Officiële brief (doorslag van een getypt exemplaar).
Origineel
Officiële brief (doorslag van een getypt exemplaar). 7 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam). Den Heer B. Worms, Lepelstraat 8, Amsterdam-Centrum. VD/HG.
den Heer B. Worms,
Lepelstraat 8,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
18/81/2 M. 7 December 1940.
Naar aanleiding van een mededeeling van den Wethouder voor de
Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen
moet ik U berichten, dat U ingevolge opdracht van den Secretaris-
Generaal, waarnemend Hoofd van het Departement van Binnenlandsche
Zaken van Uw functie als plaatsvervangend lid van de Commissie van
Advies voor de Centrale Markt is ontheven.
De Directeur, Deze brief is een ontslagbrief gericht aan de heer B. Worms. Hij wordt uit zijn functie als plaatsvervangend lid van de Commissie van Advies voor de Centrale Markt ontheven. De beslissing wordt officieel gemotiveerd door een opdracht van de Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandse Zaken, via de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen.
De toon is zakelijk en ambtelijk, zoals gebruikelijk voor die tijd, maar de context van de datum (december 1940) geeft de tekst een veel grimmiger gewicht. Het is geen incidenteel ontslag, maar onderdeel van een systematische uitsluiting. De datum 7 december 1940 is cruciaal voor het begrijpen van dit document. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. Kort na de inval begonnen de bezetters met het invoeren van anti-Joodse maatregelen.
In oktober 1940 moesten alle ambtenaren de zogeheten 'Ariërverklaring' ondertekenen. Op 23 november 1940 volgde de schorsing van alle Joodse ambtenaren en personen in overheidsdienst. Deze brief van 7 december is de directe administratieve uitvoering van dat bevel voor de heer Worms.
De naam "Worms" en het adres "Lepelstraat 8" (gelegen in de Amsterdamse Jodenbuurt) bevestigen dat dit ontslag onderdeel was van de zuivering van het overheidsapparaat van Joodse medewerkers. De Secretaris-Generaal van Binnenlandse Zaken, K.J. Frederiks, gaf uitvoering aan deze Duitse verordeningen, wat leidde tot duizenden van dit soort ontslagbrieven door het hele land. De brief markeert het begin van de volledige maatschappelijke isolatie en uiteindelijke vervolging van de Joodse bevolking in Nederland. B. Worms K.J. Frederiks
Samenvatting
Deze brief is een ontslagbrief gericht aan de heer B. Worms. Hij wordt uit zijn functie als plaatsvervangend lid van de Commissie van Advies voor de Centrale Markt ontheven. De beslissing wordt officieel gemotiveerd door een opdracht van de Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandse Zaken, via de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen.
De toon is zakelijk en ambtelijk, zoals gebruikelijk voor die tijd, maar de context van de datum (december 1940) geeft de tekst een veel grimmiger gewicht. Het is geen incidenteel ontslag, maar onderdeel van een systematische uitsluiting.
Historische Context
De datum 7 december 1940 is cruciaal voor het begrijpen van dit document. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. Kort na de inval begonnen de bezetters met het invoeren van anti-Joodse maatregelen.
In oktober 1940 moesten alle ambtenaren de zogeheten 'Ariërverklaring' ondertekenen. Op 23 november 1940 volgde de schorsing van alle Joodse ambtenaren en personen in overheidsdienst. Deze brief van 7 december is de directe administratieve uitvoering van dat bevel voor de heer Worms.
De naam "Worms" en het adres "Lepelstraat 8" (gelegen in de Amsterdamse Jodenbuurt) bevestigen dat dit ontslag onderdeel was van de zuivering van het overheidsapparaat van Joodse medewerkers. De Secretaris-Generaal van Binnenlandse Zaken, K.J. Frederiks, gaf uitvoering aan deze Duitse verordeningen, wat leidde tot duizenden van dit soort ontslagbrieven door het hele land. De brief markeert het begin van de volledige maatschappelijke isolatie en uiteindelijke vervolging van de Joodse bevolking in Nederland.