Brief / Ambtelijke correspondentie
Origineel
Brief / Ambtelijke correspondentie 21 januari 1944 De Directeur (vermoedelijk van het Bureau voor Economische Zaken) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam) [Handgeschreven bovenin:]
Verzonden 21/1 [onleesbaar, mogelijk paraaf]
[Getypt:]
46c/3/lb.M. 1 21 Januari 1944. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
============
In bijlage dezes doe ik U toekomen af-
schrift van een rapport van een 2 tal ambte-
naren van het Bureau voor Economische Zaken,
waaruit blijkt, dat F.Schraal, Geleenstraat 26
huis, alhier op 19 December 1943 visch buiten de
verdeeling om aan den afslag alhier heeft be-
trokken.
Op grond hiervan heb ik Schraal voornoemd
van de verdeeling van visch geschorst.
Ik geef U beleefd in overweging wel te
willen bevorderen, dat bij Besluit van den
Burgemeester Schraal voornoemd voor den tijd van
4 maanden van de verdeeling van visch aan den
afslag wordt uitgesloten.
De Directeur, * **Inhoud:** De directeur van een gemeentelijke instantie rapporteert aan de wethouder over een overtreding van de distributieregels. Een zekere F. Schraal heeft op illegale wijze (buiten het officiële toewijzingssysteem om) vis gekocht bij de visafslag.
- Sanctie: De directeur heeft de persoon in kwestie al direct geschorst van de visverdeling. Hij stelt nu voor om dit via een officieel besluit van de burgemeester te bekrachtigen voor een periode van vier maanden.
- Taalgebruik: Het document is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van de jaren '40, inclusief de toenmalige spelling (bijv. "visch", "verdeeling", "den afslag").
- Locatie: Hoewel de stad niet expliciet wordt genoemd, wijst het adres "Geleenstraat 26" sterk op Amsterdam (Rivierenbuurt). De term "Alhier" bevestigt dat zowel de verzender als de ontvanger zich in dezelfde gemeente bevinden. Dit document stamt uit januari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een nijpend tekort aan voedsel en waren alle levensmiddelen strikt gerantsoeneerd via het distributiestelsel.
Handel "buiten de verdeeling om" werd gezien als zwarte handel of onttrekking aan de officiële voorraad. De overheid (vaak onder druk of toezicht van de bezetter, maar ook uit noodzaak voor eerlijke verdeling) trad hier streng tegen op. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in de stadsorganisatie om de bevolking van voedsel te voorzien. Een uitsluiting van de verdeling voor vier maanden was een zware straf, aangezien men hierdoor volledig afhankelijk werd van (nog duurdere) illegale bronnen voor dat specifieke product.