Getypte zakelijke brief (mogelijk een doorslag of vervolgblad).
Origineel
Getypte zakelijke brief (mogelijk een doorslag of vervolgblad). 15 januari 1940 (getypt als "15 Januari x 40"). Onbekend (ondertekend door "De Directeur"). 1
59/20/4
Utrecht.
15 Januari x 40
N.V. Van der Hoorn & Wou-
da,
worden toegeschreven aan de verbeteringspogingen van Uw mon-
teur.
Ik zie mij dus genoodzaakt het standpunt, waarvan U mede-
deeling werd gedaan met mijn brief d.d. 23-11-39 ten aanzien
van de daarin genoemde rekening, te handhaven en verzoek U
dus, zooals U reeds zelf voorstelde, deze rekening te doen
vervallen.
De Directeur, Het document is een zakelijke mededeling betreffende een financieel geschil. De auteur van de brief, de directeur van een niet nader genoemd bedrijf, weigert een rekening te betalen aan de firma Van der Hoorn & Wouda. De kern van het geschil ligt bij werkzaamheden uitgevoerd door een monteur van de tegenpartij; de directeur stelt dat de gemaakte kosten het gevolg zijn van diens (vruchteloze) "verbeteringspogingen". Er wordt gerefereerd aan eerdere correspondentie van 23 november 1939. De directeur verzoekt om de rekening te laten vervallen, waarbij hij opmerkt dat dit voorstel schijnbaar al eerder door de tegenpartij zelf was geopperd. Hoewel er een "1" bovenaan de pagina staat, suggereert de afgebroken eerste zin dat dit blad een vervolg is op een eerdere pagina. De brief is gedateerd op 15 januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. N.V. Van der Hoorn & Wouda was een bekende Utrechtse firma, destijds gevestigd aan de Catharijnesingel, die gespecialiseerd was in de handel in automobielen (o.a. Ford en Lincoln) en technische onderdelen. Dit verklaart de referentie naar een "monteur". Dergelijke correspondentie biedt inzicht in de zakelijke omgangsvormen en de juridisch-administratieve afhandeling van technische defecten en facturatie in het vooroorlogse Nederland. N.V. Van
Samenvatting
Het document is een zakelijke mededeling betreffende een financieel geschil. De auteur van de brief, de directeur van een niet nader genoemd bedrijf, weigert een rekening te betalen aan de firma Van der Hoorn & Wouda. De kern van het geschil ligt bij werkzaamheden uitgevoerd door een monteur van de tegenpartij; de directeur stelt dat de gemaakte kosten het gevolg zijn van diens (vruchteloze) "verbeteringspogingen". Er wordt gerefereerd aan eerdere correspondentie van 23 november 1939. De directeur verzoekt om de rekening te laten vervallen, waarbij hij opmerkt dat dit voorstel schijnbaar al eerder door de tegenpartij zelf was geopperd. Hoewel er een "1" bovenaan de pagina staat, suggereert de afgebroken eerste zin dat dit blad een vervolg is op een eerdere pagina.
Historische Context
De brief is gedateerd op 15 januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. N.V. Van der Hoorn & Wouda was een bekende Utrechtse firma, destijds gevestigd aan de Catharijnesingel, die gespecialiseerd was in de handel in automobielen (o.a. Ford en Lincoln) en technische onderdelen. Dit verklaart de referentie naar een "monteur". Dergelijke correspondentie biedt inzicht in de zakelijke omgangsvormen en de juridisch-administratieve afhandeling van technische defecten en facturatie in het vooroorlogse Nederland.