Getypte lijst/bijlage bij een ambtelijke brief.
Origineel
Getypte lijst/bijlage bij een ambtelijke brief. 16 april 1940. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Wethouder voor de Levensmiddelen. Behoort bij brief no.17/1/2 M. d.d. 16 April 1940 van den Directeur van het Marktwezen aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen.
LIJST VAN KOOPLIEDEN, DIE INGEVOLGE ARTIKEL 11c VAN HET REGLEMENT OP DE MARKTEN HUN PLAATS OP DE MARKTEN VERLIEZEN.
| Naam | Markt | Datum ingang steun | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|
| I.Polak | Uilenburg | 9-4-39 | Verzocht uitstel tot Februari 1940. Heeft daarna zijn plaats echter nog niet bezet. |
| M.Sierles | Waterlooplein | 24-9-39 | Aan oproeping geen gevolg gegeven |
| M.Polk | Mosplein | Juli 1939 | Aan oproepingen geen gevolg gegeven |
| L.H.de Vos-v.d.Burgt | Lindengracht | 16-9-39 | Aan oproepingen geen gevolg gegeven |
| H.J.Termeulen | Alb.Cuypstraat | 24-9-39 | Aan oproepingen geen gevolg gegeven |
| J. ● Vos | Westerstraat | 16-9-39 | Aan oproepingen geen gevolg gegeven |
| H.K.Engelbracht | Lindengracht | 16-9-39 | Aan oproepingen geen gevolg gegeven |
| J.Jonker | Uilenburg | 2-9-39 | Aan oproepingen geen gevolg gegeven |
| K.Passchier | Waterlooplein } Uilenburg } | 4-6-39 | Aan oproepingen geen gevolg gegeven |
| J.v.d.Moot | Lindengracht | 2-7-39 | Aan oproepingen geen gevolg gegeven |
| P.Schouten | Lindengracht | 25-6-39 | Ziet geen kans voorloopig een plaats op de markt in te nemen. |
Opvallend is dat bijna alle genoemde personen sinds de zomer of het najaar van 1939 "steuntrekkend" waren. In de kolom "Bijzonderheden" valt op dat de overgrote meerderheid simpelweg niet reageerde op officiële oproepen ("Aan oproepingen geen gevolg gegeven"). Dit duidt op een onvermogen of onwil om de handel voort te zetten, mogelijk door ziekte, schulden of de algemene economische malaise aan de vooravond van de oorlog. De datum van het document, 16 april 1940, is cruciaal: dit is minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de economische situatie gespannen.
Veel van de genoemde namen (zoals Polak en Sierles) en de genoemde locaties (Uilenburg, Waterlooplein) wijzen op een sterke vertegenwoordiging van de Joodse gemeenschap in Amsterdam. Voor deze kleine zelfstandigen betekende het verlies van een marktplaats het definitief wegvallen van hun zelfstandige bestaansmiddelen, waardoor zij volledig afhankelijk werden van de armenzorg.
Hoewel dit in de eerste plaats een bureaucratische maatregel van de gemeente Amsterdam lijkt om ongebruikte marktplaatsen vrij te maken, illustreert het de precaire economische positie van de Amsterdamse marktkooplui vlak voordat de bezettingsmacht specifieke anti-Joodse economische maatregelen zou gaan invoeren.