Officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 26 oktober 1935. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen, namens deze (get.) F. van Meurs. GEMEENTE AMSTERDAM
FR.
№ 18/199/3 M. 1935 29/10
AFD. L. M.
No. 56/405.1935
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 26 October 1935.
[Handgeschreven: hr de Maer t.h. Daarna retour.]
[Handgeschreven in rood kader: Mededeeling aan C.v.A. WS Medegedeeld in 316ste Verg.]
[Stempel rechtsboven: Perm Comm. v. Advies. Gezien [Onleesbaar]]
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
Naar aanleiding van Uw ~~verzoek~~ om een vent-respectievelijk opkoopersvergunning, welk verzoek U onlangs op mijn spreekuur herhaalde, deel ik U mede, dat de voorschriften, de inwilliging daarvan niet toestaan, aangezien U alhier niet sedert omstreeks September 1933 van het venten Uw beroep maakt.
Volgens Uwe destijds ter secretarie afgelegde verklaring heeft U de laatste zes jaren niet meer gevent, terwijl U Uw oude opkoopersvergunning niet door een nieuwe wenschte te zien vervangen.
Ik heb Uw naam doen plaatsen op een lijst van gegadigden voor een vergunning, doch merk op, dat zij die daarop voorkomen geen zekerheid hebben binnen afzienbaren tijd daarvoor in aanmerking te komen, gezien het groote aantal venters en/of opkoopers.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch-en schoonmaak-, bad-en zweminrichtingen,
(get.) F. VAN MEURS
Aan den heer I. de Machtige,
Jodenbreestraat 44 II,
Amsterdam C.
[Onderaan links: Model G.A. 6 100.000—1—’33] * Inhoud: De brief betreft een afwijzing van een aanvraag voor een ventvergunning of opkopersvergunning. De reden voor de afwijzing is dat de aanvrager niet voldoet aan de eis van continuïteit in het beroep; hij heeft immers zelf verklaard de afgelopen zes jaar niet te hebben gevent.
* Resultaat: De aanvrager, I. de Machtige, wordt op een wachtlijst geplaatst. De wethouder geeft echter weinig hoop op een snelle toekenning vanwege de grote concurrentie en het beperkte aantal beschikbare vergunningen.
* Administratieve proces: De diverse stempels en handgeschreven notities tonen de ambtelijke weg die het document heeft afgelegd. De "C.v.A." (Commissie van Advies) is op de hoogte gesteld en het besluit is besproken in de 316e vergadering. De notitie "hr de Maer t.h. Daarna retour" duidt op interne circulatie binnen het stadhuis. * Economische crisis: 1935 was een dieptepunt van de Grote Depressie. Veel werklozen probeerden als straathandelaar (venter) of opkoper van oude metalen en goederen een inkomen te verwerven. De gemeente Amsterdam probeerde dit strikt te reguleren om de openbare orde te handhaven en bestaande handelaren te beschermen.
* Locatie: De geadresseerde woonde aan de Jodenbreestraat, het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam. Dit was een wijk met veel armoede en kleine neringdoenden, waar de economische crisis hard toesloeg.
* De ondertekenaar: Floor van Meurs was een SDAP-wethouder in Amsterdam. Zijn portefeuille omvatte onder andere de markt- en straathandel, wat in deze crisisjaren een politiek gevoelig dossier was.
* Bureaucratisering: Het document is een voorbeeld van de toenemende regeldruk en bureaucratie in het Amsterdam van de jaren '30, waarbij zelfs voor kleinschalige straathandel complexe vergunningsprocedures en strikte criteria golden. F. van Meurs I. de Machtige Gemeente Amsterdam Stadhuis