Getypte ambtelijke brief/advies.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/advies. 24 april 1939. [Links boven:]
18/15/2 M.
n 4
[Midden boven, handgeschreven:]
extra
[Rechts boven:]
D/G.
24 April 1939.
[Links:]
Aanvraag ventvergunning
ten name van Ph. Locher.
[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw apostille d.d. 27 Maart jl. onder no. 64/473 L.M. 1938 om advies ontvangen stukken heeft de Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen de eer U te berichten, dat zy het onderhavige verzoek van Ph. Locher heeft behandeld in haar vergaderingen van 4 en 17 April jl. In opdracht der vergadering heeft de eerste ondergeteekende nog een nader onderzoek ten deze doen instellen naar de vraag, of Locher in 1933 inderdaad van het venten te Amsterdam zyn beroep heeft gemaakt, terwyl tevens is nagegaan of hy zyn vader thans niet meer moet helpen op diens plaats op de markt Albert Cuypstraat.
Hierby is gebleken, dat Locher nimmer van het venten te Amsterdam zyn beroep heeft gemaakt. Hy heeft zyn vader altyd op diens marktplaats geassisteerd; hy zal misschien wel eens op die markt gevent hebben met een restantje visch van zyn vader, waardoor de agent van politie ertoe zal zyn gekomen de zich onder de stukken bevindende verklaring af te geven.
Het is de bedoeling om op de plaats van den vader op de Albert Cuypstraat een jongeren broer van adressant als assistent te doen optreden, terwyl adressant dan, indien hem een ventvergunning zou worden verstrekt, zou kunnen gaan venten.
De Commissie is unaniem van meening, dat de gegevens zoodanig zyn, dat moet worden aangenomen, dat Locher * Inhoud: De Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen rapporteert aan de wethouder over de aanvraag van Ph. Locher. Er is specifiek onderzoek gedaan naar het werkverleden van Locher in 1933.
* Belangrijkste bevinding: De commissie concludeert dat Locher nooit officieel "venter" als beroep heeft gehad, maar altijd zijn vader assisteerde op diens viskraam op de Albert Cuypmarkt. Een eerdere politieverklaring die suggereerde dat hij wel ventte, wordt door de commissie weggeschreven als het incidenteel verkopen van restjes vis van zijn vader op de markt zelf.
* Motivatie aanvraag: De familie wil een jongere broer de plek van assistent bij de vader laten innemen, zodat Ph. Locher zelfstandig kan gaan venten met een eigen vergunning.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "zy", "zyn", "visch", "terwyl"). De toon is zakelijk en onderzoekend. Dit document stamt uit april 1939, een periode van economische spanning en strikte regulering vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In Amsterdam was straathandel (venten) aan strenge regels gebonden om wildgroei en oneerlijke concurrentie te voorkomen. De "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen" speelde een cruciale rol in het beoordelen of iemand recht had op een schaarse vergunning.
De vermelding van de Albert Cuypstraat (de Albert Cuypmarkt) plaatst het dossier in het hart van de Amsterdamse volkscultuur en handel. Het document illustreert hoe nauwgezet de overheid de achtergrond en arbeidsgeschiedenis van burgers controleerde voordat er privileges zoals een handelsvergunning werden verleend. Het feit dat er specifiek naar het jaar 1933 wordt gekeken, suggereert dat er bepaalde anciënniteitsregels of bewijslasten golden die teruggingen tot de diepste jaren van de economische crisis.