Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 141
Dossier 37
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk memorandum of conceptbrief (pagina 2).

Omstreeks 1940 (gebaseerd op de tekstuele verwijzing naar het Besluit Omzetbelasting 1940).

Origineel

Handgeschreven ambtelijk memorandum of conceptbrief (pagina 2). Omstreeks 1940 (gebaseerd op de tekstuele verwijzing naar het Besluit Omzetbelasting 1940). [Marge links:] I, gezien de moeilijke contrôle op de prijzen bij dit stelsel,

[Hoofdtekst:]
winstmarges (nl. voor den grossier ^(doch niet voor den visscher)
of veiling en voor den detaillist).
De mogelijkheid is echter niet uit-
gesloten, dat in de toekomst (ook voor
zeevisch) maximumprijzen zullen worden
bepaald. In dat geval zullen dus
ook voor deze vischsoorten, bij het bereiken
van den maximumprijs, geen admini-
stratiekosten in rekening mogen worden
gebracht. Een en ander zou dus beteekenen,
dat de omzetbelasting, waarvoor de visch-
afslag mede aansprakelijk is, geheel ten
laste van de gemeente zouden komen.
Ik heb daarom maatregelen over-
wogen om de bovengeschetste nadelen
voor de gemeente te ondervangen. Ik heb
mij daartoe terzake, voor het geven van
inlichtingen, gewend tot de directie
van het Staatsvisschershavenbedrijf te
IJmuiden, omdat dit bedrijf ~~ter~~
t. a. v. de omzetbelasting een soort-
gelijke positie inneemt als de
Gemeentelijke afslag te Amsterdam.
Ook te IJmuiden werd, zoolang de
wet op de omzetbelasting 1933 de
verplichting oplegde om de omzetbelasting
afzonderlijk in rekening te brengen,
van de koopers 4% omzetbelasting
geheven. Na het inwerkingtreden van
het nieuwe Besluit Omzetbelasting 1940
op 1 Januari jl., waarbij het afzonderlijk
doorberekenen van omzetbelasting werd ver-
boden, heeft het Staatsbedrijf de Dit document betreft een ambtelijke correspondentie over de financiële exploitatie van een gemeentelijke visafslag (waarschijnlijk Amsterdam) in een overgangsperiode van belastingwetgeving.

De kern van het probleem is de invoering van het Besluit Omzetbelasting 1940. Onder de oude wet uit 1933 was het verplicht om de belasting (toen 4%) apart op de factuur te vermelden en door te berekenen aan de koper. Het nieuwe besluit van 1940 verbood dit echter; de belasting moest voortaan in de prijs begrepen zijn.

De auteur voorziet een complicatie: als er in de toekomst ook maximumprijzen voor zeevis worden vastgesteld, kunnen de administratiekosten niet meer bovenop die prijs worden berekend. Hierdoor zou de visafslag (en dus de gemeente) de omzetbelasting zelf moeten ophoesten zonder deze te kunnen verhalen, wat een direct exploitatienadeel oplevert. Om een oplossing te vinden, wordt de vergelijking getrokken met de situatie bij het Rijksbedrijf in IJmuiden. Het document dateert van kort na 1 januari 1940 (of 1941, afhankelijk van wanneer het besluit effectief werd in de praktijk). Het weerspiegelt de toenemende overheidsbemoeienis met de prijsvorming aan de vooravond van of tijdens de vroege bezettingsjaren. In deze periode trachtte de overheid via prijsbeheersing inflatie te voorkomen, terwijl de belastingdruk werd herzien om de schatkist te vullen. De strijd tussen lokale autonomie (de gemeentelijke afslag) en landelijke regelgeving (belastingbesluiten en prijsbeheersing) is hier duidelijk zichtbaar.

Samenvatting

Dit document betreft een ambtelijke correspondentie over de financiële exploitatie van een gemeentelijke visafslag (waarschijnlijk Amsterdam) in een overgangsperiode van belastingwetgeving.

De kern van het probleem is de invoering van het Besluit Omzetbelasting 1940. Onder de oude wet uit 1933 was het verplicht om de belasting (toen 4%) apart op de factuur te vermelden en door te berekenen aan de koper. Het nieuwe besluit van 1940 verbood dit echter; de belasting moest voortaan in de prijs begrepen zijn.

De auteur voorziet een complicatie: als er in de toekomst ook maximumprijzen voor zeevis worden vastgesteld, kunnen de administratiekosten niet meer bovenop die prijs worden berekend. Hierdoor zou de visafslag (en dus de gemeente) de omzetbelasting zelf moeten ophoesten zonder deze te kunnen verhalen, wat een direct exploitatienadeel oplevert. Om een oplossing te vinden, wordt de vergelijking getrokken met de situatie bij het Rijksbedrijf in IJmuiden.

Historische Context

Het document dateert van kort na 1 januari 1940 (of 1941, afhankelijk van wanneer het besluit effectief werd in de praktijk). Het weerspiegelt de toenemende overheidsbemoeienis met de prijsvorming aan de vooravond van of tijdens de vroege bezettingsjaren. In deze periode trachtte de overheid via prijsbeheersing inflatie te voorkomen, terwijl de belastingdruk werd herzien om de schatkist te vullen. De strijd tussen lokale autonomie (de gemeentelijke afslag) en landelijke regelgeving (belastingbesluiten en prijsbeheersing) is hier duidelijk zichtbaar.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →