Administratieve bijlage bij een ambtelijke brief.
Origineel
Administratieve bijlage bij een ambtelijke brief. 2 augustus 1940. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Wethouder voor de Levensmiddelen (Amsterdam). Bylage II, behoorende by brief No.17/1/3 M d.d. 2 Augustus 1940 van den Directeur van het Marktwezen aan den heer Wethouder voor de Levensmiddelen, alhier.-
LYST VAN KOOPLIEDEN, WAARVAN REEDS EERDER IS VOORGESTELD, ARTIKEL 11c VAN HET REGLEMENT OP DE MARKTEN TOE TE PASSEN.
| Naam | Markt | Datum ingang steun | Byzonderheden |
|---|---|---|---|
| G. Lemke | Lindengracht Westerstraat | 14-11-1938 | Reeds voorgesteld d.d. 7-11-1939 no. 17/2/8 M.; rapport Directeur M.S. d.d. 15-12-1939 no. 152 L.M. 1939; advies: plaats nog niet intrekken; gaat weer handelen; is echter niet verschenen. |
| B.F. Reinen | Albert Cuypstraat | 4 - 3 - 1939 | Idem. Advies: 4 maanden gevangenis; komt daarna weer op de markt; is echter niet verschenen. |
| W.L.v.d. Steen | Jan Evertsenstraat | 13-11-1937 | Idem. Advies: Plaats aanhouden; V.d. Steen zal in het voorjaar zeker weder op de markt komen; is echter niet verschenen. |
| I. Stibbe | Albert Cuypstraat | 9- 6-1938 | Idem. Advies: als V.d. Steen. |
| A. Vogel | Waterlooplein Dapperstraat Uilenburg | 21- 1-1939 | Reeds voorgesteld d.d. 4-9-1939 no. 17/2/5 M. Rapport Dir. M.S. d.d. 2 October 1939 advies: plaats aanhouden; Vogel gaat bij eenige opleving weder staan; is echter nimmer verschenen. |
| M. Yzerman | Uilenburg | 29- 9-1938 | Als geval V.d. Steen. |
De kolommen tonen aan dat deze mensen vaak al sinds 1937 of 1938 "steun" (werkloosheidsuitkering of sociale bijstand) ontvingen. De afdeling Marktwezen controleert hier of de vergunningen (volgens Artikel 11c van het reglement) ingetrokken moeten worden omdat de kooplieden, ondanks eerdere rapporten en adviezen, niet zijn teruggekeerd naar hun nering. De redenen voor afwezigheid variëren in de tekst van detentie (Reinen) tot hoop op economische "opleving" (Vogel). De datum van het document, 2 augustus 1940, is van groot historisch belang. Nederland was op dat moment ruim twee maanden bezet door nazi-Duitsland. Hoewel het document eruitziet als een reguliere administratieve exercitie, moet het gezien worden in het licht van de beginnende Jodenvervolging en de economische ontwrichting door de bezetting.
Namen zoals Stibbe, Vogel en Yzerman, gecombineerd met marktlocaties als het Waterlooplein en Uilenburg (het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam), wijzen erop dat ten minste een deel van deze kooplieden van Joodse afkomst was. In de vroege fase van de bezetting werden Joodse burgers al geconfronteerd met beperkingen, onzekerheid en angst, wat hun afwezigheid op de markten kan verklaren.
Dit document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie van Amsterdam in de eerste maanden van de bezetting onverstoorbaar doorwerkte. Terwijl de wereld van deze kooplieden instortte, hield de "Directeur van het Marktwezen" zich strikt bezig met de reglementen voor standplaatsen en het effectief benutten van de marktruimte. Het is een voorbeeld van de "banaliteit van de administratie" tijdens de oorlog.