Brief (correspondentie op officieel briefpapier)
Origineel
Brief (correspondentie op officieel briefpapier) 14 december 1940 Bestuur van de Kooplieden- en Marktkramersbond „Mercurius” (gevestigd te Amsterdam) Den Edelachtbaren Heren Burgemeester en Wethouders van Amsterdam KOOPLIEDEN- EN MARKTKRAMERSBOND
„MERCURIUS”
SECRETARIAAT: M. ORTJE
NIEUWE ACHTERGRACHT 101 - TELEF. 50081
POSTGIRO 254334 - AMSTERDAM-CENTRUM
OPGERICHT 23 DEC. 1898
GOEDGEKEURD BIJ VERSCHILL. KONINKLIJKE BESLUITEN
AANGESLOTEN BIJ DE NED. BOND VAN MARKTKOOPLIEDENVER.
AMSTERDAM, ............................................................................
14 December 1940 [gestempeld]
Den Edelachtbaren Heren
Burgemeester en Wethouders
van Amsterdam.
Edelachtbare Heren,
Het bestuur van de Kooplieden- en Marktkramers-
bond Mercurius, gevestigd te Amsterdam, N. Achtergracht 101,
verzoekt met deze in de plaats van den heer M.E. Neeter in
de markt-, vent- en centrale marktcommissies te willen benoemen
den heer H. Zoutendijk, Hobbemaplein 59, Den Haag.
Als plaatsvervanger in deze commissies stelt
het bestuur U voor den heer A.C. van Teesteling, Gerard Doustraat 88,
Amsterdam Z, te willen benoemen.
Bij voorbaat onze bijzondere dank.
Met Hoogachting,
[Handtekening: M.E. Neeter] voorz.
[Handtekening: M. Ortje] secr. * Inhoud: De bond "Mercurius" verzoekt het Amsterdamse college van B&W om de samenstelling van hun vertegenwoordiging in diverse marktgerelateerde gemeentelijke commissies te wijzigen.
* Mutaties: De heer M.E. Neeter wordt als lid vervangen door de heer H. Zoutendijk uit Den Haag. De heer A.C. van Teesteling wordt voorgedragen als de nieuwe plaatsvervanger.
* Vorm: Het betreft een zakelijke, formele correspondentie. Opvallend is dat M.E. Neeter de brief zelf nog ondertekent als voorzitter, terwijl hij uit de commissies wordt verwijderd. Dit document is historisch zeer relevant vanwege de datum (december 1940) en de genoemde personen.
* Jodenvervolging: In november 1940 stelden de Duitse bezetters de 'Ariërverklaring' verplicht en werden Joodse burgers uit openbare functies gezet. De voorzitter van de bond, Maurits Eduard Neeter, was Joods. Hoewel de bond een private vereniging was, werden Joodse afgevaardigden uit officiële gemeentelijke commissies geweerd.
* Systematische uitsluiting: Deze brief is een administratieve neerslag van de uitsluiting van Joden uit het maatschappelijk en economisch leven in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Tragiek: M.E. Neeter, een invloedrijk figuur in de Amsterdamse markthandel, zou de oorlog niet overleven; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord. De brief markeert het begin van het proces waarin hij zijn grip op de organisatie die hij mede leidde, verloor. A.C. van Teesteling H. Zoutendijk M. Ortje M.E. Neeter N. Achtergracht
Samenvatting
- Inhoud: De bond "Mercurius" verzoekt het Amsterdamse college van B&W om de samenstelling van hun vertegenwoordiging in diverse marktgerelateerde gemeentelijke commissies te wijzigen.
- Mutaties: De heer M.E. Neeter wordt als lid vervangen door de heer H. Zoutendijk uit Den Haag. De heer A.C. van Teesteling wordt voorgedragen als de nieuwe plaatsvervanger.
- Vorm: Het betreft een zakelijke, formele correspondentie. Opvallend is dat M.E. Neeter de brief zelf nog ondertekent als voorzitter, terwijl hij uit de commissies wordt verwijderd.
Historische Context
Dit document is historisch zeer relevant vanwege de datum (december 1940) en de genoemde personen.
* Jodenvervolging: In november 1940 stelden de Duitse bezetters de 'Ariërverklaring' verplicht en werden Joodse burgers uit openbare functies gezet. De voorzitter van de bond, Maurits Eduard Neeter, was Joods. Hoewel de bond een private vereniging was, werden Joodse afgevaardigden uit officiële gemeentelijke commissies geweerd.
* Systematische uitsluiting: Deze brief is een administratieve neerslag van de uitsluiting van Joden uit het maatschappelijk en economisch leven in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Tragiek: M.E. Neeter, een invloedrijk figuur in de Amsterdamse markthandel, zou de oorlog niet overleven; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord. De brief markeert het begin van het proces waarin hij zijn grip op de organisatie die hij mede leidde, verloor.