Ambtsbrief / handgeschreven memo op officieel bijblad-formulier.
Origineel
Ambtsbrief / handgeschreven memo op officieel bijblad-formulier. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. ~~46^A / 4 / 1~~ 1941
DOORGEZONDEN: 15/1 - '41.
[Rechtsboven in blauw potlood]
224
[Midden boven in rood potlood]
46^A / 4 / 2 / M
[Handgeschreven notitie bovenin]
Voor zoover onze
inlichtingen strekken -
22/1/41 108.
[Hoofdtekst]
Naar aanleiding van Uw brief van 9 Januari jl. no. 620 II/1, heb ik de eer u te berichten, dat mosselen, wanneer zij vóór het bevriezen nog van goede kwaliteit waren en de schelpen dus gesloten waren, zo' van bevriezen geenerlei hinder ondervinden. Zij zijn dan zeker nog geschikt voor de consumptie. Wanneer zij echter daarna weer zouden ontdooien, worden zij voor de consumptie ongeschikt.
Het is mij niet bekend, of hieromtrent litteratuur is verschenen.
Voor de goede orde bericht ik u voorts, dat Dr. Roskam
[doorgehaalde zin: van zijn functie is ontslagen laat zijn functie zal uitoefenen...]
Voor de goede orde zij nog vermeld
dat Dr de Lam geen directeur
meer is der Gte. Vischvoorziening?
[Linksonder gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: De brief behandelt een technische vraag over de houdbaarheid en consumptieve veiligheid van bevroren mosselen.
* Kernboodschap: Mosselen die in goede staat (met gesloten schelp) worden ingevroren, blijven veilig voor consumptie zolang ze bevroren blijven. Zodra ze ontdooien, worden ze echter ongeschikt voor gebruik. De schrijver geeft aan geen wetenschappelijke literatuur over dit specifieke onderwerp te kennen.
* Mutaties: De tekst bevat interessante administratieve toevoegingen onderaan betreffende personeelswijzigingen. Er wordt gemeld dat een zekere Dr. Roskam en Dr. de Lam niet langer in hun functies zitten (waarbij de laatste expliciet als (oud-)directeur van de Gemeentelijke Vischvoorziening wordt genoemd). Dit document stamt uit januari 1941, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was de voedselvoorziening streng gereguleerd en was de kwaliteit van beschikbaar voedsel een punt van groot publiek belang. De "Gte. Vischvoorziening" (Gemeentelijke Vischvoorziening) speelde een rol in de distributie van vis en schaaldieren aan de bevolking. De zakelijke, bijna formele toon is typerend voor de bureaucratische correspondentie uit die tijd. De wijzigingen in het directeurschap kunnen mogelijk wijzen op de politieke of administratieve verschuivingen die plaatsvonden onder het bezettingsregime.