Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 2 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een verwante gemeentelijke dienst). [Handgeschreven rechtsboven:] m. de Haan [?]
[Handgeschreven middenboven:] Verzonden 2/8
[Rechtsboven gestempeld/getypt:] G.
17/1/3 M
n 2
Toepassing artikel 11c
Reglement op de Markten.
2 Augustus 1940.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Ten vervolge op myn brief d.d. 16 April jl. (No.17/1/ 3 M) heb ik de eer U als bylage I een vyftiende opgave te doen geworden van personen, die langer dan zes achtereenvolgende maanden hun vaste plaats op de markten niet hebben bezet, op grond van het feit, dat het hun wegens verleende ondersteuning niet was toegestaan hun zaken te doen en voor wie ik voornemens ben artikel 11c van het Reglement op de Markten toe te passen.
Ten aanzien van de op de onderhavige lyst voorkomende personen is de gedragslyn gevolgd omschreven in myn brief d.d. 8 Maart 1937 (No.17/5/1 M), waaraan U, blykens Uw apostille d.d. 10 April 1937 No.330 L.M.1936 wel Uw goedkeuring heeft willen hechten. Zooals U bekend is, heeft de Commissie van Advies voor de Markten zich eveneens hiermede vereenigd. (Vide myn brief d.d. 18 Mei 1937 No.17/5/6 M).
In verband met de groote vraag naar plaatsen op de markten dring ik er op aan, dat my machtiging wordt verleend de marktplaatsen van de hier bedoelde personen, die allen reeds veel langer dan 6 maanden in steun zyn, in te trekken. Het is een ernstige klacht, dat kooplieden, die regelmatig de markten bezoeken, niet voor een vaste plaats in aanmerking kunnen komen, omdat te veel plaatsen voor kooplieden, die reeds zeer lang in steun zyn, worden gereserveerd.
Voorts heb ik de eer U in bylage II een opgave te doen toekomen van personen, die reeds vroeger door my zyn voorgesteld voor intrekking op grond van artikel 11c van het Reglement op de Markten. Myn Ambtgenoot voor den Maatschappelijken Steun adviseerde destyds de betreffende plaatsen nog niet in te trekken, overeenkomstig welk advies dezerzyds is gehandeld. De hier bedoelde personen hebben nog steeds hun plaats op de markt niet ingenomen, weshalve verder uitstel my, in verband met het bovenstaande, zeer ongewenscht voorkomt. Ook op deze personen zou ik thans artikel 11c van het Reglement willen toepassen.
De Directeur, * Kern van de zaak: De directeur van de marktdienst verzoekt de wethouder om toestemming om marktvergunningen definitief in te trekken van kooplieden die al langdurig (langer dan zes maanden) gebruikmaken van de "steun" (sociale uitkering).
* Conflict: In die tijd was het verboden om te werken/handelen terwijl men een uitkering ontving. Hierdoor bleven de marktplaatsen van deze mensen onbezet. Tegelijkertijd was er een grote vraag naar standplaatsen door actieve kooplieden. De directeur vindt het onrechtvaardig dat schaarse plekken bezet blijven door mensen die toch niet mogen handelen.
* Procedure: Er wordt verwezen naar artikel 11c van het marktreglement. Er is sprake van een eerdere discussie met de "Ambtgenoot voor den Maatschappelijken Steun", die voorheen coulant wilde zijn, maar de directeur vindt dat de grens nu bereikt is.
* Taalgebruik: Typisch ambtelijk taalgebruik uit de vroege 20e eeuw (bijv. "u de eer te doen geworden", "onderhavige", "weshalve"). Opvallend is de spelling met de 'y' in plaats van 'ij' (bylage, vyftiende, zyn), wat destijds in ambtelijke typoscripten nog vaak voorkwam. Dit document dateert van 2 augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetting al een feit was, toont dit document aan dat de gemeentelijke bureaucratie en de handhaving van lokale reglementen (zoals die voor de markten) in eerste instantie gewoon doorliepen volgens de bestaande Nederlandse wet- en regelgeving.
De brief werpt licht op de sociaaleconomische situatie van die tijd: de armoede en werkloosheid (waardoor veel kooplieden "in de steun" zaten) en de spanning tussen sociale bescherming (het aanhouden van de plek voor de arme koopman) versus economische efficiëntie (de roep van actieve handelaren om ruimte). De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale post, gezien de beginnende schaarste en de invoering van de distributie.