Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 158
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief (ambtelijke correspondentie)

23 januari 1941 Van: Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd, aangeduid met kenmerk D/HG.) Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (vermoedelijk Amsterdam, gezien de verwijzing naar het Gemeenteblad).

Origineel

Brief (ambtelijke correspondentie) 23 januari 1941 Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd, aangeduid met kenmerk D/HG.) De Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (vermoedelijk Amsterdam, gezien de verwijzing naar het Gemeenteblad). D/HG. Extra

4GA/6/1 M.
23 Januari 1941.

Omzetbelasting op visch.

den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Hiermede heb ik de eer het volgende onder Uw aandacht te brengen.

Terwijl vroeger het artikel visch vrijgesteld was van omzetbelasting, is hierin sedert 1 October jl. wijziging gekomen (vide hieromtrent het Besluit van den Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën betreffende wijziging van de Omzetbelastingwet 1933 (Staatsblad No.546) opgenomen in Gemeenteblad Afdeeling 4, Volgno.294). Met uitzondering van enkele soorten, werd visch met ingang van dien datum met 4% omzetbelasting belast; ingevolge artikel 7 2e lid van genoemd besluit, werden exploitanten van een vischafslag tevens hoofdelijk mede aansprakelijk voor de belasting, verschuldigd door den afnemer van de aldaar afgeslagen visch. Ter uitvoering van een en ander werd dezerzijds van de koopers in den Gemeentelijken Vischafslag een bedrag geheven van 4% van elk koopbedrag. De afslag-verkoopprijzen strekten namelijk tot grondslag voor de berekening van de verschuldigde omzetbelasting. De Vischmarkt ontving maandelijks een aanslag ten bedrage van 4% van het totaal der opbrengst van alle in de voorafgaande maand geveilde visch en voldeed dezen aanslag aan den Ontvanger der Directe Belastingen.

Met ingang van 1 Januari jl. is bovenbedoeld Besluit gewijzigd (vide Gemeenteblad, afdeeling 4, Volgno.654). Krachtens artikel 6 sub 2 van dit Besluit wordt thans 2 1/2% omzetbelasting geheven. De belasting is krachtens artikel 7 verschuldigd door den ondernemer, die de levering heeft verricht, i.c. de Gemeentelijke Vischmarkt. De uitvoeringsresolutie omzetbelasting (bijvoegsel van de Nederlandsche Staatscourant van 30 December 1940 No.253 par.24) zegt hieromtrent namelijk, dat voor de belasting verschuldigd onder andere van visch, welke door tusschenkomst van een veiling of afslag wordt verkocht, de ondernemer, die de veiling of den afslag exploiteert, hoofdelijk mede aansprakelijk is. Dit document is een ambtelijke mededeling aan de wethouder over de verandering in de heffing van omzetbelasting op vis. De kern van de brief is de verschuiving in zowel het belastingpercentage als de verantwoordelijkheid voor de afdracht ervan:

  1. Periode 1 oktober 1940 tot 1 januari 1941: Vanaf oktober 1940 werd vis, die voorheen vrijgesteld was, belast met 4% omzetbelasting. De koper was formeel de belastingplichtige, maar de exploitant van de visafslag (de gemeente) werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld. De gemeente inde daarom de 4% direct bij de kopers bovenop de afslagprijs en droeg dit maandelijks af.
  2. Periode vanaf 1 januari 1941: Een nieuw besluit verlaagde het percentage naar 2,5%. Belangrijker is dat de belastingplicht nu direct bij de 'ondernemer die de levering verricht' kwam te liggen (in dit geval de Gemeentelijke Vismarkt zelf), waarbij de exploitant van de afslag wederom hoofdelijk aansprakelijk bleef.

De brief dient om de wethouder te informeren over deze gewijzigde uitvoeringsregels die direct invloed hebben op de financiële administratie en de prijsvorming op de vismarkt. De brief dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de bezetting bleef het Nederlandse overheidsapparaat grotendeels functioneren, maar onder toezicht en volgens de verordeningen van de bezetter.

Het genoemde "Besluit van den Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën" is kenmerkend voor deze periode: omdat het parlement buiten spel was gezet, werd wetgeving vaak uitgevaardigd via besluiten van de secretarissen-generaal van de verschillende departementen.

De focus op levensmiddelen en belastingen is cruciaal in oorlogstijd. De distributie en prijsstelling van voedsel (waaronder vis) stonden onder grote druk. De aanpassing van de omzetbelasting maakte deel uit van een bredere herziening van het belastingstelsel door de bezettingsautoriteiten om de inkomsten te verhogen en de economie te beheersen. De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het belang van voedselvoorziening als specifieke bestuurlijke portefeuille in deze crisisjaren.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke mededeling aan de wethouder over de verandering in de heffing van omzetbelasting op vis. De kern van de brief is de verschuiving in zowel het belastingpercentage als de verantwoordelijkheid voor de afdracht ervan:

  1. Periode 1 oktober 1940 tot 1 januari 1941: Vanaf oktober 1940 werd vis, die voorheen vrijgesteld was, belast met 4% omzetbelasting. De koper was formeel de belastingplichtige, maar de exploitant van de visafslag (de gemeente) werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld. De gemeente inde daarom de 4% direct bij de kopers bovenop de afslagprijs en droeg dit maandelijks af.
  2. Periode vanaf 1 januari 1941: Een nieuw besluit verlaagde het percentage naar 2,5%. Belangrijker is dat de belastingplicht nu direct bij de 'ondernemer die de levering verricht' kwam te liggen (in dit geval de Gemeentelijke Vismarkt zelf), waarbij de exploitant van de afslag wederom hoofdelijk aansprakelijk bleef.

De brief dient om de wethouder te informeren over deze gewijzigde uitvoeringsregels die direct invloed hebben op de financiële administratie en de prijsvorming op de vismarkt.

Historische Context

De brief dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de bezetting bleef het Nederlandse overheidsapparaat grotendeels functioneren, maar onder toezicht en volgens de verordeningen van de bezetter.

Het genoemde "Besluit van den Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën" is kenmerkend voor deze periode: omdat het parlement buiten spel was gezet, werd wetgeving vaak uitgevaardigd via besluiten van de secretarissen-generaal van de verschillende departementen.

De focus op levensmiddelen en belastingen is cruciaal in oorlogstijd. De distributie en prijsstelling van voedsel (waaronder vis) stonden onder grote druk. De aanpassing van de omzetbelasting maakte deel uit van een bredere herziening van het belastingstelsel door de bezettingsautoriteiten om de inkomsten te verhogen en de economie te beheersen. De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het belang van voedselvoorziening als specifieke bestuurlijke portefeuille in deze crisisjaren.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →