Archief 745
Inventaris 745-432
Pagina 78
Dossier 55
Jaar 1944
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie (brief).

25 mei 1944. Van: Departement voor Bijzondere Economische Zaken, Afdeeling: Visscherij. Aan: Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke correspondentie (brief). 25 mei 1944. Departement voor Bijzondere Economische Zaken, Afdeeling: Visscherij. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. DEPARTEMENT VOOR BIJZONDERE ECONOMISCHE ZAKEN

AFDEELING: Visscherij

No. C. 3674
AMSTERDAM, 25 Mei 1944
Keizersgracht 666

Gelieve bij het antwoord afdeeling, datum en nummer dezer te vermelden

Onderwerp:
v.d. Ploeg, Amsterdam,
2e Jan Steenstraat 71’

[Stempel in paars:]
Nº 46/91/1 M.1944
[Met handgeschreven toevoeging onder het nummer:] v Kalkum
[Rechts van de stempel:] 26/5

[Handgeschreven notities rechtsboven in blauw en rood:]
m.i. Dir.
[onleesbare krabbel in rood]
31-5-44
S

[Handgeschreven verticaal in de linkermarge:]
Informeer reeds welk
jaar lid der NSB

Den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A m s t e r d a m.

Door verschillende instanties van de N.S.B. werd medewerking voor het volgende ingeroepen.

De heer v.d. Ploeg, wonende 2e Jan Steenstraat 71’, Alhier, is visschventer. Zijn toewijzing, welke gebaseerd is op den bewijsbaren omzet in de basisjaren, is zeer gering. Juist tijdens die periode werd v.d. Ploeg als N.S.B.’er zeer geboycott, waardoor de omzet sterk achteruit ging. Niet alleen toen had hij schade, doch ook nu nog. Zijn inkomsten zijn niet toereikend voor het onderhoud van zijn gezin, bestaande uit totaal 4 personen.

Vroeger kon men ook op de verdienste van den zoon rekenen. In 1941 is deze bij den SS. gegaan. Op het oogenblik wordt hij verpleegd in Wassenaar, daar hij verminkt is. Deze jongen krijgt per week fl 16.80.

De moeder ontvangt als vergoeding fl 55.-- p.m. ,

-/-

[Handgeschreven initialen:] WB (of UB)

(A) 21707 - ‘43 - K 983 Dit document is een treffend voorbeeld van hoe het nationaalsocialistische netwerk in bezet Nederland probeerde haar eigen leden economisch te bevoordelen. Het Departement voor Bijzondere Economische Zaken treedt hier op als pleitbezorger voor een visventer die in financiële nood verkeert.

De kern van het argument is politiek: de man heeft een te lage vis-toewijzing (quotum) omdat zijn omzet in de referentiejaren laag was. De brief stelt dat deze lage omzet het directe gevolg was van een boycot door de bevolking vanwege zijn lidmaatschap van de NSB. Hiermee wordt de economische realiteit van een impopulaire collaborateur geframed als een onrecht dat gecorrigeerd moet worden door de overheid.

Daarnaast wordt de "offerbereidheid" van de familie benadrukt: de zoon is in 1941 bij de Waffen-SS gegaan en is aan het front "verminkt" geraakt. Het feit dat de zoon nu in een herstellingsoord in Wassenaar verblijft en de familie inkomsten mist, wordt gebruikt als morele druk om de vader een hogere toewijzing te verlenen. De handgeschreven kanttekening ("Informeer reeds welk jaar lid der NSB") laat zien dat de ontvanger eerst de ideologische trouw van de aanvrager wilde verifiëren alvorens actie te ondernemen. In mei 1944 bevond Nederland zich in de laatste fase van de bezetting. De economische schaarste was groot en alles was onderworpen aan distributie en toewijzingen (quota). Voor kleine ondernemers zoals visventers was de hoogte van deze toewijzing bepalend voor hun overleven.

De "boycot" waar de brief over spreekt, was een veelvoorkomende vorm van passief verzet onder de Nederlandse bevolking: men kocht simpelweg niet bij winkeliers die bekendstonden als NSB’ers. De NSB probeerde haar leden hiertegen te beschermen door via collaborerende overheidsinstanties extra steun of gunstigere regelingen te regelen.

De vermelding van de zoon bij de SS is eveneens typerend voor deze periode. Veel jonge NSB-mannen tekenden voor de Waffen-SS om aan het Oostfront te vechten. In 1944 keerden velen van hen gewond of verminkt terug naar Nederland, waar zij vaak werden opgevangen in speciale hospitalen of herstellingsoorden (zoals in Wassenaar). De administratieve afhandeling van hun vergoedingen en de gevolgen voor het gezinsinkomen vormden een aanzienlijk deel van de correspondentie tussen verschillende pro-Duitse instanties.

Samenvatting

Dit document is een treffend voorbeeld van hoe het nationaalsocialistische netwerk in bezet Nederland probeerde haar eigen leden economisch te bevoordelen. Het Departement voor Bijzondere Economische Zaken treedt hier op als pleitbezorger voor een visventer die in financiële nood verkeert.

De kern van het argument is politiek: de man heeft een te lage vis-toewijzing (quotum) omdat zijn omzet in de referentiejaren laag was. De brief stelt dat deze lage omzet het directe gevolg was van een boycot door de bevolking vanwege zijn lidmaatschap van de NSB. Hiermee wordt de economische realiteit van een impopulaire collaborateur geframed als een onrecht dat gecorrigeerd moet worden door de overheid.

Daarnaast wordt de "offerbereidheid" van de familie benadrukt: de zoon is in 1941 bij de Waffen-SS gegaan en is aan het front "verminkt" geraakt. Het feit dat de zoon nu in een herstellingsoord in Wassenaar verblijft en de familie inkomsten mist, wordt gebruikt als morele druk om de vader een hogere toewijzing te verlenen. De handgeschreven kanttekening ("Informeer reeds welk jaar lid der NSB") laat zien dat de ontvanger eerst de ideologische trouw van de aanvrager wilde verifiëren alvorens actie te ondernemen.

Historische Context

In mei 1944 bevond Nederland zich in de laatste fase van de bezetting. De economische schaarste was groot en alles was onderworpen aan distributie en toewijzingen (quota). Voor kleine ondernemers zoals visventers was de hoogte van deze toewijzing bepalend voor hun overleven.

De "boycot" waar de brief over spreekt, was een veelvoorkomende vorm van passief verzet onder de Nederlandse bevolking: men kocht simpelweg niet bij winkeliers die bekendstonden als NSB’ers. De NSB probeerde haar leden hiertegen te beschermen door via collaborerende overheidsinstanties extra steun of gunstigere regelingen te regelen.

De vermelding van de zoon bij de SS is eveneens typerend voor deze periode. Veel jonge NSB-mannen tekenden voor de Waffen-SS om aan het Oostfront te vechten. In 1944 keerden velen van hen gewond of verminkt terug naar Nederland, waar zij vaak werden opgevangen in speciale hospitalen of herstellingsoorden (zoals in Wassenaar). De administratieve afhandeling van hun vergoedingen en de gevolgen voor het gezinsinkomen vormden een aanzienlijk deel van de correspondentie tussen verschillende pro-Duitse instanties.

Locaties

Amsterdam (Keizersgracht 666).

Kooplieden in dit dossier 100

A.V. de Jong Waterlooplein - 1 87
A. Koning Waterlooplein " 9-9-1893
A. Koning Waterlooplein Geb. 12-7-1886
A. Sier Waterlooplein " 21-10-1897
A. Merens Waterlooplein
A. Harte Waterlooplein - 3 11
B.C.v.Es Waterlooplein - 5 83
B.C.v.Es Waterlooplein **F 17608 37** (rood)
C. Bras Waterlooplein - 1.65
C. de Jong Waterlooplein - 43
C. de Jong Waterlooplein
C. Dekker Waterlooplein - 1 20
C. Dienst Waterlooplein - 5 24
C. Dienst Waterlooplein - 5.38
C. Dienst Waterlooplein - 7 41
C. Voedselvoorz Waterlooplein - 3 60
C. Voedselvoorz Waterlooplein - 1 27
C.M. Voorstel Waterlooplein - 4.49
C.H. Heerding Waterlooplein - 2 14
C.H. Heerding Waterlooplein
C H Herwig Waterlooplein - 500.00
C. Kooy Waterlooplein
C. Koning Waterlooplein " 4-4-1903
C. Schilder Waterlooplein " 13-12-1918
S. Israels Waterlooplein
D. Bakker Waterlooplein - 3 37
D. Visser Waterlooplein " 3-4-1894
Gebr.Kooy Waterlooplein
G.G.D. Amsterdam Waterlooplein fl 7732.13
G.G.D. Amsterdam Waterlooplein f 17553 67
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3