Handgeschreven administratieve notitie op een systeemkaart of dossierfragment.
Origineel
Handgeschreven administratieve notitie op een systeemkaart of dossierfragment. 12 juni 1944. (In zwarte inkt:)
Schoorl Jr. had ook opsporing overgenomen
voor zijn vader, die ziek was.
Zie verder rapport Stein.
m.i. als afgedaan te beschouwen
12-6-44.
de Heer
(In rode inkt:)
Rapp. Stein
Wil dit zeggen dat Schoorl
maar eigenmachtig naar Noordermarkt
is gegaan i.p.v. naar Nieuwmarkt?
En is dat door Marktwezen zonder meer
geduld?
Had hij machtiging van C.P. de Ruyter
om zijn vader mee te nemen? Het document betreft een interne afwikkeling van een dossier betreffende een zekere "Schoorl Jr.". De oorspronkelijke schrijver (ondertekend met "de Heer") merkt op dat de jongere Schoorl de opsporingstaken van zijn zieke vader had overgenomen en adviseert om de zaak als afgehandeld ("afgedaan") te beschouwen, onder verwijzing naar een rapport van ene Stein.
De rode kanttekeningen duiden op een hiërarchische controle. De criticus stelt indringende vragen over de gang van zaken:
1. Onbevoegd handelen: Er wordt getwijfeld of Schoorl Jr. wel naar de Noordermarkt had mogen gaan in plaats van de beoogde bestemming (waarschijnlijk de Nieuwmarkt).
2. Toezicht: Er wordt gevraagd of de dienst "Marktwezen" (verantwoordelijk voor de marktordening) dit gedrag zomaar heeft getolereerd.
3. Autorisatie: Er is onduidelijkheid over de officiële machtiging door een superieur, C.P. de Ruyter, voor zowel de taakovername als het meenemen van zijn vader. De datum, 12 juni 1944, plaatst dit document in de turbulente periode vlak na D-Day tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze tijd was de controle op markten en distributie in steden als Amsterdam extreem streng vanwege de schaarste en de zwarte handel. De dienst "Marktwezen" speelde hierin een centrale rol. De notitie weerspiegelt de bureaucratische nauwkeurigheid en de argwaan die kenmerkend waren voor overheidsinstanties en de politie in die periode, waarbij elke afwijking van de opdracht (zoals een locatiewissel) direct tot kritische vragen leidde. C.P. de Ruyter Marktwezen Politie
Samenvatting
Het document betreft een interne afwikkeling van een dossier betreffende een zekere "Schoorl Jr.". De oorspronkelijke schrijver (ondertekend met "de Heer") merkt op dat de jongere Schoorl de opsporingstaken van zijn zieke vader had overgenomen en adviseert om de zaak als afgehandeld ("afgedaan") te beschouwen, onder verwijzing naar een rapport van ene Stein.
De rode kanttekeningen duiden op een hiërarchische controle. De criticus stelt indringende vragen over de gang van zaken:
1. Onbevoegd handelen: Er wordt getwijfeld of Schoorl Jr. wel naar de Noordermarkt had mogen gaan in plaats van de beoogde bestemming (waarschijnlijk de Nieuwmarkt).
2. Toezicht: Er wordt gevraagd of de dienst "Marktwezen" (verantwoordelijk voor de marktordening) dit gedrag zomaar heeft getolereerd.
3. Autorisatie: Er is onduidelijkheid over de officiële machtiging door een superieur, C.P. de Ruyter, voor zowel de taakovername als het meenemen van zijn vader.
Historische Context
De datum, 12 juni 1944, plaatst dit document in de turbulente periode vlak na D-Day tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze tijd was de controle op markten en distributie in steden als Amsterdam extreem streng vanwege de schaarste en de zwarte handel. De dienst "Marktwezen" speelde hierin een centrale rol. De notitie weerspiegelt de bureaucratische nauwkeurigheid en de argwaan die kenmerkend waren voor overheidsinstanties en de politie in die periode, waarbij elke afwijking van de opdracht (zoals een locatiewissel) direct tot kritische vragen leidde.