Archiefdocument
Origineel
[Hoofdtekst]
Ec. politie brengt
veel bij ziekenhuizen en
andere instellingen.
Het is mogelijk om de
door de ec. politie afge-
geven hoeveelheid melk
in te halen. m.i. zouden
dan echter de zieken dewelke
voort moeten hebben, daar-
van de dupe worden. Ik
geef u dan ook in over-
weging de zaak ~~als~~ voor-
zoover het de levering aan
het ziekenhuis betreft, als afgedaan te beschouwen.
7-6-44 de Boer.
[Annotaties in rode inkt, rechtsboven en midden]
12.D.7.
21-5-44
(Verticaal geschreven): Waarom is niet ook de v. stelling gedaan dat dit wordt bijbetaald met coupons?
? besp: 9-6-44
[Annotaties in blauwe inkt onder de rode tekst]
besp: 14-6-44
komt weer voor
nadat alles goed
onderzocht is
voor besl. bij
[onleesbare paraaf] De kern van dit document betreft een administratief-ethisch dilemma rondom de melkvoorziening in oorlogstijd. De Economische Politie (Ec. politie) had melk geleverd aan ziekenhuizen en instellingen, waarschijnlijk buiten de reguliere distributiekanalen om of als resultaat van inbeslagnames. Er lag blijkbaar een voorstel om deze hoeveelheden "in te halen", wat zou betekenen dat toekomstige rantsoenen zouden worden gekort om de balans te herstellen.
De schrijver, De Boer, adviseert hiertegen. Zijn argument is humaan: de zieken die de melk hard nodig hebben voor hun herstel ("voort moeten hebben") zouden hiervan de dupe worden. Hij stelt voor om de kwestie voor wat betreft de ziekenhuizen als afgehandeld ("afgedaan") te beschouwen.
De kanttekeningen tonen het ambtelijke besluitvormingsproces:
1. Een eerdere opmerking (21-5-44) vraagt waarom er niet is voorgesteld om met rantsoenbonnen (coupons) te betalen.
2. De zaak wordt geagendeerd voor bespreking op 9 juni en vervolgens 14 juni 1944, waarbij wordt aangegeven dat er eerst nader onderzoek nodig is voordat er een definitief besluit genomen kan worden. Het document dateert van juni 1944, een periode van toenemende schaarste in het bezette Nederland. De Economische Politie was belast met het opsporen van zwarte handel en het handhaven van de distributiewetten. Melk was een schaars en strikt gerantsoeneerd goed. Dit document illustreert de spanning tussen de strikte bureaucratische handhaving van het distributiesysteem en de praktische, humane noodzaak om instellingen zoals ziekenhuizen te ontzien. De datum 7-6-44 (één dag na D-Day) plaatst het stuk in een historisch kantelpunt van de oorlog, hoewel de ambtelijke molen in Nederland op dat moment nog onverstoord doordraaide. Politie
Samenvatting
De kern van dit document betreft een administratief-ethisch dilemma rondom de melkvoorziening in oorlogstijd. De Economische Politie (Ec. politie) had melk geleverd aan ziekenhuizen en instellingen, waarschijnlijk buiten de reguliere distributiekanalen om of als resultaat van inbeslagnames. Er lag blijkbaar een voorstel om deze hoeveelheden "in te halen", wat zou betekenen dat toekomstige rantsoenen zouden worden gekort om de balans te herstellen.
De schrijver, De Boer, adviseert hiertegen. Zijn argument is humaan: de zieken die de melk hard nodig hebben voor hun herstel ("voort moeten hebben") zouden hiervan de dupe worden. Hij stelt voor om de kwestie voor wat betreft de ziekenhuizen als afgehandeld ("afgedaan") te beschouwen.
De kanttekeningen tonen het ambtelijke besluitvormingsproces:
1. Een eerdere opmerking (21-5-44) vraagt waarom er niet is voorgesteld om met rantsoenbonnen (coupons) te betalen.
2. De zaak wordt geagendeerd voor bespreking op 9 juni en vervolgens 14 juni 1944, waarbij wordt aangegeven dat er eerst nader onderzoek nodig is voordat er een definitief besluit genomen kan worden.
Historische Context
Het document dateert van juni 1944, een periode van toenemende schaarste in het bezette Nederland. De Economische Politie was belast met het opsporen van zwarte handel en het handhaven van de distributiewetten. Melk was een schaars en strikt gerantsoeneerd goed. Dit document illustreert de spanning tussen de strikte bureaucratische handhaving van het distributiesysteem en de praktische, humane noodzaak om instellingen zoals ziekenhuizen te ontzien. De datum 7-6-44 (één dag na D-Day) plaatst het stuk in een historisch kantelpunt van de oorlog, hoewel de ambtelijke molen in Nederland op dat moment nog onverstoord doordraaide.