Dienstbrief van de overheid.
Origineel
Dienstbrief van de overheid. 19 mei 1944. Departement voor Bijzondere Economische Zaken, Afdeeling: Visscherij (namens de heer Den Dulk). Directeur van het Marktwezen, Markthallen, Jan v. Galenstraat 14, Amsterdam. 29
DEPARTEMENT VOOR BIJZONDERE ECONOMISCHE ZAKEN
AFDEELING: Visscherij
AMSTERDAM, 19 Mei 1944
Keizersgracht 666
No. C. 3650
vdW/Lp
Gelieve bij het antwoord afdeeling, datum en nummer dezer te vermelden
Onderwerp: [Stempel in paars: № 466/04/1 M.1944] [handgeschreven: 20/5]
Den Heer Directeur van het Marktwezen,
Markthallen, Jan v. Galenstraat 14,
A m s t e r d a m.
[Handgeschreven parafen: m.i. Du. (?), Bimp.]
Betr.: H.J. Zwaan, Gijsbr. v. Aemstelstr. 31hs, Amsterdam
De Heer H.J. Zwaan, vischhandelaar, Alhier, heeft zich tot deze Afdeeling gewend met het volgende.
Genoemde Zwaan doet momenteel dienst bij den Landwacht. Hierdoor is het hem niet mogelijk zelf zijn vischtoewijzing af te halen. Hij zou gaarne zien, dat voor dit speciale geval zijn vader vergunning werd verleend den visch in ontvangst te nemen.
Daar dit echter een aangelegenheid is, welke U betreft, verzoekt het Hoofd van deze Afdeeling, de Heer den Dulk, U te dezer zake Uwe medewerking te willen verleenen.
In afwachting Uwer spoedige berichten,
Hoogachtend,
HET HOOFD DER AFD.
V I S S C H E R I J
i.o.
[Handtekening: C. v. d. Weele]
C. v.d. Weele,
secretaresse
[Handgeschreven kanttekeningen linksonder:]
Is reeds toegestaan.
31-5-'44
[Paraaf]
Th. Sieburgh
telef. inform.
dulk!
[verder onleesbare krabbels]
[Rechtsonder paraaf:] UB
(A) 21707 - '43 - K 983 De brief is een formeel administratief verzoek tussen twee gemeentelijke of departementale instanties in bezet Amsterdam. De kern van de zaak is de visvergunning van een handelaar genaamd H.J. Zwaan. Vanwege zijn lidmaatschap van de Landwacht kan hij zijn toegewezen voorraad vis niet persoonlijk ophalen bij de Markthallen. Hij verzoekt daarom of zijn vader dit voor hem mag doen.
Het document vertoont de typische kenmerken van oorlogs-bureaucreatie: de formele 'oude' spelling (bijv. 'visch', 'Uwe'), de precieze nummering en de kenmerkende administratieve stempels. Uit de handgeschreven kanttekening linksonder blijkt dat het verzoek kort daarna, op 31 mei 1944, werd ingewilligd ("Is reeds toegestaan"). Het document dateert van mei 1944, een jaar voor de bevrijding van Nederland. De genoemde Landwacht (Nederlandse Landwacht) was een paramilitair korps opgericht door de NSB om de Duitse bezetter te helpen bij het handhaven van de orde, het bewaken van objecten en het opsporen van onderduikers en verzetslieden.
Dat een visboer dienst deed bij de Landwacht was niet ongewoon; lidmaatschap bood vaak voordelen in de distributie van schaarse goederen of vrijstelling van tewerkstelling in Duitsland. De schaarste tijdens de oorlog betekende dat de handel in vis streng gereguleerd was via een systeem van toewijzingen en vergunningen. Zonder officiële toestemming kon iemand anders (zoals de vader in dit geval) de goederen niet legaal in ontvangst nemen bij de Markthallen. Het adres Keizersgracht 666, waar de Afdeling Visscherij was gevestigd, is een historisch pand in Amsterdam dat tijdens de bezetting diverse bureaucratische functies vervulde.