Handgeschreven brief/verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven brief/verzoekschrift. Vermoedelijk geschreven rond juni 1944 (gebaseerd op de aantekening rechtsonder: 5-6-44). De tekst refereert aan gebeurtenissen tussen 1937 en 1940. Mevr. C. Th. Holst. [1] Was samen met Woudenberg.
[2] Woudenberg in 1939 ziek
[3] geworden.
[4] Mevr. Holst heeft de
[5] zaak nog ± 4 maanden de
[6] zaak voortgezet tot in
[7] 1940. Woudenberg is toen
[8] overleden.
[9] Ik hoop dat dit door u
[10] in behandeling zal worden
[11] genomen, zo dat ik in
[12] aanmerking kan komen
[13] voor een Toewijziging.
[14] Thans is voor Vis.
[15] 18 jaar en ver-
[16] zoekt zij toewijzing
[17] om samen met voorst [?]
[18] weer in vink [?] te gaan Inmiddels verblijf ik
[19] handelen.
[20] Hoogachtend
[21] Mevr. C. Th. Holst
[22] P.S.
[23] Mijn adres is Mevr C. Th. Holst.
[24] Nic. Beetsstr 65 II
[25] Amsterdam
[26] West.
[27] Gevestigd Van 1937 - 1938 Renbaanstr 146
[28] Van herst [?] 1938 tot 1940 Nic Beetsstr 79
[Aantekening rechtsonder:]
[29] Oproepen
[30] 5-6-44
[31] p 1416 de Haan De brief is een verzoek om een "toewijziging", waarschijnlijk gerelateerd aan een standplaats, winkel of een vergunning om te handelen. De schrijfster, Mevr. Holst, legt de geschiedenis uit van haar betrokkenheid bij een zekere Woudenberg, die in 1939 ziek werd en in 1940 overleed. Zij heeft de "zaak" destijds nog enkele maanden voortgezet.
Er wordt specifiek gevraagd om een toewijzing voor ene "Vis" (mogelijk een achternaam of familielid), die nu 18 jaar oud is en weer wil gaan "handelen". De tekst in regel 18 is wat onduidelijk ("vink" zou een specifieke locatie of type handel kunnen zijn, of een verschrijving voor "werk").
De brief bevat een nauwkeurige opgave van woonadressen in Amsterdam West (Renbaanstraat en Nicolaas Beetsstraat) uit de periode vlak voor de oorlog. De aantekening "Oproepen 5-6-44" suggereert dat dit document onderdeel was van een officiële administratieve procedure tijdens de Duitse bezetting, waarbij de verzoeker of de genoemde Vis werd opgeroepen voor een gesprek of keuring. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrategieën en de bureaucratie in bezet Amsterdam in 1944. Terwijl de oorlog zijn laatste jaar inging, probeerden burgers nog steeds via officiële weg vergunningen of toewijzingen te krijgen voor hun levensonderhoud. De Nicolaas Beetsstraat ligt in de Kinkerbuurt, een wijk die destijds dichtbevolkt was en waar veel kleine handelaren woonden. De noodzaak om "weer te gaan handelen" duidt op de precaire economische situatie van die tijd. De naam "de Haan" bij de oproep-notitie verwijst waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaar. C. Th
Samenvatting
De brief is een verzoek om een "toewijziging", waarschijnlijk gerelateerd aan een standplaats, winkel of een vergunning om te handelen. De schrijfster, Mevr. Holst, legt de geschiedenis uit van haar betrokkenheid bij een zekere Woudenberg, die in 1939 ziek werd en in 1940 overleed. Zij heeft de "zaak" destijds nog enkele maanden voortgezet.
Er wordt specifiek gevraagd om een toewijzing voor ene "Vis" (mogelijk een achternaam of familielid), die nu 18 jaar oud is en weer wil gaan "handelen". De tekst in regel 18 is wat onduidelijk ("vink" zou een specifieke locatie of type handel kunnen zijn, of een verschrijving voor "werk").
De brief bevat een nauwkeurige opgave van woonadressen in Amsterdam West (Renbaanstraat en Nicolaas Beetsstraat) uit de periode vlak voor de oorlog. De aantekening "Oproepen 5-6-44" suggereert dat dit document onderdeel was van een officiële administratieve procedure tijdens de Duitse bezetting, waarbij de verzoeker of de genoemde Vis werd opgeroepen voor een gesprek of keuring.
Historische Context
Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrategieën en de bureaucratie in bezet Amsterdam in 1944. Terwijl de oorlog zijn laatste jaar inging, probeerden burgers nog steeds via officiële weg vergunningen of toewijzingen te krijgen voor hun levensonderhoud. De Nicolaas Beetsstraat ligt in de Kinkerbuurt, een wijk die destijds dichtbevolkt was en waar veel kleine handelaren woonden. De noodzaak om "weer te gaan handelen" duidt op de precaire economische situatie van die tijd. De naam "de Haan" bij de oproep-notitie verwijst waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaar.