Archief 745
Inventaris 745-312
Pagina 191
Dossier 10
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven financieel overzicht met toelichtende tekst.

Origineel

Handgeschreven financieel overzicht met toelichtende tekst. Let op: In de tabel zijn sommige getallen doorgehaald of gecorrigeerd; de meest leesbare eindcijfers zijn hieronder overgenomen.

[Bovenaan pagina:] 3 [Rechtsboven:] II

Overzicht van de besommingen in 1940.

Maand Vissers Handelaren Totaal
Jan. --- 5.640,67. 5.640,67.
Febr. --- 7.413,39. 7.413,39
maart 1.085,25 14.115,51. 15.200,76
april 2.684,32 13.145,67. 15.829,99
mei 6.898,31 9.702,15 16.600,46
juni --- 21.526,71 21.526,71
juli --- 16.620,42. 16.620,42
augustus 100,10 14.635,73 14.735,83
September --- 13.766,66 13.766,66
October --- 19.951,16. 19.951,16.
Totaal 10.841,98 136.528,07 147.374,05

[Links in de kantlijn bij jan-mei:] vorst periode
[Links van de tabel:] Grote rode haak met het cijfer 2

Als gevolg van de langdurige vorstperiode werd door onze vissers in de eerste vier maanden van 1940 bijna geen visch aan den afslag gebracht, en als gevolg van den oorlogstoestand hebben zij hun bedrijf geheel moeten opgeven.

Wanneer in 1940 het totale bedrag van op den afslag verkochte visch ± f 180.000 zal beloopen dan is dit te danken aan den verhoogden aanvoer van visch door handelaren. Door hen wordt thans in hoofdzaak zoetwatervisch aan den afslag gebracht.

Met ingang van 1940 werden ook voor aanvoerders-handelaren besommingskaarten bijgehouden. Het blijkt nu, dat eenige handelaren een besomming zullen bereiken, Dit document vormt een belangrijke administratieve vastlegging van de economische ontwrichting in de visserijsector aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.

  1. Natuurlijke belemmering: De kantlijnnotitie "vorst periode" verwijst naar de extreem strenge winter van 1939-1940. De bevroren wateren maakten vissen voor de lokale vloot onmogelijk, wat de nihil-cijfers in januari en februari verklaart.
  2. Oorlogsimpact: De tekst bevestigt dat na de Duitse inval in mei 1940 de eigen vissers ("onze vissers") hun bedrijf moesten staken. Dit duidt waarschijnlijk op een verbod op uitvaren (Sperrgebiet op de Noordzee) of de vordering van schepen door de Duitse bezetter.
  3. Verschuiving in de handel: Er vindt een opvallende verschuiving plaats. Terwijl de vissersvloot stilligt, houden handelaren de omzet van de afslag op peil door de aanvoer van zoetwatervis. Dit suggereert dat vis elders werd opgekocht (bijvoorbeeld uit het IJsselmeer of binnenvisserij) en via de afslag werd verhandeld.
  4. Administratieve vernieuwing: Er is sprake van de introductie van "besommingskaarten" voor handelaren in 1940, wat wijst op een toenemende bureaucratische controle op de visstromen en inkomsten tijdens de bezettingsjaren. Het document geeft een inkijkje in de visserij-economie van een specifieke locatie (vermoedelijk een haven aan de voormalige Zuiderzee of de kust, zoals Urk of IJmuiden). De meidagen van 1940 betekenden voor veel vissers het einde van hun broodwinning door de mijnenvelden op zee en de strenge restricties van de Kriegsmarine. De vermelding van "zoetwatervisch" als redding voor de omzet is typerend voor deze periode, waarin de zeevisserij vrijwel geheel stil kwam te liggen en men afhankelijk werd van wat de binnenwateren opbrachten. De geschatte jaaromzet van 180.000 gulden was voor die tijd een aanzienlijk bedrag, maar werd dus bijna volledig door tussenpersonen (handelaren) gegenereerd in plaats van door de vissers zelf.

Samenvatting

Dit document vormt een belangrijke administratieve vastlegging van de economische ontwrichting in de visserijsector aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.

  1. Natuurlijke belemmering: De kantlijnnotitie "vorst periode" verwijst naar de extreem strenge winter van 1939-1940. De bevroren wateren maakten vissen voor de lokale vloot onmogelijk, wat de nihil-cijfers in januari en februari verklaart.
  2. Oorlogsimpact: De tekst bevestigt dat na de Duitse inval in mei 1940 de eigen vissers ("onze vissers") hun bedrijf moesten staken. Dit duidt waarschijnlijk op een verbod op uitvaren (Sperrgebiet op de Noordzee) of de vordering van schepen door de Duitse bezetter.
  3. Verschuiving in de handel: Er vindt een opvallende verschuiving plaats. Terwijl de vissersvloot stilligt, houden handelaren de omzet van de afslag op peil door de aanvoer van zoetwatervis. Dit suggereert dat vis elders werd opgekocht (bijvoorbeeld uit het IJsselmeer of binnenvisserij) en via de afslag werd verhandeld.
  4. Administratieve vernieuwing: Er is sprake van de introductie van "besommingskaarten" voor handelaren in 1940, wat wijst op een toenemende bureaucratische controle op de visstromen en inkomsten tijdens de bezettingsjaren.

Historische Context

Het document geeft een inkijkje in de visserij-economie van een specifieke locatie (vermoedelijk een haven aan de voormalige Zuiderzee of de kust, zoals Urk of IJmuiden). De meidagen van 1940 betekenden voor veel vissers het einde van hun broodwinning door de mijnenvelden op zee en de strenge restricties van de Kriegsmarine. De vermelding van "zoetwatervisch" als redding voor de omzet is typerend voor deze periode, waarin de zeevisserij vrijwel geheel stil kwam te liggen en men afhankelijk werd van wat de binnenwateren opbrachten. De geschatte jaaromzet van 180.000 gulden was voor die tijd een aanzienlijk bedrag, maar werd dus bijna volledig door tussenpersonen (handelaren) gegenereerd in plaats van door de vissers zelf.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Meyer Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaf-fing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaffing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A Boumeester Waterlooplein
A. Bouwmeester Uilenburg bezet thans reeds sedert 9 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel
A. Bouwmeester meerdere Bezet thans reeds sedert 9 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Hagenaar Waterlooplein
Aron Vogel meerdere Reeds voorgesteld d.d. 4-9-1939 no. 17/2/5 M. Rapport Dir. M.S. d.d. 2 October 1939 advies: plaats aanhouden; Vogel gaat bij eenige opleving weder staan; is echter nimmer verschenen.
Aron Vogel Waterlooplein 21/1 39
Abraham Prins Waterlooplein 27/2 39
B.F. Reinen Waterlooplein Idem. Advies: 4 maanden gevangenis; komt daarna weer op de markt; is echter niet verschenen.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
B.J. van Straten meerdere Bezet thans reeds sedert 10 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel is 66 jaar en ziek.
B.J. van Straten meerdere bezet thans reeds sedert 10 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel; is 66 jaar en ziek.
B. Kloos Uilenburg heeft geen kans thans op de markten zijn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
Benjamin Schelvis Waterlooplein 15/1 40
C Bleekrode-Kinsbergen Waterlooplein
C. Prins Waterlooplein 18/1 40
M.C.A. Renes meerdere Is 68 jaar; wil in steun blyven.
C. Renes meerdere is 69 jaar; wil in steun blijven.
C.E. Molenaars Waterlooplein 21/12 39 sg
C. van Bambergen Waterlooplein
D.A. Overmars Waterlooplein 23/12 39
D.M. de Groot Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2