Administratieve registratiekaart / indexkaart betreffende vreemdelingen.
Origineel
Administratieve registratiekaart / indexkaart betreffende vreemdelingen. Februari - maart 1940. (Stempel linksboven:)
BIJBLAD VAN:
M. No. 20/10/1 1940
DOORGEZONDEN: 22/2-40.
(Bovenzijde rechts:)
36
Buitenlanders
(Grote rode aantekening:)
20/10/2
(Tekst bovenaan:)
verzoeken inschrijving
op soll. lijst
(Eerste vermelding:)
Albert Levy
geb 5 Nov. 1905
sedert 15 febr. 36
in Holland
Gehuwd met d.v. geen kindere.
sedert febr 36 marktkoopman
Woonde bij C. Wester-Wortman.
Mode art. In Duitschland handelsbediende.
(Aantekening midden rechts:)
oproepen? 0 13/3
6-3-40
de Meijer
(Tweede vermelding:)
Jozef Levy
geb 14-12-1901
sedert Maart 36 in Holland
ongehuwd
sedert 36 marktkoopman
als boven: in Duitschland slager.
hebben het laatste geregeld de buitenmarkten
bezocht wonende in Amsterdam geen vaste
woonplaats
(Onderaan:)
3. + 4.
(Stempel linksonder:)
Alg. Zaken, Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijke notitie over twee broers (of naaste verwanten), Albert en Jozef Levy, die halverwege de jaren '30 vanuit Duitsland naar Nederland zijn gevlucht.
* Albert Levy: Was in Duitsland werkzaam in de modebranche als handelsbediende. In Nederland is hij vanaf februari 1936 actief als marktkoopman. Er wordt melding gemaakt van een verblijfadres bij "C. Wester-Wortman".
* Jozef Levy: Was in Duitsland slager en volgde zijn broer kort daarna naar Nederland (maart 1936), waar hij eveneens als marktkoopman aan de slag ging.
* Status: De mannen hebben "geen vaste woonplaats" in Amsterdam en leiden een zwervend bestaan langs "buitenmarkten" (markten buiten de stad). Ze verzoeken om op een "sollicitatielijst" (soll. lijst) geplaatst te worden, waarschijnlijk om officiële werkvergunningen of steun te verkrijgen.
* Administratieve actie: Op 6 maart 1940 zet een ambtenaar (de Meijer) de kanttekening "oproepen?", wat duidt op een gepland verhoor of controle door de vreemdelingenautoriteiten. Het document dateert van vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het biedt inzicht in de precaire situatie van Joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland in die periode. De Nederlandse overheid hanteerde een restrictief beleid ten aanzien van deze vluchtelingen; zij moesten aantonen in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien om niet als "ongewenste vreemdeling" te worden uitgezet. De overstap van geschoolde beroepen (handelsbediende, slager) naar de ambulante handel als marktkoopman was typerend voor vluchtelingen die probeerden een zelfstandig bestaan op te bouwen zonder vaste aanstelling. De registratie onder de noemer "Buitenlanders" en het specifieke "M. No." (mogelijk verwijzend naar een dossier van het Ministerie van Justitie) toont de nauwgezette bureaucratische controle op deze groep aan de vooravond van de oorlog. Albert Levy (geb. 1905) en Jozef Levy (geb. 1901).
Samenvatting
Dit document is een ambtelijke notitie over twee broers (of naaste verwanten), Albert en Jozef Levy, die halverwege de jaren '30 vanuit Duitsland naar Nederland zijn gevlucht.
* Albert Levy: Was in Duitsland werkzaam in de modebranche als handelsbediende. In Nederland is hij vanaf februari 1936 actief als marktkoopman. Er wordt melding gemaakt van een verblijfadres bij "C. Wester-Wortman".
* Jozef Levy: Was in Duitsland slager en volgde zijn broer kort daarna naar Nederland (maart 1936), waar hij eveneens als marktkoopman aan de slag ging.
* Status: De mannen hebben "geen vaste woonplaats" in Amsterdam en leiden een zwervend bestaan langs "buitenmarkten" (markten buiten de stad). Ze verzoeken om op een "sollicitatielijst" (soll. lijst) geplaatst te worden, waarschijnlijk om officiële werkvergunningen of steun te verkrijgen.
* Administratieve actie: Op 6 maart 1940 zet een ambtenaar (de Meijer) de kanttekening "oproepen?", wat duidt op een gepland verhoor of controle door de vreemdelingenautoriteiten.
Historische Context
Het document dateert van vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het biedt inzicht in de precaire situatie van Joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland in die periode. De Nederlandse overheid hanteerde een restrictief beleid ten aanzien van deze vluchtelingen; zij moesten aantonen in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien om niet als "ongewenste vreemdeling" te worden uitgezet. De overstap van geschoolde beroepen (handelsbediende, slager) naar de ambulante handel als marktkoopman was typerend voor vluchtelingen die probeerden een zelfstandig bestaan op te bouwen zonder vaste aanstelling. De registratie onder de noemer "Buitenlanders" en het specifieke "M. No." (mogelijk verwijzend naar een dossier van het Ministerie van Justitie) toont de nauwgezette bureaucratische controle op deze groep aan de vooravond van de oorlog.