Getypte brief (doorslag op dun doorslagpapier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun doorslagpapier). 18 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Mw. M. Rooselaar-Veffer, Majubastraat 63 II, Amsterdam-Oost. VD/HG.
Mw. M. Rooselaar-Veffer,
Majubastraat 63 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
30/71/2 M. 18 December 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 5 December jl. bericht
ik U, dat de plaatsen van Uw echtgenoot op de markten Waterlooplein
en Lindengracht, gedurende den tijd, dat hij is ingesloten, voor
hem beschikbaar worden gehouden. Gedurende den tijd zijner inslui-
ting behoeft geen marktgeld te worden betaald.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een reactie op een verzoek van mevrouw Rooselaar-Veffer. De directeur bevestigt dat de marktplaatsen van haar echtgenoot op het Waterlooplein en de Lindengracht gereserveerd blijven zolang hij "ingesloten" (gevangen) is. Bovendien wordt er tijdens zijn detentie vrijstelling verleend van het betalen van marktgeld.
* Toon: Strikt zakelijk en bureaucratisch.
* Terminologie: De woorden "ingesloten" en "insluiting" duiden erop dat de echtgenoot in hechtenis zit. In de context van december 1940 is dit een veelzeggende term. * Tijdsgeest: De brief dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De anti-Joodse maatregelen namen in deze periode in hevigheid toe.
* Personen: De geadresseerde is Mirjam Rooselaar-Veffer (1910-1943). Haar echtgenoot was Mozes Rooselaar (1909-1941), een Joodse marktkoopman in Amsterdam. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) is bekend dat Mozes Rooselaar in 1941 werd opgepakt en gedeporteerd naar het concentratiekamp Mauthausen, waar hij in september 1941 werd vermoord. Mirjam Rooselaar-Veffer werd in 1943 in Sobibor vermoord.
* Locatie: Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en de plek waar veel Joodse handelaren hun brood verdienden. De brief toont aan hoe de Amsterdamse bureaucreatie in de vroege bezettingsjaren de administratieve kanten van de afwezigheid van (Joodse) burgers afhandelde, terwijl de tragische realiteit van de vervolging zich op de achtergrond voltrok. M. Rooselaar Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een reactie op een verzoek van mevrouw Rooselaar-Veffer. De directeur bevestigt dat de marktplaatsen van haar echtgenoot op het Waterlooplein en de Lindengracht gereserveerd blijven zolang hij "ingesloten" (gevangen) is. Bovendien wordt er tijdens zijn detentie vrijstelling verleend van het betalen van marktgeld.
- Toon: Strikt zakelijk en bureaucratisch.
- Terminologie: De woorden "ingesloten" en "insluiting" duiden erop dat de echtgenoot in hechtenis zit. In de context van december 1940 is dit een veelzeggende term.
Historische Context
- Tijdsgeest: De brief dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De anti-Joodse maatregelen namen in deze periode in hevigheid toe.
- Personen: De geadresseerde is Mirjam Rooselaar-Veffer (1910-1943). Haar echtgenoot was Mozes Rooselaar (1909-1941), een Joodse marktkoopman in Amsterdam. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) is bekend dat Mozes Rooselaar in 1941 werd opgepakt en gedeporteerd naar het concentratiekamp Mauthausen, waar hij in september 1941 werd vermoord. Mirjam Rooselaar-Veffer werd in 1943 in Sobibor vermoord.
- Locatie: Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en de plek waar veel Joodse handelaren hun brood verdienden. De brief toont aan hoe de Amsterdamse bureaucreatie in de vroege bezettingsjaren de administratieve kanten van de afwezigheid van (Joodse) burgers afhandelde, terwijl de tragische realiteit van de vervolging zich op de achtergrond voltrok.