Archief 745
Inventaris 745-432
Pagina 28
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie (brief/kopie).

17 juli 1945. Van: De Directeur (vermoedelijk van een plaatselijke distributiedienst of voedselcommissariaat in Amsterdam).

Origineel

Ambtelijke correspondentie (brief/kopie). 17 juli 1945. De Directeur (vermoedelijk van een plaatselijke distributiedienst of voedselcommissariaat in Amsterdam). Handgeschreven bovenaan:
Verzonden 17/7 m p VB/HB.

Getypt:
46b/79/3M. 17 Juli 1945.

toewijzing Rienstra Aan het Bedrijfschap voor
Visscherijproducten,
2e Adelheidstraat 300,
’s-Gravenhage.
=============================================

Naar aanleiding van het voorgestelde in Uw
brief d.d. 3 Juni jl. no. 12260/V/Vy., bericht
ik U, dat het ingevolge de bepalingen, vervat
in het 17de Uitvoeringsbesluit van het Visscherij-
besluit 1941, niet is toegestaan, dat een klein-
handelaar, die in de verdeeling te Amsterdam is
opgenomen, visch mag doorleveren aan hôtells of
restaurants. Een regeling, als door U bedoeld,
kan ik niet ondersteunen, aangezien hierdoor
versche visch aan de bevolking van Amsterdam
wordt onttrokken.

Een betere oplossing is m.i., dat Uwerzijds
een grossier-kleinhandelaar te Ymuiden wordt
aangewezen om door te leveren aan de C.V. Jansen
& Co., directeur de heer J. Hoopman; overigens
is mij ter oore gekomen, dat de zaken van de
C.V. Jansen & Co. momenteel niet meer voor het
publiek zijn geopend.

De Directeur, In deze brief reageert een directeur (waarschijnlijk van de Amsterdamse visdistributie) op een voorstel om een specifieke vishandelaar (Rienstra) vis te laten leveren aan de horeca. De directeur wijst dit verzoek resoluut af op basis van de geldende regelgeving (het Visscherijbesluit uit 1941).

De kern van het argument is sociaal-maatschappelijk: de schaarse verse vis moet ten goede komen aan de gewone burger van Amsterdam en mag niet via kleinhandelaren naar hotels en restaurants 'weglekken'. Als alternatief wordt gesuggereerd om de levering voor de horeca (via C.V. Jansen & Co) direct vanuit de bron in IJmuiden te regelen via een groothandelaar, hoewel de directeur opmerkt dat de betreffende winkels van Jansen & Co op dat moment gesloten zijn voor het publiek. Het document dateert van 17 juli 1945, slechts twee maanden na de bevrijding van Nederland. De nasleep van de Hongerwinter was nog overal voelbaar en de voedselvoorziening was nog steeds strikt gereguleerd via distributiebonnen en centrale toewijzingen.

Het genoemde "Visscherijbesluit 1941" was een maatregel uit de bezettingstijd die door het militair gezag en de nieuwe Nederlandse regering na de oorlog voorlopig werd gehandhaafd om de chaos in de voedselvoorziening te beheersen. De brief illustreert de spanning tussen de commerciële belangen van de horeca en de noodzaak om de hongerende stadsbevolking eerlijk te voeden tijdens de wederopbouw. IJmuiden was op dat moment cruciaal als de belangrijkste aanvoerhaven voor verse vis voor het westen van het land.

Samenvatting

In deze brief reageert een directeur (waarschijnlijk van de Amsterdamse visdistributie) op een voorstel om een specifieke vishandelaar (Rienstra) vis te laten leveren aan de horeca. De directeur wijst dit verzoek resoluut af op basis van de geldende regelgeving (het Visscherijbesluit uit 1941).

De kern van het argument is sociaal-maatschappelijk: de schaarse verse vis moet ten goede komen aan de gewone burger van Amsterdam en mag niet via kleinhandelaren naar hotels en restaurants 'weglekken'. Als alternatief wordt gesuggereerd om de levering voor de horeca (via C.V. Jansen & Co) direct vanuit de bron in IJmuiden te regelen via een groothandelaar, hoewel de directeur opmerkt dat de betreffende winkels van Jansen & Co op dat moment gesloten zijn voor het publiek.

Historische Context

Het document dateert van 17 juli 1945, slechts twee maanden na de bevrijding van Nederland. De nasleep van de Hongerwinter was nog overal voelbaar en de voedselvoorziening was nog steeds strikt gereguleerd via distributiebonnen en centrale toewijzingen.

Het genoemde "Visscherijbesluit 1941" was een maatregel uit de bezettingstijd die door het militair gezag en de nieuwe Nederlandse regering na de oorlog voorlopig werd gehandhaafd om de chaos in de voedselvoorziening te beheersen. De brief illustreert de spanning tussen de commerciële belangen van de horeca en de noodzaak om de hongerende stadsbevolking eerlijk te voeden tijdens de wederopbouw. IJmuiden was op dat moment cruciaal als de belangrijkste aanvoerhaven voor verse vis voor het westen van het land.

Kooplieden in dit dossier 100

A.V. de Jong Waterlooplein - 1 87
A. Koning Waterlooplein " 9-9-1893
A. Koning Waterlooplein Geb. 12-7-1886
A. Sier Waterlooplein " 21-10-1897
A. Merens Waterlooplein
A. Harte Waterlooplein - 3 11
B.C.v.Es Waterlooplein - 5 83
B.C.v.Es Waterlooplein **F 17608 37** (rood)
C. Bras Waterlooplein - 1.65
C. de Jong Waterlooplein - 43
C. de Jong Waterlooplein
C. Dekker Waterlooplein - 1 20
C. Dienst Waterlooplein - 5 24
C. Dienst Waterlooplein - 5.38
C. Dienst Waterlooplein - 7 41
C. Voedselvoorz Waterlooplein - 3 60
C. Voedselvoorz Waterlooplein - 1 27
C.M. Voorstel Waterlooplein - 4.49
C.H. Heerding Waterlooplein - 2 14
C.H. Heerding Waterlooplein
C H Herwig Waterlooplein - 500.00
C. Kooy Waterlooplein
C. Koning Waterlooplein " 4-4-1903
C. Schilder Waterlooplein " 13-12-1918
S. Israels Waterlooplein
D. Bakker Waterlooplein - 3 37
D. Visser Waterlooplein " 3-4-1894
Gebr.Kooy Waterlooplein
G.G.D. Amsterdam Waterlooplein fl 7732.13
G.G.D. Amsterdam Waterlooplein f 17553 67
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3