesvraag van 12 mei 1944. Kernpunten uit de analyse zijn:
* Referentie naar beleid: Er wordt verwezen naar een eerder voorstel van 1 mei 1944 waarin de algemene regels voor toewijzingen van verse vis zijn vastgelegd.
* Casus Bommels: De brief gaat specifiek in op een persoon genaamd Bommels. Er wordt beargumenteerd waarom hij niet tot de categorie 'rookers' (visrokers) gerekend mag worden. In tegenstelling tot die groep heeft Bommels nooit zelf vis gerookt; hij was een haringhandelaar.
* Correcties: De doorhalingen in de tekst duiden op een redactionele aanscherping. De passage over 'sprotjes' en 'handelaren in gerookte visch' is geschrapt om de focus puur op de toewijzing van 'versche visch' te houden. Het document dateert uit mei 1944, de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was er sprake van een strikte distributie en regulering van voedselbronnen. De handel in vis was onderworpen aan complexe bureaucratische regels van instanties zoals het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening. Het onderscheid tussen een 'handelaar' en een 'verwerker' (roker) was essentieel voor de toewijzing van schaarse voorraden en de toegestane marges. De brief illustreert de gedetailleerde wijze waarop de overheid zelfs in de eindfase van de oorlog de controle over de voedselketen trachtte te behouden. Rijksbureau
Samenvatting
Dit handgeschreven concept of afschrift betreft een ambtelijke correspondentie over de toewijzing van visquota. De schrijver reageert op een adviesvraag van 12 mei 1944. Kernpunten uit de analyse zijn:
* Referentie naar beleid: Er wordt verwezen naar een eerder voorstel van 1 mei 1944 waarin de algemene regels voor toewijzingen van verse vis zijn vastgelegd.
* Casus Bommels: De brief gaat specifiek in op een persoon genaamd Bommels. Er wordt beargumenteerd waarom hij niet tot de categorie 'rookers' (visrokers) gerekend mag worden. In tegenstelling tot die groep heeft Bommels nooit zelf vis gerookt; hij was een haringhandelaar.
* Correcties: De doorhalingen in de tekst duiden op een redactionele aanscherping. De passage over 'sprotjes' en 'handelaren in gerookte visch' is geschrapt om de focus puur op de toewijzing van 'versche visch' te houden.
Historische Context
Het document dateert uit mei 1944, de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was er sprake van een strikte distributie en regulering van voedselbronnen. De handel in vis was onderworpen aan complexe bureaucratische regels van instanties zoals het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening. Het onderscheid tussen een 'handelaar' en een 'verwerker' (roker) was essentieel voor de toewijzing van schaarse voorraden en de toegestane marges. De brief illustreert de gedetailleerde wijze waarop de overheid zelfs in de eindfase van de oorlog de controle over de voedselketen trachtte te behouden.