Getypt financieel overzicht (belastingberekening).
Origineel
Getypt financieel overzicht (belastingberekening). 1944 (betreft het eerste kwartaal). BEREKENING OMZETBELASTING KOELHUIS CENTRALE MARKT
-------------------------------------------------
EXPLOITATIE N.V.NEDERLANDSCHE VEILING "AMSTERDAM" CENTRALE MARK
---------------------------------------------------------------
DE EXPLOITATIE IS VERSCHULDIGD AAN DEN ONTVANGER .
-------------------------------------------------
1944.
-----
KOELLOON
--------
Januari F. 25996.59 ✓
Februari " 7095.83 ✓
MAART " 11434.47 ✓ F. 44526.89 ✓
----------
ADMINISTRATIEKOSTEN EN ASSURANTIE
---------------------------------
Januari F. 462.04 ✓
Februari " 392.79 ✓
Maart " 423.98 ✓ 1278.81 ✓
----------
PROVISIE
--------
Januari F. 3899.49 ✓
Februari " 1064.37 ✓
Maart " 1715.17 ✓ 6679.03 ✓
---------- ----------
F. 52484.73
----------
----------
à 2% F. 1049.69
---------- * **Structuur:** Het document is een overzichtelijke optelling van inkomstenbronnen over drie maanden (januari t/m maart 1944). De posten zijn onderverdeeld in Koelloon, Administratiekosten/Assurantie en Provisie.
- Berekening: Het totale belastbare bedrag over het kwartaal is F. 52.484,73. Hierover is een omzetbelastingtarief van 2% toegepast, wat resulteert in een verschuldigd bedrag van F. 1049,69.
- Kenmerken: Het document bevat diverse rode handgeschreven vinkjes (✓), wat wijst op een formele controle door een accountant of een ambtenaar van de belastingdienst. Opvallend is de spelfout in de tweede kopregel ("MARK" in plaats van "MARKT"). Op de achtergrond is een vaag stempel of watermerk zichtbaar. Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de Duitse bezetting bleven administratieve en fiscale processen rondom de voedselvoorziening in Amsterdam, zoals de Centrale Markt, functioneren. De omzetbelasting was in 1940 door de bezetter ingevoerd als een nieuwe vorm van belastingheffing. De N.V. Nederlandsche Veiling "Amsterdam" was een centrale speler in de distributie van levensmiddelen; de koelfaciliteiten waren cruciaal voor de houdbaarheid van de voorraden in de stad. De term "den Ontvanger" verwijst naar de Rijksontvanger van de belastingen.