Handgeschreven memo of briefkaart betreffende een kolenlevering.
Origineel
Handgeschreven memo of briefkaart betreffende een kolenlevering. 30 maart 1939 (met referentie naar een schrijven van 23 maart 1939). De Heer Directeur van de Gemeentelijke Gasfabriek (Gem. Gasfabriek). [Linksboven in rood potlood:]
63/2/4
[Rechtsboven:]
De Heer Directeur
Gem. Gasfabriek
[Hoofdtekst:]
In antw op Uw schr. d d 23 Mrt 39
stel ik U voor de levering van de aan-
gevraagde 225 Ton nootjes v/h Koolhuis, als
volgt te doen uitvoeren:
90 Ton vetnootjes 4 en
125 " mager " 5.
[Linksonder:]
30/3-'39 [Paraaf/Initialen]
[Rechtsonder in lichtblauw potlood:]
7 Het document betreft een formeel voorstel of bevestiging voor de logistieke afhandeling van een aanzienlijke hoeveelheid steenkool (225 ton). De correspondentie vindt plaats tussen een (niet nader genoemde) functionaris of leverancier en de directeur van een Gemeentelijke Gasfabriek.
Er wordt specifiek onderscheid gemaakt tussen twee soorten kolen:
1. Vetnootjes 4: Een type steenkool met veel vluchtige bestanddelen, zeer geschikt voor de productie van lichtgas in gasfabrieken. De '4' duidt op de zeefmaat (grootte van de brokken).
2. Magere nootjes 5: Een type steenkool (antracietachtig) met weinig vlam en rook, vaak gebruikt voor verwarming. De '5' duidt eveneens op de maatvoering.
De afkorting "v/h" staat voor "van het". Het "Koolhuis" verwijst naar de opslagplaats waaruit de levering moet plaatsvinden. In 1939, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, waren gemeentelijke gasfabrieken cruciaal voor de stedelijke energievoorziening. Zij produceerden stadsgas uit steenkool voor koken, verwarming en straatverlichting. Gezien de datum (maart 1939) valt dit document in de periode van de Nederlandse mobilisatie en de groeiende internationale spanningen, waarbij het beheer van strategische brandstofvoorraden een hoge prioriteit had voor het draaiende houden van de vitale infrastructuur. De precieze locatie van de gasfabriek wordt niet vermeld, maar het document is representatief voor de administratieve gang van zaken bij nutsbedrijven in die tijd.
Samenvatting
Het document betreft een formeel voorstel of bevestiging voor de logistieke afhandeling van een aanzienlijke hoeveelheid steenkool (225 ton). De correspondentie vindt plaats tussen een (niet nader genoemde) functionaris of leverancier en de directeur van een Gemeentelijke Gasfabriek.
Er wordt specifiek onderscheid gemaakt tussen twee soorten kolen:
1. Vetnootjes 4: Een type steenkool met veel vluchtige bestanddelen, zeer geschikt voor de productie van lichtgas in gasfabrieken. De '4' duidt op de zeefmaat (grootte van de brokken).
2. Magere nootjes 5: Een type steenkool (antracietachtig) met weinig vlam en rook, vaak gebruikt voor verwarming. De '5' duidt eveneens op de maatvoering.
De afkorting "v/h" staat voor "van het". Het "Koolhuis" verwijst naar de opslagplaats waaruit de levering moet plaatsvinden.
Historische Context
In 1939, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, waren gemeentelijke gasfabrieken cruciaal voor de stedelijke energievoorziening. Zij produceerden stadsgas uit steenkool voor koken, verwarming en straatverlichting. Gezien de datum (maart 1939) valt dit document in de periode van de Nederlandse mobilisatie en de groeiende internationale spanningen, waarbij het beheer van strategische brandstofvoorraden een hoge prioriteit had voor het draaiende houden van de vitale infrastructuur. De precieze locatie van de gasfabriek wordt niet vermeld, maar het document is representatief voor de administratieve gang van zaken bij nutsbedrijven in die tijd.