Getypte brief op officieel briefpapier/doorslagpapier.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier/doorslagpapier. 21 februari 1940. Den Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. ALBERT LEVY , BURCHT 2.
Zaandam, 21/2 1940.
JOSEF LEVY , BEETHOVENSTR. 3.
==============================
[Paars stempel:] № 20/10/1 M. 1940 22/2
[Potloodnotitie:] Mr Snep
Den Heer Directeur
v/h. Marktwezen
te Amsterdam.
=============
Geachte Heer Directeur,
Daar er momenteel buitenlanders in aanmerking komen, voor de soli=
sitantenlyst der verschillende markten, zoo verzoeken ondergetee=
kenden U vriendelyk ook hiervoor in aanmerking te mogen komen.
Wy komen al jaren op de verschillende Amsterdamsche markten.
Daar wy als buitenlanders dikwyls geen plaats kregen, gebeurde
het, dat wy naar buitenmarkten gingen.
Hoofdzakelyk zyn wy toch op Amsterdam aangewezen en wilden graag
hiervoor ingeschreven worden. Inlichtingen hieromtrent zou U van
den Heer de Wolf kunnen krygen.
Hopende een gunstig antwoord van
[Doorgehaald: ==] U te mogen ontvangen,
verblyven wy
Hoogachtend
*Albert Levy*
*Jos. Levy.* * **Inhoud:** De heren Albert en Josef Levy verzoeken de directeur van het Amsterdamse Marktwezen om te worden opgenomen op de sollicitantenlijst voor de Amsterdamse markten. Zij geven aan dat zij "buitenlanders" zijn (waarschijnlijk Duits-Joodse vluchtelingen) en dat zij vernomen hebben dat buitenlanders nu ook in aanmerking komen voor een plek.
- Argumentatie: Zij benadrukken dat zij al jaren ervaring hebben op de Amsterdamse markten, maar dat zij vanwege hun status als buitenlander vaak geen vaste plek kregen en daarom moesten uitwijken naar markten buiten de stad ("buitenmarkten").
- Referentie: Er wordt verwezen naar een "Heer de Wolf" die verdere inlichtingen over hen kan verschaffen.
- Status: De brief is formeel van toon en getuigt van een poging om op legale wijze in het eigen levensonderhoud te voorzien in een periode van grote onzekerheid. * Datum en politieke situatie: De brief dateert van 21 februari 1940, slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. De afzenders, met de achternaam Levy, zijn vrijwel zeker Joodse vluchtelingen die in de jaren '30 nazi-Duitsland waren ontvlucht.
- Vluchtelingenbeleid: In die periode was de rechtspositie van vluchtelingen (vaak aangeduid als "vreemdelingen" of "buitenlanders") zeer precair. Het was voor hen vaak verboden of zeer moeilijk om een werkvergunning te krijgen of een eigen zaak te drijven. De marktvergunningen waren strikt gereguleerd en Amsterdammers kregen vaak voorrang.
- Marktwezen: Het Amsterdamse Marktwezen beheerde de toewijzing van standplaatsen. De brief suggereert een kleine versoepeling in het beleid ("Daar er momenteel buitenlanders in aanmerking komen"), waar de broers gebruik van hopen te maken.
- Historische betekenis: Dit document is een pijnlijk voorbeeld van de pogingen van Joodse vluchtelingen om een bestaan op te bouwen vlak voordat de bezetting hun situatie dramatisch zou verslechteren. Kort na de inval zouden Joodse kooplieden eerst worden beperkt tot specifieke "Joodse markten" en uiteindelijk geheel uit het economische leven worden verbannen. Marktwezen