Ambtsbrief/Memorandum (doorslag).
Origineel
Ambtsbrief/Memorandum (doorslag). 24 februari (jaartal niet expliciet vermeld, vermoedelijk vroege 20e eeuw). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). 1
20/8/3
Amsterdam.
24 Februari x40
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
Inmiddels heb ik den marktambtenaren opgedragen,
om op de markten Ten Katestraat en Albert Cuypstraat, nu de
vorst is afgeloopen, weder nauwkeurig op de reinheid toe te
zien en er vooral op te letten, dat iedere koopman, zooals
het Reglement dit voorschrijft, een kist of bak heeft voor
de berging van papier en afval.
De Directeur, In dit korte schrijven rapporteert de Directeur aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over de handhaving van de hygiëne op twee grote Amsterdamse markten. Nu de winterse vorstperiode voorbij is, is het toezicht op de reinheid verscherpt. De nadruk ligt op de naleving van het marktreglement, specifiek de verplichting voor kooplui om eigen afvalbakken te hebben voor papier en ander vuil. De taal is formeel ambtelijk, met gebruik van de destijds gebruikelijke spelling ("den", "zooals", "afgeloopen"). * Locatie: De Ten Katestraat (Oud-West) en de Albert Cuypstraat (De Pijp) huisvesten nog steeds de bekendste dagmarkten van Amsterdam. De Albert Cuypmarkt werd officieel ingesteld in 1905, de Ten Katemarkt in 1910.
* Bestuur: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een belangrijke post, zeker in tijden van schaarste of economische transitie, waarbij markttoezicht cruciaal was voor de publieke gezondheid en orde.
* Hygiëne: In een tijd waarin markten nog veel meer open afval produceerden (paardenvijgen, verpakkingsmateriaal, organisch afval), was de overgang van vorst naar dooi vaak een kritiek moment voor de stadsreiniging, omdat opgehoopt vuil dan weer zichtbaar en hinderlijk werd. Dit verklaart de specifieke timing van de opdracht aan de marktambtenaren. Marktwezen
Samenvatting
In dit korte schrijven rapporteert de Directeur aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over de handhaving van de hygiëne op twee grote Amsterdamse markten. Nu de winterse vorstperiode voorbij is, is het toezicht op de reinheid verscherpt. De nadruk ligt op de naleving van het marktreglement, specifiek de verplichting voor kooplui om eigen afvalbakken te hebben voor papier en ander vuil. De taal is formeel ambtelijk, met gebruik van de destijds gebruikelijke spelling ("den", "zooals", "afgeloopen").
Historische Context
- Locatie: De Ten Katestraat (Oud-West) en de Albert Cuypstraat (De Pijp) huisvesten nog steeds de bekendste dagmarkten van Amsterdam. De Albert Cuypmarkt werd officieel ingesteld in 1905, de Ten Katemarkt in 1910.
- Bestuur: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een belangrijke post, zeker in tijden van schaarste of economische transitie, waarbij markttoezicht cruciaal was voor de publieke gezondheid en orde.
- Hygiëne: In een tijd waarin markten nog veel meer open afval produceerden (paardenvijgen, verpakkingsmateriaal, organisch afval), was de overgang van vorst naar dooi vaak een kritiek moment voor de stadsreiniging, omdat opgehoopt vuil dan weer zichtbaar en hinderlijk werd. Dit verklaart de specifieke timing van de opdracht aan de marktambtenaren.