Ambtelijke correspondentie (doorslag van een brief).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (doorslag van een brief). 4 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Publieke Werken). De Wethouder voor de Levensmiddelen, te Amsterdam ("Alhier"). vP/HG. extra
15/2/8 M.
4 September 1940.
Verbetering openbare verlichting
Ten Katestraat tusschen Bellamy-
straat en Jan Hansenstraat.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Ten vervolge op mijn rapport d.d. 22 April jl. (No.
15/2/5 M.) heb ik de eer U te berichten, dat van de Directie
van het Gemeente Energiebedrijf mededeeling is ingekomen, dat
op kosten van mijn dienst twee booglampen, zooals aan het slot
van mijn bovenaangehaald rapport bedoeld, kunnen worden aange-
bracht, voor ƒ 500,-. In verband met het feit, dat thans de
straatverlichting niet mag branden, lijkt het mij wenschelijk,
vooralsnog niet tot de onderhavige uitgave over te gaan. Zonder
Uw tegenbericht neem ik aan, dat U zich er mede vereenigt, dat
de onderhavige verbetering der verlichting wordt uitgesteld
totdat de verduisteringsmaatregelen niet meer noodig zullen
zijn.
De Directeur, In deze korte ambtelijke brief adviseert een directeur (waarschijnlijk van Publieke Werken) aan de wethouder om een geplande investering in straatverlichting uit te stellen.
Het plan om voor 500 gulden twee nieuwe booglampen te plaatsen in de Ten Katestraat (tussen de Bellamy- en Jan Hanzenstraat) dateerde al van voor de Duitse inval (rapport van 22 april 1940). De directeur voert een zeer pragmatische reden aan voor uitstel: vanwege de oorlogssituatie en de daarmee gepaard gaande verduisteringsvoorschriften mag de straatverlichting momenteel toch niet branden. Het uitgeven van gemeenschapsgeld aan lampen die niet gebruikt mogen worden, wordt daarom als onwenselijk beschouwd. De directeur sluit de brief af met de aanname dat de wethouder akkoord gaat, tenzij hij een tegenbericht ontvangt. Dit document is geschreven op 4 september 1940, slechts enkele maanden na de capitulatie van Nederland. Het illustreert de directe impact van de Duitse bezetting op het dagelijks beheer van de stad Amsterdam.
De "verduisteringsmaatregelen" waarnaar verwezen wordt, werden door de bezetter strikt gehandhaafd om te voorkomen dat geallieerde bommenwerpers steden als baken konden gebruiken tijdens nachtelijke vluchten. Hierdoor was het straatbeeld in de avonduren volledig duister.
Interessant is de adressering aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". In de crisistijd van de bezetting werden portefeuilles vaak gecombineerd of kregen wethouders toezicht op specifieke vitale diensten of stadsdelen. De Ten Katestraat staat bekend om zijn markt, wat de betrokkenheid van de wethouder voor Levensmiddelen bij de infrastructuur aldaar zou kunnen verklaren. De genoemde Jan Hansenstraat is de toenmalige spelling voor de huidige Jan Hanzenstraat. Publieke Werken