Archief 745
Inventaris 745-312
Pagina 183
Dossier 44
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk schrijven/nota.

25 november 1940. Van: Waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd (gezien de paraaf "W. Riffler" rechtsboven, die later met rood is doorgehaald).

Origineel

Ambtelijk schrijven/nota. 25 november 1940. Waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd (gezien de paraaf "W. Riffler" rechtsboven, die later met rood is doorgehaald). VP/HG.

17/4/1 M.
25 November 1940.

Wijziging artikel 23 Ver-
ordening op de heffing van
markt-, standplaats- en vent-
gelden.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Krachtens artikel 23 van de Verordening op de hef-
fing van markt-, standplaats- en ventgelden bedraagt het
zoogenaamde afslaggeld, dat in de hal op de Vischmarkt wordt
geheven, 5% van de bruto-opbrengst der afgeslagen visch, met
dien verstande, dat, indien de bruto-opbrengst van de door
denzelfden aanvoerder aan den afslag gebrachte visch in een
kalenderjaar meer dan ƒ 5.000,- heeft bedragen, hem een
reductie wordt uitbetaald, gelijk aan 1% van het bedrag,
waarmede die opbrengst ƒ 5.000,- te boven ging; is de bruto-
opbrengst in het kalenderjaar hooger dan ƒ 10.000,- geweest,
dan bedraagt de reductie over het bedrag boven ƒ 10.000,-
2%. Deze reductieregeling werd in 1932 door den Gemeenteraad
vastgesteld. Blijkens de voordracht No. 347 (Gemeenteblad
1932 Afd. I Bladz. 2069 en volgende), alsmede blijkens het aan
die voordracht ten grondslag liggende rapport van den Direc-
teur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoor-
ziening Afdeeling Vischhal d.d. 14 April 1932 (No. 1790 Hal)
was het de bedoeling van de onderhavige regeling om den aan-
voer door Urker visschers naar den Gemeentelijken Vischaf-
slag te bevorderen; met de mogelijkheid, dat ook andere aan-
voerders, namelijk handelaren, die visch aan den afslag
zouden zenden, voor de bedoelde reductie in aanmerking zouden
komen, word blijkbaar geen rekening gehouden. Aan den Visch-
afslag werden trouwens van door handelaren ingezonden visch,
geen besommingstaten bijgehouden, zooals dit met de visch
van Urker visschers geschiedde. Het gevolg hiervan was, dat
tot nu toe nimmer aan een handelaar een uitkeering op grond
van het in den aanhef dezes aangehaalde artikel werd gedaan,
terwijl de uit dien hoofde aan Urker visschers gedane beta-
lingen slechts gering waren. In 1936 werd aan Urker visschers
als reductie uitgekeerd: ƒ 121,58; in 1937: ƒ 144,24; in
1938: ƒ 24,12 en in 1939: nihil.

Het laatste jaar nam de aanvoer door handelaren
aan den afslag belangrijk toe, terwijl die van Urker vis-
schers zeer veel verminderde, zoowel door den strengen winter
van het afgeloopen jaar als door de oorlogsomstandigheden. Dit document bespreekt een knelpunt in de gemeentelijke regelgeving rondom de visafslag. De kernpunten zijn:

  1. Bestaande Regeling: Er gold een "afslaggeld" van 5% op de visverkoop. Om grote aanvoerders te belonen, bestond er een staffelkorting (reductie) van 1% boven de 5.000 gulden en 2% boven de 10.000 gulden aan jaarlijkse omzet.
  2. Oorspronkelijk Doel: De regeling uit 1932 was specifiek bedoeld om vissers uit Urk te stimuleren hun vangst naar deze specifieke vismarkt te brengen. Handelaren waren destijds buiten beschouwing gelaten in de administratieve afhandeling (besommingstaten).
  3. Veranderde Omstandigheden: In 1940 wordt geconstateerd dat de aanvoer door Urker vissers nagenoeg is opgedroogd (mede door natuurlijke en politieke oorzaken), terwijl de commerciële handelaren juist meer vis aanvoeren.
  4. Probleemstelling: De huidige systematiek sluit handelaren uit van de korting die zij technisch gezien wel zouden verdienen op basis van hun omzet, wat waarschijnlijk de aanleiding is voor de voorgestelde wijziging van artikel 23. Het document is geschreven in november 1940, zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is cruciaal voor het begrijpen van de genoemde oorzaken:

  5. Oorlogsomstandigheden: De Tweede Wereldoorlog zorgde voor restricties op de zeevaart, brandstoftekorten en vorderingen van schepen, wat de visserij (met name vanuit Urk) ernstig belemmerde.

  6. Voedselvoorziening: De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. In oorlogstijd was de controle op de voedselketen en de centrale marktplaatsen van vitaal belang voor de distributie van schaars voedsel.
  7. De strenge winter: De winter van 1939-1940 was een van de strengste van de 20e eeuw. Dit zorgde ervoor dat veel vissershavens (waaronder die van Urk, dat toen nog een eiland was in het IJsselmeer) maandenlang vastvroren, wat de aanvoer in 1940 drastisch deed kelderen.
  8. Urker Vissers: Urk speelde een centrale rol in de visaanvoer voor het vasteland. De verschuiving van vissers naar handelaren duidt op een professionalisering of centralisering van de visstroom onder druk van de oorlogseconomie.

Samenvatting

Dit document bespreekt een knelpunt in de gemeentelijke regelgeving rondom de visafslag. De kernpunten zijn:

  1. Bestaande Regeling: Er gold een "afslaggeld" van 5% op de visverkoop. Om grote aanvoerders te belonen, bestond er een staffelkorting (reductie) van 1% boven de 5.000 gulden en 2% boven de 10.000 gulden aan jaarlijkse omzet.
  2. Oorspronkelijk Doel: De regeling uit 1932 was specifiek bedoeld om vissers uit Urk te stimuleren hun vangst naar deze specifieke vismarkt te brengen. Handelaren waren destijds buiten beschouwing gelaten in de administratieve afhandeling (besommingstaten).
  3. Veranderde Omstandigheden: In 1940 wordt geconstateerd dat de aanvoer door Urker vissers nagenoeg is opgedroogd (mede door natuurlijke en politieke oorzaken), terwijl de commerciële handelaren juist meer vis aanvoeren.
  4. Probleemstelling: De huidige systematiek sluit handelaren uit van de korting die zij technisch gezien wel zouden verdienen op basis van hun omzet, wat waarschijnlijk de aanleiding is voor de voorgestelde wijziging van artikel 23.

Historische Context

Het document is geschreven in november 1940, zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is cruciaal voor het begrijpen van de genoemde oorzaken:

  • Oorlogsomstandigheden: De Tweede Wereldoorlog zorgde voor restricties op de zeevaart, brandstoftekorten en vorderingen van schepen, wat de visserij (met name vanuit Urk) ernstig belemmerde.
  • Voedselvoorziening: De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. In oorlogstijd was de controle op de voedselketen en de centrale marktplaatsen van vitaal belang voor de distributie van schaars voedsel.
  • De strenge winter: De winter van 1939-1940 was een van de strengste van de 20e eeuw. Dit zorgde ervoor dat veel vissershavens (waaronder die van Urk, dat toen nog een eiland was in het IJsselmeer) maandenlang vastvroren, wat de aanvoer in 1940 drastisch deed kelderen.
  • Urker Vissers: Urk speelde een centrale rol in de visaanvoer voor het vasteland. De verschuiving van vissers naar handelaren duidt op een professionalisering of centralisering van de visstroom onder druk van de oorlogseconomie.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Meyer Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaf-fing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaffing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A Boumeester Waterlooplein
A. Bouwmeester Uilenburg bezet thans reeds sedert 9 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel
A. Bouwmeester meerdere Bezet thans reeds sedert 9 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Hagenaar Waterlooplein
Aron Vogel meerdere Reeds voorgesteld d.d. 4-9-1939 no. 17/2/5 M. Rapport Dir. M.S. d.d. 2 October 1939 advies: plaats aanhouden; Vogel gaat bij eenige opleving weder staan; is echter nimmer verschenen.
Aron Vogel Waterlooplein 21/1 39
Abraham Prins Waterlooplein 27/2 39
B.F. Reinen Waterlooplein Idem. Advies: 4 maanden gevangenis; komt daarna weer op de markt; is echter niet verschenen.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
B.J. van Straten meerdere Bezet thans reeds sedert 10 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel is 66 jaar en ziek.
B.J. van Straten meerdere bezet thans reeds sedert 10 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel; is 66 jaar en ziek.
B. Kloos Uilenburg heeft geen kans thans op de markten zijn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
Benjamin Schelvis Waterlooplein 15/1 40
C Bleekrode-Kinsbergen Waterlooplein
C. Prins Waterlooplein 18/1 40
M.C.A. Renes meerdere Is 68 jaar; wil in steun blyven.
C. Renes meerdere is 69 jaar; wil in steun blijven.
C.E. Molenaars Waterlooplein 21/12 39 sg
C. van Bambergen Waterlooplein
D.A. Overmars Waterlooplein 23/12 39
D.M. de Groot Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2