Pagina 3 van een ambtelijk rapport/brief.
Origineel
Pagina 3 van een ambtelijk rapport/brief. Omstreeks mei 1941 (gezien de referentie naar een besluit van januari 1941 en een ingangsdatum van "1 Juni a.s."). De Directeur (vermoedelijk van een Gemeentelijke Visafslag). Vermoedelijk het College van Burgemeester en Wethouders. -3-
Op grond van hetgeen ik hierboven uiteenzette,
heb ik de eer U voor te stellen goed te keuren,
dat met ingang van 1 Juni a.s. 2½% respectievelijk
½% omzetbelasting aan den aanvoerder van visch op
den afslag in rekening wordt gebracht.
Door dezen maatregel worden de moeilijkheden
voor den afslag als gevolg van het vaststellen
van maximumprijzen ook voor de toekomst volledig
opgelost, terwijl het financiëele nadeel voor de
Gemeente, waarover ik in den aanvang van dit rap-
port mededeeling deed, tevens geheel wordt opge-
heven.
Indien U zich met het bovenstaande kunt ver-
eenigen, dient het besluit van Burgemeester en Wet-
houders d.d. 31 Januari 1941 no.167 L.M.1941, waar-
bij ik werd gemachtigd aan de koopers van visch
aan den Gemeentelijken vischafslag in den afslag
onder den naam van administratiekosten een bedrag
van 2,565% in rekening te brengen van het door die
koopers gemijnde bedrag van visch te worden inge-
trokken.
Ik geef U ten slotte beleefd in overweging
omtrent een en ander het advies in te winnen van
Uw Ambtgenoot voor de Financiën.
De Directeur, * Inhoud: De directeur stelt voor om de kostenstructuur van de visafslag te wijzigen. In plaats van een administratieve heffing van 2,565% voor de kopers (zoals vastgelegd in januari 1941), moet er nu een omzetbelasting van 2,5% of 0,5% geheven worden bij de aanvoerders (de vissers).
* Motivatie: De noodzaak voor deze wijziging komt voort uit de invoering van "maximumprijzen". Dit duidt op een centrale regulering van de markt, waarbij de visafslag niet meer op de oude manier kostendekkend kon werken voor de gemeente.
* Terminologie: Er wordt gesproken over "gemijnde bedrag", wat verwijst naar het veilsysteem (mijnen/afslag) waarbij de prijs daalt tot iemand 'mijn' roept.
* Stijl: Het document hanteert een strikt formele, ambtelijke toon ("heb ik de eer U voor te stellen", "beleefd in overweging"). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden veel prijzen van levensmiddelen, waaronder vis, aan banden gelegd (maximumprijzen) om inflatie en zwarte handel te beheersen. Dit rapport illustreert de bureaucratische aanpassingen die lokale overheden moesten doorvoeren om hun eigen inkomstenstromen (zoals die uit gemeentelijke afslagen) veilig te stellen binnen het nieuwe economische regime van de bezetter. Het genoemde besluitnummer "L.M.1941" is kenmerkend voor de archiefregistratie van die tijd.