Getypte afschriften van verklaringen en een begeleidende brief.
Origineel
Getypte afschriften van verklaringen en een begeleidende brief. 13 april 1940 (begeleidende brief), met bijlagen uit maart 1940. No. 18/40 M. 1940. Afschriften.
NEDERLANDSCHE BOND VAN KLEINHANDELAREN IN HET VISCH EN HARINGBEDRYF.
AMSTERDAM-O, 13 April 1940.
Aan het geacht College van
Burgemeester en Wethouders
ALHIER.
WelEdelachtbare Heeren.
Namens het Bestuur van bovengenoemde organisatie heb ik de eer Ued. Achtbaar College te berichten dat wy volgaarne verklaren dat wy den heer Ph. Locher kennen, als iemand die reeds lang voor 1933 met venten en inzonderheid met visch zyn brood heeft verdient.
Met klem verzoekt ons Bestuur Uw geacht College dan ook hem een vent-vergunning te willen verstrekken.
Uw geacht College by voorbaat dankend,
Inmiddels
Namens Bestuur
Uw dw.dn.
w.g. L. Presser. Secretaris.
Ondergeteekende verklaart dat Philip Locher, ge. Amsterdam 10-1-1904 beroep vischventer, reeds vanaf zyn 14 jaar in Zuid met visch vent.
De a.p. voornoemd,
w.g. onleesbaar
agent van politie
F.Bolstraat. 21-3-1940.
Myne Heeren,
Ondergeteekende verklaart dat den heer Ph. Locher verscheidene jaren met my samen aan een kar heeft gevent.
Hoogachtend,
w.g. H. Groenteman
Reitzstraat 23 huis
Alhier
Amsterdam, 16/3/1940.
Ondergeteekende verklaart dat hy als compagnon met Philip Locher wonende alhier gevent heeft met fruit in Amsterdam sinds 1933 herhaalde malen.
Hoogachtend
w.g. Jacob Waterman
Afrikanerplein 29 II
Amsterdam-Oost-
Ondergeteekende A. Locher, Colensostraat 7 Amsterdam verklaart dat Ph. Locher Albert Cuypstraat 103 II herhaalde malen met hem heeft gevent met versche visch Ook na 1933 in de Gemeente Amsterdam.
w.g. A. Locher
Colensostraat 7 hs
Amsterdam-Oost.
--- * Doel van het document: Dit verzameldocument dient als bewijsvoering voor de gemeente Amsterdam om aan te tonen dat Philip Locher al geruime tijd werkzaam is als (vis)venter. Dit was noodzakelijk voor het verkrijgen of behouden van een ventvergunning.
* Significante datum 1933: In de tekst wordt herhaaldelijk verwezen naar het jaar 1933. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de invoering van de Vestigingswet Kleinbedrijf (1937) of eerdere gemeentelijke verordeningen, waarbij venters moesten aantonen dat zij al vóór een bepaalde datum in het vak werkzaam waren om aanspraak te kunnen maken op verworven rechten.
* Structuur: Het document bevat een officiële brief van de beroepsvereniging, gevolgd door vier getuigenverklaringen van respectievelijk een politieagent (ter bevestiging van de openbare orde en historische activiteit), twee voormalige compagnons en een familielid (A. Locher).
* Terminologie: "w.g." staat voor "was getekend", wat aangeeft dat dit een getypte kopie is van de originele handgeschreven documenten. "dw.dn." is de afkorting voor "dienstwillige dienaar", een destijds gebruikelijke beleefdheidsformule.
--- Dit document is opgesteld in april 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. De genoemde locaties (Reitzstraat, Afrikanerplein, Colensostraat) bevinden zich in de Transvaalbuurt en de Indische Buurt in Amsterdam-Oost. Dit waren wijken met een grote Joodse populatie.
Namen zoals Presser, Groenteman en Waterman wijzen erop dat zowel de aanvrager als zijn referenten deel uitmaakten van de Joodse gemeenschap in Amsterdam. Voor veel Joodse Amsterdammers was de straathandel (venten met vis, fruit of textiel) een cruciale bron van inkomsten. De bureaucratische strijd voor een vergunning, zoals hier vastgelegd, toont de kwetsbare sociaaleconomische positie van kleine zelfstandigen vlak voor het uitbreken van de oorlog, waarna deze groep door de bezetter specifiek doelwit zou worden van uitsluiting en vervolging. Philip Locher zelf woonde ten tijde van de aanvraag op de bekende marktlocatie Albert Cuypstraat. A. Locher H. Groenteman L. Presser Gemeente Amsterdam Politie