Handgeschreven ambtelijke of zakelijke notitie / intern memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke of zakelijke notitie / intern memo. 12 januari 1939. [Rechtsboven, in klein handschrift:]
Rapporteeren, dat de man reeds
maanden lang ziek is; is financieel
op. Contract ontbinden.
[Doorstreept: Het publiek...] [Signatuur: Whaar?]
[Hoofdtekst:]
Leer.
L. Kloots pier D.
veel schuld.
gaat 8 weken
Paaschbrood bakken.
wil geen brief voor ont-
heffing schrijven.
Broerse gaat verhuren
aan een ander met de
bekende clausule (v.d. Berg)
Moeten we Kloots nog
schrijven?
[In een ander, schuiner handschrift:]
M.i. W.C.M. schrijven om
ontbinding huurcontract.
Dr. Muller
[Onderaan rechts:]
Gegevens v.r.p.
schuld enz. 12-1-’39 [paraaf]
[Linksonder in rood potlood:]
Z.I.Z. [of 2.0.2] Het document is een verslag van de precaire situatie van een huurder of pachter, L. Kloots. De man verkeert in een hopeloze financiële positie ("is financieel op", "veel schuld") die verergerd wordt door langdurige ziekte. Er is sprake van incidentele inkomsten uit seizoensarbeid (acht weken paasbrood bakken), maar dit is onvoldoende om zijn verplichtingen na te komen.
Opvallend is dat Kloots weigert een brief voor 'ontheffing' te schrijven; mogelijk een trotskwestie of onwil om medewerking te verlenen aan zijn eigen dossier. De beheerder Broerse anticipeert hierop door de ruimte al aan een ander (v.d. Berg) toe te zeggen onder een 'bekende clausule' (waarschijnlijk een ontbindingsclausule bij wanbetaling).
De ambtelijke conclusie van Dr. Muller is hard: er moet worden overgegaan tot ontbinding van het huurcontract. De afkorting "M.i. W.C.M." staat waarschijnlijk voor "Mijns inziens Woon- en Commissie Maatschappij" (of een vergelijkbare lokale instantie). De notitie stamt uit januari 1939. Dit was de staart van de economische crisis van de jaren '30 in Nederland. In deze periode was er nog geen uitgebreid sociaal vangnet zoals wij dat nu kennen; ziekte betekende vaak direct inkomstenverlies en schulden. Het document illustreert de zakelijke, bijna kille manier waarop dossiers van 'onvermogenden' werden afgehandeld door instanties in die tijd. Het detail over het bakken van paasbrood plaatst de situatie in het ritme van het vooroorlogse bakkersambacht. L. Kloots (betrokkene) Broerse (beheerder/verhuurder) v.d. Berg (beoogd opvolger) Dr. Muller (adviseur/beslisser).
Samenvatting
Het document is een verslag van de precaire situatie van een huurder of pachter, L. Kloots. De man verkeert in een hopeloze financiële positie ("is financieel op", "veel schuld") die verergerd wordt door langdurige ziekte. Er is sprake van incidentele inkomsten uit seizoensarbeid (acht weken paasbrood bakken), maar dit is onvoldoende om zijn verplichtingen na te komen.
Opvallend is dat Kloots weigert een brief voor 'ontheffing' te schrijven; mogelijk een trotskwestie of onwil om medewerking te verlenen aan zijn eigen dossier. De beheerder Broerse anticipeert hierop door de ruimte al aan een ander (v.d. Berg) toe te zeggen onder een 'bekende clausule' (waarschijnlijk een ontbindingsclausule bij wanbetaling).
De ambtelijke conclusie van Dr. Muller is hard: er moet worden overgegaan tot ontbinding van het huurcontract. De afkorting "M.i. W.C.M." staat waarschijnlijk voor "Mijns inziens Woon- en Commissie Maatschappij" (of een vergelijkbare lokale instantie).
Historische Context
De notitie stamt uit januari 1939. Dit was de staart van de economische crisis van de jaren '30 in Nederland. In deze periode was er nog geen uitgebreid sociaal vangnet zoals wij dat nu kennen; ziekte betekende vaak direct inkomstenverlies en schulden. Het document illustreert de zakelijke, bijna kille manier waarop dossiers van 'onvermogenden' werden afgehandeld door instanties in die tijd. Het detail over het bakken van paasbrood plaatst de situatie in het ritme van het vooroorlogse bakkersambacht.