Getypte administratieve opgave (doorslag of lichte afdruk).
Origineel
Getypte administratieve opgave (doorslag of lichte afdruk). Juli 1940. Opgave
ingevolge de circulaire van den Wethouder voor de Pensioenen
(No. 2311 P.B.) van aan wachtgelders bij het Marktwezen over de
maand Juli 1940 te betalen salarissen.
No. SA/99/1 H.1940.
C. Bakker – controleur-marktopzichter
Bruto-salaris Kindertoeslag
ƒ 143,74 ƒ 4,33
S. Dijksma – controleur
Bruto-salaris
ƒ 141,66
L.F. Fleurbaay – schrijver
Bruto-salaris Kindertoeslag
ƒ 126,25 ƒ 4,33
P. Plakhé – controleur
Bruto-salaris
ƒ 141,66
[Handgeschreven in rood:]
SA/99/1 (Augustus)
1/8 - '40
[Paraaf in zwarte inkt] Dit document is een specifiek overzicht van loonbetalingen aan vier personen die als "wachtgelder" te boek stonden bij de gemeentelijke dienst Marktwezen. Wachtgeld was een uitkering voor ambtenaren die tijdelijk of blijvend buiten actieve dienst waren gesteld (bijvoorbeeld door reorganisatie), maar nog wel verbonden bleven aan de organisatie.
De lijst vermeldt de volgende ambtenaren:
* C. Bakker: Ontving in totaal ƒ 148,07 (salaris + kindertoeslag).
* S. Dijksma: Ontving ƒ 141,66.
* L.F. Fleurbaay: Ontving als schrijver (klerk) het laagste basissalaris van de groep, namelijk ƒ 126,25, aangevuld met kindertoeslag.
* P. Plakhé: Ontving eveneens ƒ 141,66.
De handgeschreven aantekeningen onderaan in rood duiden op de administratieve verwerking voor de daaropvolgende maand (augustus) en de datum van boeking: 1 augustus 1940. Het document dateert uit juli 1940, kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). De ambtenarij bleef in deze beginfase grotendeels op de oude voet doorfunctioneren. De term "Wethouder voor de Pensioenen" duidt op een gemeentelijke structuur.
Dat deze mannen op wachtgeld stonden, kan diverse redenen hebben, variërend van een overschot aan personeel bij de markten door de oorlogsomstandigheden tot reguliere pensioenvoorbereidingen. In deze periode van de oorlog was de grootschalige vervolging en het ontslag van Joodse ambtenaren (die pas in het najaar van 1940 serieus vorm kreeg) nog niet in volle gang, waardoor dit document primair gezien moet worden als een stuk reguliere oorlogs-bureaucreatie. De bedragen geven een goed beeld van de ambtenarensalarissen in die tijd; een bedrag van circa 140 gulden per maand was toen een redelijk middeninkomen. C. Bakker L.F. Fleurbaay P. Plakh S. Dijksma Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een specifiek overzicht van loonbetalingen aan vier personen die als "wachtgelder" te boek stonden bij de gemeentelijke dienst Marktwezen. Wachtgeld was een uitkering voor ambtenaren die tijdelijk of blijvend buiten actieve dienst waren gesteld (bijvoorbeeld door reorganisatie), maar nog wel verbonden bleven aan de organisatie.
De lijst vermeldt de volgende ambtenaren:
* C. Bakker: Ontving in totaal ƒ 148,07 (salaris + kindertoeslag).
* S. Dijksma: Ontving ƒ 141,66.
* L.F. Fleurbaay: Ontving als schrijver (klerk) het laagste basissalaris van de groep, namelijk ƒ 126,25, aangevuld met kindertoeslag.
* P. Plakhé: Ontving eveneens ƒ 141,66.
De handgeschreven aantekeningen onderaan in rood duiden op de administratieve verwerking voor de daaropvolgende maand (augustus) en de datum van boeking: 1 augustus 1940.
Historische Context
Het document dateert uit juli 1940, kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). De ambtenarij bleef in deze beginfase grotendeels op de oude voet doorfunctioneren. De term "Wethouder voor de Pensioenen" duidt op een gemeentelijke structuur.
Dat deze mannen op wachtgeld stonden, kan diverse redenen hebben, variërend van een overschot aan personeel bij de markten door de oorlogsomstandigheden tot reguliere pensioenvoorbereidingen. In deze periode van de oorlog was de grootschalige vervolging en het ontslag van Joodse ambtenaren (die pas in het najaar van 1940 serieus vorm kreeg) nog niet in volle gang, waardoor dit document primair gezien moet worden als een stuk reguliere oorlogs-bureaucreatie. De bedragen geven een goed beeld van de ambtenarensalarissen in die tijd; een bedrag van circa 140 gulden per maand was toen een redelijk middeninkomen.