Archief 745
Inventaris 745-294
Pagina 181
Dossier 83
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

30 oktober 1939.

Origineel

30 oktober 1939. DIRECTIE MARKTWEZEN AMSTERDAM

Vervolg No. 1 van brief dd. 30 October 1939.
No. 62/7/5 M. aan den Heer Wethouder voor de
te Amsterdam. Levensmiddelen,


nagegaan, wie haar heeft bedreven: de huurder of een lid van zijn personeel. Voor toepassing der strafbepaling van het Reglement op de Centrale Markt is echter steeds noodig, dat de individueele dader kan worden aangewezen.

Ik geef er daarom de voorkeur aan om - evenals reeds vroeger is geschied - een circulaire aan alle huurders van pakhuisafdeelingen op de Centrale Markt te richten, van welke circulaire ik U in bijlage dezes een ~~afschrift~~ ^concept^ doe toekomen. ^Nieuw is, dat^ [Handgeschreven in de kantlijn:] ~~daarin thans onder meer wordt~~ ~~Daarin wordt onder andere~~ bepaald, dat defecten, die blijken te zijn ontstaan door onoordeelkundige behandeling der rolluiken, op kosten van de huurders zullen worden hersteld. De preventieve werking hiervan is ~~ongetwijfeld~~ ^wellicht^ grooter, dan een bedreiging met straffen, die op grond van het bovenstaande, in de practijk zelden of nooit kunnen worden opgelegd.

Ik zal gaarne van U vernemen, ^of^ ~~dat~~ U zich ermede vereenigt, dat de door mij bedoelde circulaire aan de huurders der pakhuisafdeelingen wordt gericht en dat uitvaardiging van strafbepalingen achterwege blijft.

[Doorgehaalde tekst/krabbel]

De Directeur,
[Handtekening]

Model A.Z. 15-2000-3-'38-1403 * Kernprobleem: De directeur stelt vast dat het juridisch lastig is om straffen uit te delen voor schade aan markteigendommen (specifiek rolluiken). Volgens het marktreglement moet namelijk bewezen worden wie de individuele dader is (de huurder zelf of een personeelslid), wat in de praktijk bijna onmogelijk is.
* Voorgestelde oplossing: In plaats van strafrechtelijke handhaving stelt de directeur een civielrechtelijke benadering voor. Door een circulaire te sturen waarin staat dat álle schade door onjuist gebruik direct verhaald wordt op de huurder, hoopt men op een betere preventieve werking. De financiële prikkel is hier effectiever dan de dreiging met een onuitvoerbare strafbepaling.
* Taalgebruik en correcties: De tekst bevat interessante redactionele wijzigingen. De verandering van "afschrift" naar "concept" duidt op de status van het bijgevoegde document. Het wijzigen van "ongetwijfeld" naar "wellicht" verzacht de stellingname naar de wethouder toe, wat getuigt van ambtelijke voorzichtigheid. Dit document stamt uit oktober 1939, een periode waarin de Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center terrein aan de Jan van Galenstraat) een cruciale rol speelde in de voedselvoorziening van de stad. Gezien de recente mobilisatie en de dreigende oorlogssituatie was een efficiënt beheer van de distributiepunten essentieel. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze jaren een zeer belangrijke politieke figuur. De brief toont de dagelijkse ambtelijke realiteit: het zoeken naar praktische oplossingen voor handhavingsproblemen binnen de infrastructuur van de stad.

Samenvatting

  • Kernprobleem: De directeur stelt vast dat het juridisch lastig is om straffen uit te delen voor schade aan markteigendommen (specifiek rolluiken). Volgens het marktreglement moet namelijk bewezen worden wie de individuele dader is (de huurder zelf of een personeelslid), wat in de praktijk bijna onmogelijk is.
  • Voorgestelde oplossing: In plaats van strafrechtelijke handhaving stelt de directeur een civielrechtelijke benadering voor. Door een circulaire te sturen waarin staat dat álle schade door onjuist gebruik direct verhaald wordt op de huurder, hoopt men op een betere preventieve werking. De financiële prikkel is hier effectiever dan de dreiging met een onuitvoerbare strafbepaling.
  • Taalgebruik en correcties: De tekst bevat interessante redactionele wijzigingen. De verandering van "afschrift" naar "concept" duidt op de status van het bijgevoegde document. Het wijzigen van "ongetwijfeld" naar "wellicht" verzacht de stellingname naar de wethouder toe, wat getuigt van ambtelijke voorzichtigheid.

Historische Context

Dit document stamt uit oktober 1939, een periode waarin de Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center terrein aan de Jan van Galenstraat) een cruciale rol speelde in de voedselvoorziening van de stad. Gezien de recente mobilisatie en de dreigende oorlogssituatie was een efficiënt beheer van de distributiepunten essentieel. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze jaren een zeer belangrijke politieke figuur. De brief toont de dagelijkse ambtelijke realiteit: het zoeken naar praktische oplossingen voor handhavingsproblemen binnen de infrastructuur van de stad.

Kooplieden in dit dossier 39

A.C. de Graaf - 187 45
A.P. Tabak - 59 70
B. Groenewold - 0 96
B. Moffie - 117 85
Barend Polak - 0 02
Brusse Sippel - 1 68
C.H. Heerding - 54 68
C. Kooy - 0 20
C. Ouhof - 161 94
C. Tabak - 0 38
P. Albers - 4 20
F. Lindeman - 3 15
G. Bakker - 23 97
G. v.d. Brink - 2662 13
G Tershuis - 12 81
G. van Dijk - 5 88
G. Ruhi - 0 69
H. Kuipers - 3 82
J.B. Hakker - 1 58
J.D. Elings - 27 67
J. Posener 80 41
J. Stodel - 0 39
J. Telman - 0 35
A. Geboorte f [19,40]
Alle 39 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 4