Ambtelijke correspondentie / Geleidebiljet (intern bijblad).
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Geleidebiljet (intern bijblad). 14 september 1940. (In het stempelkader linksboven:)
BIJBLAD VAN:
M. No. 8A/108/1940
DOORGEZONDEN: B/G
(Handgeschreven toevoeging bovenaan:)
8A/108/2 14/9/'40 [paraaf]
(Adres:)
Aan de Afdeeling Arbeidszaken
Raadhuis.
(Inhoud:)
Naar aanleiding van de circulaire
van Burgemeester en Wethouders d.d. 14 Sept 1940
no. 1568 Arbzaken, doe ik U onderstaand een opgave
toekomen van de twee door mijn dienst beschik-
baar gestelde ambtenaren.
(Namenlijst:)
w.g.
G. F. Fleurbaay - schrijver - Lutmastraat 46 III
J. Gottmer - schrijver - Marnixstraat 398 III Dit document is een ambtelijke reactie op een verzoek (circulaire) van het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. De kern van de boodschap is de detachering of beschikbaarstelling van twee personeelsleden ("schrijvers", wat destijds een rang was voor administratief medewerkers) aan de Afdeling Arbeidszaken.
Opvallende punten:
* Snelheid: De brief is gedateerd op dezelfde dag als de genoemde circulaire (14 september 1940), wat wijst op een hoge prioriteit of een zeer efficiënte ambtelijke afwikkeling.
* Identificatie: De ambtenaren worden met hun volledige adres vermeld (Lutmastraat en Marnixstraat), wat in die tijd de standaard was voor personeelsregistratie.
* Functies: De term "schrijver" duidt op het lagere administratieve personeel dat verantwoordelijk was voor het bijhouden van registers en correspondentie. De datum — 14 september 1940 — is historisch relevant. Nederland bevond zich op dat moment in de vroege fase van de Duitse bezetting (slechts vier maanden na de capitulatie).
- Bureaucratie onder bezetting: Het ambtelijk apparaat in steden als Amsterdam bleef na de inval grotendeels functioneren zoals voorheen, maar kwam steeds meer in dienst te staan van de nieuwe orde. De "Afdeeling Arbeidszaken" kreeg in de loop van de oorlog een beladen rol bij de registratie van werklozen en later de gedwongen tewerkstelling.
- Personeelsbeheer: Dit document toont de dagelijkse routine van het verschuiven van personeel binnen de gemeentelijke diensten om aan nieuwe administratieve behoeften te voldoen.
- Lutmastraat/Marnixstraat: De genoemde adressen liggen in de Amsterdamse Pijp en de Jordaan/Oud-West, wijken waar veel lager gemeentepersoneel woonachtig was. F. Fleurbaay J. Gottmer M. No
Samenvatting
Dit document is een ambtelijke reactie op een verzoek (circulaire) van het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. De kern van de boodschap is de detachering of beschikbaarstelling van twee personeelsleden ("schrijvers", wat destijds een rang was voor administratief medewerkers) aan de Afdeling Arbeidszaken.
Opvallende punten:
* Snelheid: De brief is gedateerd op dezelfde dag als de genoemde circulaire (14 september 1940), wat wijst op een hoge prioriteit of een zeer efficiënte ambtelijke afwikkeling.
* Identificatie: De ambtenaren worden met hun volledige adres vermeld (Lutmastraat en Marnixstraat), wat in die tijd de standaard was voor personeelsregistratie.
* Functies: De term "schrijver" duidt op het lagere administratieve personeel dat verantwoordelijk was voor het bijhouden van registers en correspondentie.
Historische Context
De datum — 14 september 1940 — is historisch relevant. Nederland bevond zich op dat moment in de vroege fase van de Duitse bezetting (slechts vier maanden na de capitulatie).
- Bureaucratie onder bezetting: Het ambtelijk apparaat in steden als Amsterdam bleef na de inval grotendeels functioneren zoals voorheen, maar kwam steeds meer in dienst te staan van de nieuwe orde. De "Afdeeling Arbeidszaken" kreeg in de loop van de oorlog een beladen rol bij de registratie van werklozen en later de gedwongen tewerkstelling.
- Personeelsbeheer: Dit document toont de dagelijkse routine van het verschuiven van personeel binnen de gemeentelijke diensten om aan nieuwe administratieve behoeften te voldoen.
- Lutmastraat/Marnixstraat: De genoemde adressen liggen in de Amsterdamse Pijp en de Jordaan/Oud-West, wijken waar veel lager gemeentepersoneel woonachtig was.