Ambtelijke notitie / adviesrapport.
Origineel
Ambtelijke notitie / adviesrapport. 21 mei 1940. De zaak van Ph. Loecher is niet zoo eenvoudig.
Kooplieden van de markt Alb. Cuijperstraat, die
als zeer betrouwbaar bekend staan, hebben ten
stelligste verklaard, dat Loecher nimmer
heeft gevent.
Tegenover deze verklaring staan thans echter
verklaringen van o.a. een agent van politie
en van den Bond van kleinhandelaren in
het visch- en haringbedrijf.
Ik meen dat hier van een grensgeval kan
worden gesproken.
Teneinde te voorkomen, dat tegenover
adressant onbillijk wordt gehandeld, geef
ik U in overweging den Wethouder e. v.
de commissie te adviseeren hem alsnog
voor een ventvergunning in aanmerking te
laten komen.
21-5-’40
de Haan
C. v. A. In dit document adviseert een ambtenaar (vermoedelijk de heer De Haan) over de vergunningaanvraag van een zekere heer Ph. Loecher. Er is sprake van tegenstrijdige getuigenissen:
1. Ontlastend: Gerespecteerde kooplieden van de Albert Cuijpmarkt verklaren dat Loecher nooit illegaal heeft gevent (op straat heeft verkocht zonder vergunning).
2. Belastend: De politie en de vakbond voor vishandelaren beweren het tegendeel.
Vanwege deze tegenstrijdigheid bestempelt de schrijver de zaak als een "grensgeval". Om onrechtvaardigheid te voorkomen, stelt hij voor om Loecher het voordeel van de twijfel te geven en hem alsnog een ventvergunning toe te kennen. Het document is gedateerd op 21 mei 1940, slechts elf dagen na de Duitse inval in Nederland. Ondanks de capitulatie en de vroege dagen van de bezetting, bleef het Nederlandse ambtenarenapparaat in eerste instantie functioneren zoals voorheen. De Albert Cuijpmarkt in Amsterdam was (en is) een van de belangrijkste markten van het land. De strikte regulering van "venten" (ambulante handel) was in die tijd van groot sociaal-economisch belang om de broodwinning van gevestigde winkeliers en marktlui te beschermen. Politie
Samenvatting
In dit document adviseert een ambtenaar (vermoedelijk de heer De Haan) over de vergunningaanvraag van een zekere heer Ph. Loecher. Er is sprake van tegenstrijdige getuigenissen:
1. Ontlastend: Gerespecteerde kooplieden van de Albert Cuijpmarkt verklaren dat Loecher nooit illegaal heeft gevent (op straat heeft verkocht zonder vergunning).
2. Belastend: De politie en de vakbond voor vishandelaren beweren het tegendeel.
Vanwege deze tegenstrijdigheid bestempelt de schrijver de zaak als een "grensgeval". Om onrechtvaardigheid te voorkomen, stelt hij voor om Loecher het voordeel van de twijfel te geven en hem alsnog een ventvergunning toe te kennen.
Historische Context
Het document is gedateerd op 21 mei 1940, slechts elf dagen na de Duitse inval in Nederland. Ondanks de capitulatie en de vroege dagen van de bezetting, bleef het Nederlandse ambtenarenapparaat in eerste instantie functioneren zoals voorheen. De Albert Cuijpmarkt in Amsterdam was (en is) een van de belangrijkste markten van het land. De strikte regulering van "venten" (ambulante handel) was in die tijd van groot sociaal-economisch belang om de broodwinning van gevestigde winkeliers en marktlui te beschermen.