Handgeschreven brief/notitie op briefkaartformaat.
Origineel
Handgeschreven brief/notitie op briefkaartformaat. H. Rapen, woonachtig aan de Rapenburgerstraat 22 II te Amsterdam. Weledele Heeren
By deze deel ik u mede
dat ik in Maatschappelijken
steun loop. Ik
had u wel eerder bericht
gestuurd maar ik was
nog onder Handelsraad.
Zoodra ik van die steun
af ben zal ik u berichten
Voor mijn Zondag plaats
op de Nieuwe Uilenburgerstr
Hoogachtend
H. Rapen Rapenburgerstr
22 II * Inhoud: De schrijver, H. Rapen, laat de geadresseerden weten dat hij momenteel een beroep doet op de "Maatschappelijke steun" (een vorm van armenzorg of werkloosheidsuitkering). Hij verontschuldigt zich voor de late melding en geeft aan dat dit kwam door een kwestie met de "Handelsraad". Hij belooft opnieuw contact op te nemen zodra hij niet meer afhankelijk is van de steun. De brief lijkt specifiek bedoeld om zijn status te verduidelijken met betrekking tot zijn "Zondag plaats" (marktstaanplaats) aan de Nieuwe Uilenburgerstraat.
* Handschrift en Spelling: Het document is geschreven in een vlot, ietwat onregelmatig handschrift met potlood of dunne inkt. De spelling is deels verouderd ("By", "Zoodra", "Maatschappelijken"), wat passend is voor de periode rond 1900-1930.
* Grammatica: Er is sprake van een lichte contaminatie of slordigheid in de zinsbouw: "steun loop ik had u wel..." (waarbij de 'ik' van de volgende zin al aan het einde van de regel staat). * Locatie: De genoemde straten, de Rapenburgerstraat en de Nieuwe Uilenburgerstraat, vormden het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam. De Nieuwe Uilenburgerstraat was een bekende locatie voor de textiel- en warenmarkt.
* Sociaal-economisch: De term "Maatschappelijke steun" verwijst naar de georganiseerde armenzorg in Amsterdam, die in de jaren '20 en '30 strikt werd gecontroleerd. Als een marktkoopman steun ontving, had dit vaak gevolgen voor zijn vergunning of standplaatsrechten, wat verklaart waarom de afzender zich genoodzaakt voelt deze situatie officieel te melden. De referentie naar de "Handelsraad" wijst op een beroepsmatige instantie die toezicht hield op de handelspraktijken. De brief is waarschijnlijk gericht aan de Marktcommissie of een vergelijkbaar gemeentelijk orgaan dat de standplaatsen beheerde. H. Rapen Marktcommissie
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver, H. Rapen, laat de geadresseerden weten dat hij momenteel een beroep doet op de "Maatschappelijke steun" (een vorm van armenzorg of werkloosheidsuitkering). Hij verontschuldigt zich voor de late melding en geeft aan dat dit kwam door een kwestie met de "Handelsraad". Hij belooft opnieuw contact op te nemen zodra hij niet meer afhankelijk is van de steun. De brief lijkt specifiek bedoeld om zijn status te verduidelijken met betrekking tot zijn "Zondag plaats" (marktstaanplaats) aan de Nieuwe Uilenburgerstraat.
- Handschrift en Spelling: Het document is geschreven in een vlot, ietwat onregelmatig handschrift met potlood of dunne inkt. De spelling is deels verouderd ("By", "Zoodra", "Maatschappelijken"), wat passend is voor de periode rond 1900-1930.
- Grammatica: Er is sprake van een lichte contaminatie of slordigheid in de zinsbouw: "steun loop ik had u wel..." (waarbij de 'ik' van de volgende zin al aan het einde van de regel staat).
Historische Context
- Locatie: De genoemde straten, de Rapenburgerstraat en de Nieuwe Uilenburgerstraat, vormden het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam. De Nieuwe Uilenburgerstraat was een bekende locatie voor de textiel- en warenmarkt.
- Sociaal-economisch: De term "Maatschappelijke steun" verwijst naar de georganiseerde armenzorg in Amsterdam, die in de jaren '20 en '30 strikt werd gecontroleerd. Als een marktkoopman steun ontving, had dit vaak gevolgen voor zijn vergunning of standplaatsrechten, wat verklaart waarom de afzender zich genoodzaakt voelt deze situatie officieel te melden. De referentie naar de "Handelsraad" wijst op een beroepsmatige instantie die toezicht hield op de handelspraktijken. De brief is waarschijnlijk gericht aan de Marktcommissie of een vergelijkbaar gemeentelijk orgaan dat de standplaatsen beheerde.