Ambtelijke notitie / Intern memo betreffende een openstaande schuld.
Origineel
Ambtelijke notitie / Intern memo betreffende een openstaande schuld. [Stempel linksboven:]
Nº 64/6 / M. 1939 ^26/_7
fa Wed. Cosman
in 1936 is een schuld ontstaan
wegens pakhuis huur à ƒ 656.25
Met Cosman werd een betalings-
regeling getroffen waarbij hij ƒ 20.-
per maand moest afbetalen.
Dit laatste bedrag werd in Juni
1937 verminderd tot ƒ 10.- p maand
in 1937 werd betaald ƒ 203.75
in 1938 " " 6 x ƒ 10.- ƒ 60.-
——————
totaal ƒ 263.75
——————
Schuld per 1-1-1939 ƒ 392.50
==============
De kwitanties à ƒ 10.- over de maanden
Dec 1938 en Jan 1939 waren
heden 26-1 1939 nog niet voldaan.
m.i. moet er bij de fa Cosman op aangedrongen
worden dat de schuld regelmatig met (minstens
ƒ 10 per maand) ƒ 120.- per jaar verminderd.
26/1 39 [Paraaf] Ar. Boverse
[Onderaan in potlood bijgeschreven:]
64/44/1 t/m 15 - 36
64/28 - 37 Het document is een overzicht van een schuldvordering die dateert uit 1936. De kernpunten zijn:
* Oorsprong: Een schuld van ƒ 656,25 wegens de huur van een pakhuis.
* Betalingsregeling: Oorspronkelijk was ƒ 20,- per maand afgesproken, maar dit is in juni 1937 gehalveerd naar ƒ 10,- per maand.
* Status per begin 1939: Er is in totaal ƒ 263,75 afbetaald. De restschuld op 1 januari 1939 bedraagt ƒ 392,50.
* Probleemstelling: De betalingen over december 1938 en januari 1939 zijn nog niet voldaan.
* Advies: De opsteller adviseert om de firma aan te manen tot een structurele afbetaling van minstens ƒ 120,- per jaar (ƒ 10,- per maand). Dit document past in de administratieve context van het vooroorlogse Nederland (januari 1939). De "Firma Weduwe Cosman" wijst op een onderneming die na het overlijden van de heer Cosman door zijn weduwe werd voortgezet. De naam Cosman komt in deze periode frequent voor in de administratie van Joodse handelsfamilies in steden als Amsterdam, Rotterdam of Den Haag.
De zorgvuldige boekhoudkundige verantwoording — waarbij zelfs kleine bedragen van tien gulden nauwgezet worden bijgehouden — is typerend voor de ambtelijke efficiëntie van die tijd. De potloodaantekeningen onderaan verwijzen waarschijnlijk naar andere dossiers of eerdere jaren (1936-1937) binnen het archiefsysteem. De restschuld van bijna 400 gulden was in 1939 een aanzienlijk bedrag (ter vergelijking: een gemiddeld arbeidersloon lag destijds rond de 25 à 30 gulden per week).