Getypte doorslag van een ambtelijke brief (pagina 2).
Origineel
Getypte doorslag van een ambtelijke brief (pagina 2). 25 november 1940. Directeur van het Marktwezen. Bladz.no.2.
Van Brief no.17/4/1 M.d.d.25 November 1940 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
Sedert 1 Januari 1940 worden aan den afslag ook van de aanvoerders-handelaren besommingsstaten bijgehouden. Daaruit blijkt, dat eenige handelaren in het jaar 1940 een besomming zullen bereiken, welke ver boven f 5.000,- zal uitgaan. Voor verleening van de in artikel 23 voorgeschreven restitutie aan deze handelaren, zal een bedrag van + f 750,- noodig zijn. Deze besommingen zijn voornamelijk bereikt vanaf de maand Juni 1940, omdat eerst sedert ongeveer Juni wederom van eenige aanvoermarkt sprake was. Over een vol kalenderjaar zou het totale bedrag, dat aan handelaren zal moeten worden gerestitueerd, ongeveer f 1.500,- kunnen uitmaken.
Onderstaand staatje geeft een overzicht van de in den afslag gemaakte besommingen sedert 1936:
| Jaar | Urkers: | Handelaren: | Totaal: |
|---|---|---|---|
| 1936 | f 132.234,21 | f 96.826,83 | f 229.061,04 |
| 1937 | " 137.424,97 | " 81.504,97 | " 218.929,94 |
| 1938 | " 97.836,11 | " 81.778,22 | " 179.614,33 |
| 1939 | " 72.522,19 | " 122.988,79 | " 195.510,98 |
| 1940 raming | " 180.000,- |
Uit dit staatje blijkt, dat in 1939 de aanvoer der Urkers belangrijk verminderde, terwijl die der handelaren toenam. Dit heeft zich in 1940 voortgezet. Tot en met October van dit jaar hebben de besommingen bedragen:
| Maand | Urkers: | Handelaren: | Totaal: |
|---|---|---|---|
| Januari | f -,- | f 5.640,67 | f 5.640,67 |
| Februari | " -,- | " 7.413,39 | " 7.413,39 |
| Maart | " 1.085,25 | " 14.115,51 | " 15.200,76 |
| April | " 2.684,32 | " 13.145,67 | " 15.829,99 |
| Mei | " 6.978,31 | " 9.702,15 | " 16.680,46 |
| Juni | " -,- | " 21.526,71 | " 21.526,71 |
| Juli | " -,- | " 16.628,42 | " 16.628,42 |
| Augustus | " 100,10 | " 14.635,73 | " 14.735,83 |
| September | " -,- | " 13.766,66 | " 13.766,66 |
| October | " -,- | " 19.951,16 | " 19.951,16 |
| ------------------ | ------------------ | ------------------ | |
| f 10.847,98 | f 136.526,07 | f 147.374,05 | |
| ================== | ================== | ================== |
Aan afslaggeld werd ontvangen: [in] 1936 f 11.336,87; in 1937 f 10.805,58; in 1938 f 8.960,88; in 1939 f 9.779,58.
Voor 1940 wordt de opbrengst aan afslaggelden geraamd op f 9.000,-.
Terwijl dus de opbrengst aan afslaggelden de laatste jaren vermindert, zal, ten gevolge van het toenemen van groote zendingen door handelaren, de uit te betalen reductie veel hooger worden, dan voorheen, toen de aanvoer voornamelijk van een groot aantal Urker visschers afkomstig was, moest worden betaald. Dit is een mijns inziens ongewenschte toestand, welke nimmer werd beoogd; de handelaren, die visch aan den afslag zenden, rekenen in het geheel niet op teruggave van door hen betaalde gelden. Ten bewijze van Dit document legt een verschuiving bloot in de Amsterdamse vismarkt tijdens de vroege oorlogsjaren. De kern van het probleem is een verandering in de structuur van de aanvoer: waar voorheen zelfstandige Urker vissers de markt domineerden, nemen commerciële tussenhandelaren hun plaats in.
De directeur signaleert een financieel-administratief probleem. Er bestaat een regeling (artikel 23) die voorziet in restitutie (teruggave) van een deel van de gemaakte kosten bij bepaalde omzetten. Deze regeling was oorspronkelijk bedoeld om de kleine vissers (Urkers) te steunen. Nu de aanvoer echter verschuift naar handelaren met veel grotere volumes, dreigt de gemeente aanzienlijke bedragen aan deze handelaren te moeten terugbetalen. De directeur noemt dit een "ongewenschte toestand", omdat deze handelaren die korting niet nodig hebben en er ook niet op rekenen, terwijl de inkomsten van de gemeente uit "afslaggeld" (de commissie op de verkoop) juist dalen. Het document is gedateerd november 1940, zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de voedselschaarste voelbaar te worden en werden distributiesystemen opgezet. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in het beheer van de stedelijke voorraden.
De Urker vissers bevonden zich in een lastige positie. Sinds de afsluiting van de Zuiderzee (1932) was hun traditionele visgrond veranderd. De oorlogssituatie op de Noordzee en beperkingen opgelegd door de bezetter maakten de visserij nog risicovoller. De statistieken in dit document laten zien dat de directe aanvoer door Urkers tussen 1937 en 1940 vrijwel is verdampt (van f 137.424 naar f 10.847), terwijl de rol van de handelaren explosief groeide. Dit wijst op een centralisatie van de visstroom in handen van enkele grote spelers, mogelijk gedreven door de noodzaak om aan de strenge distributie-eisen van de bezettingsautoriteiten te voldoen.