Getypt afschrift van een verzoekschrift.
Origineel
Getypt afschrift van een verzoekschrift. 8 april 1940. Philip Locher (Albert Cuypstraat 103 I, Amsterdam-Zuid). ~~No. 13/40/ M.1940.~~
No. 70/105 L.M.1940 15/4.
~~PHILIP LOCHER~~
Albert Cuypstraat 103 I
Amsterdam-Zuid.
Afschrift.-
Amsterdam, 8 April 1940.
Aan Burgemeester en Wethouders,
Stadhuis,
A m s t e r d a m.
Edelachtbare Heeren,
Overeenkomstig een my gegeven raad wend ik my tot U met het ver-
zoek te willen bevorderen, dat my een ventvergunning voor visch worde
verstrekt.
Ik heb vroeger myn vader, die een standplaats in de Albert Cuyp-
straat heeft, geholpen, doch daar ik sindsdien getrouwd ben en deze
standplaats geen twee gezinnen kan onderhouden, heb ik voor eigen re-
kening visch gevent. Een officieel bewys hiervan heb ik tot nu toe niet
kunnen leveren, doch ik leg U hierby over vier verklaringen ten bewyze
dat ik wel degelyk met visch heb gevent, ofschoon dit by het Marktwe-
zen niet officieel bekend schynt te zyn en dit laatste is een voor-
waarde, welke wordt gesteld voor het uitreiken van een vergunning.
In verband hiermede vermeld ik nog, dat ik in 1931 meerdere malen
bericht van het Stadhuis heb gehad, dat er een ventvergunning voor my
klaar lag, doch ik had toen geen aanleiding om my deze vergunning te
verschaffen, daar ik myn vader op zyn standplaats hielp en dus nog geen
ventvergunning noodig had.
Ik vertrouw, dat ik gezien het bovenstaande, geen vergeefsch
beroep op U heb gedaan en verzoek U het wel daarheen te willen leiden,
dat my alsnog de bedoelde ventvergunning voor visch wordt verstrekt.
Inmiddels heb ik de eer te zyn,
Hoogachtend,
Van U.E.A.de dw.
w.g. Ph. Locher.
Ondergeteekende verklaart dat hy herhaalde malen met z’n broer
Ph Locher samen gevend heeft met vis en fruit.
w.g. M. Locher.
Krugerplein 38.
Amsterdam- * Inhoud: Philip Locher verzoekt de gemeente Amsterdam om een officiële ventvergunning voor de verkoop van vis. Hij voert aan dat hij zijn vader jarenlang heeft geholpen op de Albert Cuypmarkt, maar dat hij nu wegens zijn huwelijk een eigen inkomen moet genereren.
* Kernprobleem: Het "Marktwezen" (de gemeentelijke instantie) eist een officieel bewijs van eerdere ventactiviteiten. Omdat Locher tot dan toe informeel of onder de vlag van zijn vader werkte, kan hij dit bewijs niet leveren. Hij probeert dit te omzeilen door getuigenverklaringen (waaronder die van zijn broer M. Locher) over te leggen.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele spelling ("visch", "myn", "bewys") en de eerbiedige aanspreekvormen ("Edelachtbare Heeren"). De afkorting "w.g." staat voor "was getekend", wat bevestigt dat dit een getypt afschrift is van een handgeschreven origineel.
* Administratieve context: De aantekening "15/4" (15 april) bovenaan suggereert de datum van behandeling of ontvangst bij de betreffende afdeling. * Historisch moment: De brief is gedateerd op 8 april 1940, slechts één maand voor de Duitse inval in Nederland. Dit document geeft een inkijkje in het normale dagelijkse en ambtelijke leven in Amsterdam vlak voor het uitbreken van de oorlog.
* Sociaal-economisch: De Albert Cuypstraat was (en is) het hart van de Amsterdamse markthandel. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in deze sector. De naam Locher en de woonlocatie in de Transvaalbuurt (Krugerplein) passen in het profiel van de Amsterdamse Joodse gemeenschap van die tijd, die vaak in de markthandel een karig belegde boterham verdiende.
* Regulering: Het document illustreert de strikte regulering van de straathandel in Amsterdam in de jaren '30 en '40, waarbij vergunningen cruciaal waren voor legale broodwinning. M. Locher Gemeente Amsterdam Marktwezen Stadhuis