Archief 745
Inventaris 745-312
Pagina 236
Dossier 7
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief/ambtelijk schrijven.

27 april 1940. Van: De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (ondertekend namens de wethouder).

Origineel

Officiële brief/ambtelijk schrijven. 27 april 1940. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (ondertekend namens de wethouder). GEMEENTE AMSTERDAM

[Stempel/Handschrift linksboven:] Nᵒ 18/35/1 M. 1940 27/4

AFD. L.M.
No. 70/105 - 1940-

AMSTERDAM, 27 April 1940.

BIJLAGEN
[Handschrift over de linkerzijde:] Oude stukken in arch we C.v.A. Insp. v. d. Markt e

[Gedrukte tekst in kader rechtsboven:]
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.

Dezer dagen verzocht Ph. Locher, geboren 10 Januari 1904, wonende Albert Cuypstraat 103 I, opnieuw om voor de tijdig aangevraagde ventvergunning in aanmerking te mogen komen.

Destijds werd hij afgewezen, mede, omdat blijkens Uw rapport van 24 April 1939 No. 18/15/2 M. zou zijn gebleken, dat Locher nimmer van het venten zijn beroep heeft gemaakt.

Thans legt hij de hierbij gevoegde verklaringen van venters, van een agent van politie en van den Bond van Kleinhandelaren in het visch en haringbedrijf over, ten bewijze, dat hij voor 1933 wèl venter van beroep was. Na 1933 heeft hij dat beroep onderbroken door het bijstaan van zijn vader op de markt in de Albert Cuypstraat.

Ik zal het op prijs stellen te vernemen of naar Uw meening aan deze verklaringen waarde is te hechten in verband met de beoordeeling van de vraag of Locher voor een ventvergunning in aanmerking kan komen.

S.
[Paraaf]

De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,

[Handtekening]

Aan
de Permanente Commissie van
Advies in zake Ventvergunningen.

[Linksonder:] Model G.A. 7 25.000-1-'39
[Rechtsonder, handgeschreven:] 18

--- Deze brief vormt een schakel in een administratieve procedure rondom het verkrijgen van een 'ventvergunning' (een vergunning om op straat handel te drijven) in Amsterdam.

  • De Casus: Philip Locher (36 jaar) wil een ventvergunning. Zijn eerdere aanvraag in 1939 werd afgewezen omdat de commissie meende dat hij geen beroepsventer was.
  • Het Bewijs: Locher probeert dit besluit aan te vechten door bewijsstukken aan te leveren die aantonen dat hij vóór 1933 wel degelijk als beroepsventer actief was. Hij voert verklaringen op van collega-venters, de politie en de vakbond voor de vis- en haringhandel.
  • De Rechtvaardiging: De onderbreking in zijn loopbaan als venter na 1933 wordt verklaard door het feit dat hij zijn vader hielp op de Albert Cuypmarkt. Dit suggereert een onderscheid in de regelgeving tussen het hebben van een vaste standplaats (markt) en het ambulante 'venten' langs de deuren.
  • De Vraag: De wethouder vraagt de adviescommissie om dit nieuwe bewijsmateriaal te beoordelen en te heroverwegen of Locher nu wel in aanmerking komt voor de vergunning.

--- * Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 27 april 1940. Dit is minder dan twee weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De ambtelijke molen in Amsterdam draait op dat moment nog op de gebruikelijke, vredestijdse wijze.
* Economie en Regulering: In de nasleep van de crisisjaren '30 was de concurrentie op straat groot. De gemeente Amsterdam reguleerde het aantal venters streng om wildgroei te voorkomen en de markt te beschermen. Men moest kunnen aantonen dat het venten de hoofdbron van inkomst was (het 'beroep').
* Lokale geschiedenis: De Albert Cuypstraat was toen al het hart van de Amsterdamse markthandel. De brief geeft een inkijkje in de sociale structuur van die tijd: de overgang van hulp in de familiezaak naar een eigen zelfstandig bestaan als straathandelaar, ondersteund door getuigenissen uit de eigen buurt en beroepsgroep.
* Wethouder: In deze periode (college 1939-1941) was E.J. Korthals Altes de wethouder die onder andere verantwoordelijk was voor Levensmiddelen. De handtekening op de brief is waarschijnlijk van hem of een gevolmachtigd ambtenaar.

Samenvatting

Deze brief vormt een schakel in een administratieve procedure rondom het verkrijgen van een 'ventvergunning' (een vergunning om op straat handel te drijven) in Amsterdam.

  • De Casus: Philip Locher (36 jaar) wil een ventvergunning. Zijn eerdere aanvraag in 1939 werd afgewezen omdat de commissie meende dat hij geen beroepsventer was.
  • Het Bewijs: Locher probeert dit besluit aan te vechten door bewijsstukken aan te leveren die aantonen dat hij vóór 1933 wel degelijk als beroepsventer actief was. Hij voert verklaringen op van collega-venters, de politie en de vakbond voor de vis- en haringhandel.
  • De Rechtvaardiging: De onderbreking in zijn loopbaan als venter na 1933 wordt verklaard door het feit dat hij zijn vader hielp op de Albert Cuypmarkt. Dit suggereert een onderscheid in de regelgeving tussen het hebben van een vaste standplaats (markt) en het ambulante 'venten' langs de deuren.
  • De Vraag: De wethouder vraagt de adviescommissie om dit nieuwe bewijsmateriaal te beoordelen en te heroverwegen of Locher nu wel in aanmerking komt voor de vergunning.

Historische Context

  • Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 27 april 1940. Dit is minder dan twee weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De ambtelijke molen in Amsterdam draait op dat moment nog op de gebruikelijke, vredestijdse wijze.
  • Economie en Regulering: In de nasleep van de crisisjaren '30 was de concurrentie op straat groot. De gemeente Amsterdam reguleerde het aantal venters streng om wildgroei te voorkomen en de markt te beschermen. Men moest kunnen aantonen dat het venten de hoofdbron van inkomst was (het 'beroep').
  • Lokale geschiedenis: De Albert Cuypstraat was toen al het hart van de Amsterdamse markthandel. De brief geeft een inkijkje in de sociale structuur van die tijd: de overgang van hulp in de familiezaak naar een eigen zelfstandig bestaan als straathandelaar, ondersteund door getuigenissen uit de eigen buurt en beroepsgroep.
  • Wethouder: In deze periode (college 1939-1941) was E.J. Korthals Altes de wethouder die onder andere verantwoordelijk was voor Levensmiddelen. De handtekening op de brief is waarschijnlijk van hem of een gevolmachtigd ambtenaar.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Meyer Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaf-fing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaffing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A Boumeester Waterlooplein
A. Bouwmeester Uilenburg bezet thans reeds sedert 9 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel
A. Bouwmeester meerdere Bezet thans reeds sedert 9 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Hagenaar Waterlooplein
Aron Vogel meerdere Reeds voorgesteld d.d. 4-9-1939 no. 17/2/5 M. Rapport Dir. M.S. d.d. 2 October 1939 advies: plaats aanhouden; Vogel gaat bij eenige opleving weder staan; is echter nimmer verschenen.
Aron Vogel Waterlooplein 21/1 39
Abraham Prins Waterlooplein 27/2 39
B.F. Reinen Waterlooplein Idem. Advies: 4 maanden gevangenis; komt daarna weer op de markt; is echter niet verschenen.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
B.J. van Straten meerdere Bezet thans reeds sedert 10 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel is 66 jaar en ziek.
B.J. van Straten meerdere bezet thans reeds sedert 10 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel; is 66 jaar en ziek.
B. Kloos Uilenburg heeft geen kans thans op de markten zijn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
Benjamin Schelvis Waterlooplein 15/1 40
C Bleekrode-Kinsbergen Waterlooplein
C. Prins Waterlooplein 18/1 40
M.C.A. Renes meerdere Is 68 jaar; wil in steun blyven.
C. Renes meerdere is 69 jaar; wil in steun blijven.
C.E. Molenaars Waterlooplein 21/12 39 sg
C. van Bambergen Waterlooplein
D.A. Overmars Waterlooplein 23/12 39
D.M. de Groot Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2