Getypt afschrift van een verzoekschrift.
Origineel
Getypt afschrift van een verzoekschrift. Het document bevat twee referentienummers met data: 27 april 1940 (27/4 M.1940) en 11 maart 1940 (11/3 L.M.1940). Het verzoek zelf dateert waarschijnlijk van kort voor april 1940. I. de Magtige, wonende aan de Joden Breestraat 47 II te Amsterdam. No.18/34/1 M.1940 27/4 AFSCHRIFT
No.70/50 L.M.1940 11/3
WelEd. Heeren,
Geeft ondergeteekende met de meest verschuldigde eerbied te kennen, dat dit schrijven een beleefd doch dringend verzoek bevat, n.l. ondergeteekende te willen helpen aan een ventvergunning, omdat ik van de steun af moet en ik niet in staat ben als kruier aan spoor mijn brood te verdienen en daarom verzoek ik U beleefd mij zoo spoedig mogelijk te willen helpen aan een lompenventvergunning. U kan informeeren bij Brilleman, lompenhandel Zwanenburgerstraat en Bram de Jong zelfde handel Waterlooplein, waar ik bekend staat als koopman, hopende dat U aan mijn verzoek zult willen voldoen, bij voorbaat mijn hartelijken dank,
Hoogachtend,
UEd. Dw.
w.g. I.de Magtige,
Joden Breestraat 47 II. Het document is een zakelijk en uiterst beleefd afschrift van een verzoekschrift. De schrijver, I. de Magtige, bevindt zich in een lastige economische positie. Hij ontvangt momenteel "steun" (sociale bijstand), maar geeft aan dat hij hiervan af moet. Zijn eerdere beroep als kruier bij het spoor kan hij blijkbaar niet meer uitoefenen.
Hij verzoekt om een "ventvergunning" specifiek voor de handel in lompen. Om zijn betrouwbaarheid en ervaring als koopman aan te tonen, voert hij twee bekende handelaren uit de buurt op als referent: Brilleman uit de Zwanenburgerstraat en Bram de Jong van het Waterlooplein. De taal is formeel en archaïsch ("Geeft ondergeteekende... te kennen", "UEd. Dw." oftewel Uw Edelmoedige Dienaar), wat destijds de standaard was voor correspondentie met officiële instanties. Dit document biedt een inkijkje in de sociaaleconomische realiteit van de Joodse buurt in Amsterdam aan de vooravond van de Duitse bezetting (april 1940). De genoemde locaties (Jodenbreestraat, Zwanenburgerstraat, Waterlooplein) vormden het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt, waar de handel in tweedehands goederen en lompen een traditionele en belangrijke bron van inkomsten was voor de armere bevolkingsgroepen.
De druk om "van de steun af" te komen wijst op een streng sociaal beleid in die tijd. De datum is wrang: minder dan twee weken na de laatste datum op dit document zou nazi-Duitsland Nederland binnenvallen, wat de situatie voor de Joodse bewoners van deze straten, inclusief de heer De Magtige en zijn genoemde referenten, drastisch en fataal zou veranderen.