Typoscript (doorslag op grijs papier).
Origineel
Typoscript (doorslag op grijs papier). 14 juni 1940. De Directeur (vermoedelijk van de afdeling Marktwezen van de Gemeente Amsterdam). HG. extra
31/31/2 K.
14 Juni 1940.
den Nederlandschen Bond van
Marktkooplieden-Vereenigingen,
Hobbemaplein 59,
As-G r a v e n h a g e .
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 30 Mei jl. ver-
leen ik hierbij Uw lid L.de Leeuwe, wonende Driebergenstraat
301, Den Haag, gedurende ten hoogste drie maanden na dato
dezes toestemming om zijn plaats op de markt Uilenburg niet
te bezetten, mits hij zorg draagt, dat het ook tijdens zijn
afwezigheid verschuldigde marktgeld wekelijks wordt betaald.
De Directeur, * **Inhoud:** Het document betreft een officiële toestemming aan een marktkoopman, de heer L. de Leeuwe uit Den Haag, om zijn standplaats op de markt Uilenburg gedurende maximaal drie maanden onbezet te laten.
- Voorwaarde: De toestemming is strikt gebonden aan de voorwaarde dat het wekelijkse marktgeld (staangeld) gedurende deze periode volledig wordt doorbetaald.
- Spelling en stijl: Het document hanteert de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "Nederlandschen", "Vereenigingen", "dezes") en een zakelijke, ambtelijke toon. Opvallend is de spatiering in de plaatsnaam "As-G r a v e n h a g e". * Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 14 juni 1940, precies één maand na het bombardement op Rotterdam en de Nederlandse capitulatie. Nederland bevond zich op dat moment in de prille beginfase van de Duitse bezetting.
- Locatie: De markt op Uilenburg bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Het was een van de belangrijkste markten voor de Joodse bevolking.
- Persoonsgegevens: De naam "L. de Leeuwe" (waarschijnlijk Levie of Lion de Leeuwe) is een veelvoorkomende naam binnen de Joodse gemeenschap van die tijd. Gezien de locatie van de markt (Uilenburg) is het zeer aannemelijk dat de betrokkene Joods was.
- Historische relevantie: Hoewel de brief op het eerste gezicht een puur administratieve handeling lijkt (verlof wegens afwezigheid), roept de timing vragen op. Veel Joodse marktkooplieden ondervonden direct na de inval onzekerheid over hun veiligheid en hun handel. De aanvraag voor drie maanden afwezigheid, ingediend vlak na de capitulatie (30 mei), zou kunnen duiden op een poging om de situatie af te wachten of onder te duiken, terwijl men de rechten op de standplaats probeerde te behouden door het marktgeld te blijven voldoen. L. de Leeuwe Gemeente Amsterdam Marktwezen