Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 8 juni 1940 (met verwijzing naar een brief van 10 april 1940). Vermoedelijk de Inspecteur van het Marktwezen (gezien de inhoud en ondertekening). Directie Gemeente-Energiebedrijf (GEB), Tesselschadestraat 1, 's-Gravenhage. [Linksboven in rood potlood:]
15/2/6
10/4/40
marktverlichting Ten Katestraat
[Rechtsboven:]
S’ hage 8/6 40
[Adres:]
Aan de Directie Gemeente-Energiebedrijf
Tesselschadestraat 1
S’ hage
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief dd 10 April jl. afd. Std/M heb ik de eer u te berichten, dat tot de daarin omschreven uitbreiding der marktverlichting in de Ten Katestraat tusschen Bellamystraat en Jan Hanzenstraat niet zal worden overgegaan in verband met de daaraan verbonden kosten.
Aangezien het nochtans noodig is, dat de verlichting in het bedoelde gedeelte der Ten Katestraat wordt verbeterd heb ik den wethouder voor de Levensmiddelen in overweging gegeven, dat alsnog de openbare verlichting wordt versterkt, door op kosten van het Marktwezen twee booglampen te doen aanbrengen met een aparten electriciteitsmeter; een en ander zooals reeds door de Inspecteur van het Marktwezen is besproken met uwen Heer Musketier.
Ik verzoek u beleefd mij de aan deze werkzaamheden verbonden kosten te willen doen opgeven.
[Onderaan:]
8-6-’40 [Onleesbare paraaf/handtekening] De brief is een formeel verzoek van een gemeentelijke instantie (Marktwezen) aan het Energiebedrijf. De kern van de correspondentie is een bezuiniging: een grootschalige uitbreiding van de marktverlichting tussen de Bellamystraat en de Jan Hanzenstraat (Amsterdam-West) is afgewezen vanwege de hoge kosten.
Er wordt echter een compromis voorgesteld: hoewel de grote uitbreiding niet doorgaat, is verbetering van de verlichting noodzakelijk geacht door de "Wethouder voor de Levensmiddelen". Er wordt verzocht om twee extra booglampen te plaatsen op kosten van de afdeling Marktwezen zelf, inclusief een aparte meter. De brief verwijst naar eerdere mondelinge afspraken tussen een inspecteur en een zekere heer Musketier. Dit document is gedateerd op 8 juni 1940, minder dan een maand na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. De context van de vroege bezettingstijd is voelbaar in de betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen".
Tijdens de oorlog werd de voedselvoorziening en de distributie op markten van vitaal belang voor de stad. Goede verlichting was essentieel voor de ordehandhaving en de logistiek op de markt, zeker met het oog op de naderende distributiemaatregelen. De Ten Katemarkt in Amsterdam was (en is) een van de belangrijkste volksmarkten; dat hierover gecorrespondeerd wordt vanuit 's-Gravenhage duidt op de gecentraliseerde aanpak van nutsbedrijven of een specifieke organisatorische structuur van het GEB in die periode.