Ambbtelijk proces-verbaal (verslag van een overtreding).
Origineel
Ambbtelijk proces-verbaal (verslag van een overtreding). geen twee honderd pond visch was doch 140 pond, maar zeide
hij mijn vrouw komt mij achterop met de andere 60 pond schol
rede hiervoor gaf hij op dat de kar waarmede hij de visch
vervoerde te klein was om de twee honderd pond visch te vervoeren
Ik heb tegen Peur gezegd als je vrouw komt met de 60 pond
schol is het in orde, doch na de verkoop van de geheele
aanvoer welke daarverkocht moest worden was Peur zijn
vrouw nog niet verschenen Om zeker te zijn van de aanvoer
der 140 pond schol heb ik de aanvoer door middel van
tellen of beter gezegd turfen den verkoop gecontroleerd en
kwam tot de einduitslag dat er inderdaad 140 pond schol
was verkocht en geen 200 pond. Hij had volgens de
afslagbriefjes moeten aanvoeren 200 pond maar bracht
140 pond, waarmede ik een te kort konstateerde van 60 pond
schol als te weinig aangevoerd. Ik heb Peur hierop gewezen
en hem medegedeeld hierover aan de Directie Marktwezen
te zullen rapporteeren. ——————
Dit proces-verbaal op ambtseed opgemaakt,
geteekend en gesloten te Amsterdam den 30 Augustus 1944
De Ambtenaar van het Marktwezen
voornomd
[Handtekening: M. Rijswart]
[Doorgehaalde passage:]
~~zijn echtgenoote het ontbrekende zou brengen, omdat~~
~~hij op de auto hem ongeva[...] [...] ~~
~~zoo kilo [...] kon worden vervoerd.~~
Ik heb Peur dit proces-verbaal aangezegd en
aldus op afgelegden ambtseed opgemaakt
en geteekend te Amsterdam, den 30sten Augustus
1944
De Ambtenaar van het marktwezen, In dit document doet een ambtenaar van het Amsterdamse Marktwezen verslag van een onregelmatigheid bij de visafslag. Een handelaar genaamd Peur had op papier (de afslagbriefjes) 200 pond schol opgegeven, maar leverde er feitelijk slechts 140 af.
De handelaar gebruikte de smoes dat zijn kar te klein was en dat zijn vrouw de resterende 60 pond later zou brengen. De ambtenaar vertrouwde de zaak niet en controleerde de werkelijke verkoop door de verkochte eenheden te 'turfen'. Hieruit bleek onomstotelijk dat er inderdaad 60 pond vis ontbrak. De ambtenaar heeft de handelaar hierop aangesproken en een officieel proces-verbaal opgemaakt ten behoeve van de Directie Marktwezen. Dit document is gedateerd op 30 augustus 1944. Dit is een cruciale periode in de Nederlandse geschiedenis: de laatste fase van de Duitse bezetting, vlak voor 'Dolle Dinsdag' (5 september 1944) en de daaropvolgende Hongerwinter.
Tijdens de bezetting was er een grote schaarste aan voedsel en was alles streng gerantsoeneerd. De handel in vis en andere levensmiddelen werd strikt gecontroleerd door instanties zoals het Marktwezen om zwarte handel te voorkomen. Het 'achterhouden' van 60 pond vis was in die tijd een ernstig vergrijp, omdat dit direct ten koste ging van de officiële voedselvoorziening en waarschijnlijk bedoeld was voor de illegale (zwarte) markt, waar de prijzen vele malen hoger lagen. De ambtseed en de nauwkeurige controle (het turfen) onderstrepen de ernst waarmee dergelijke economische delicten in oorlogstijd werden behandeld.